Yael & Cygnium: Deel III

Welkom bij het derde deel van de vierdelige serie ‘Yael & Cygnium’. In deze serie ga ik in gesprek met mijn sponsor Cygnium, die dit seizoen prominent te zien is op mijn wedstrijdpakken. Ik denk dat het onderhand vier jaar geleden is dat ik voor het eerst in aanraking kwam met Cygnium. Eén van de oprichters van het bedrijf schaatst zelf vrij fanatiek rondjes op de Vechtsebanen in Utrecht en op dat moment gaf ik daar les. Hij kwam bij mij in de groep terecht en zo leerden we elkaar kennen. Op een gegeven moment kwam het gesprek op het onderwerp Cygnium en hetzelfde jaar nog reed ook ik rond met het logo van Cygnium op mijn pak. Sinds dit jaar is onze samenwerking nog wat professioneler, vandaar dat we ook bij o.a. deze serie zijn uitgekomen. Ik ben Cygnium heel erg dankbaar voor de steun en doe graag wat terug. En hoe leuk is het om te kijken naar de overeenkomsten en verschillen tussen topsport en de werkvloer, om zo beide ‘vakken’ beter te begrijpen.

In deel II blikten Thijs en ik samen vooruit op de eerste maanden van 2025 en de bijbehorende doelen. In dit deel bespreken we wat er van deze verwachtingen waarheid is geworden (spoiler alert: weinig) en gaan we in op het omgaan met tegenslagen. Op welke manier pak ik dit als sporter aan en hoe zit dat op de werkvloer?

Huidige status: blessure en herstel

We vallen met ons gesprek gelijk met de deur in huis: hoe gaat het met mij en hoe gaat het met mijn rugblessure? Het simpele antwoord? Niet zo goed als ik zou willen. Sinds het laatste gesprek dat Thijs en ik hadden, heb ik eigenlijk niet meer op het ijs gestaan en ben ik wekelijks bij de fysio om zo hard mogelijk te werken aan mijn herstel. Schaatsen zit er hoogstwaarschijnlijk dit seizoen niet meer in, mijn doel is nu gewoon om pijnvrij te worden vrij te kunnen. De fitheid zit er wel, daarvoor heb ik gelukkig genoeg kunnen fietsen. Als ik het zomerseizoen wat eerder begin en vanuit een stabiele en pijnvrije basis kan opbouwen, dan is mijn doel bereikt. Sinds twee weken ben ik weer rustig begonnen met krachttraining, met oefeningen die focussen op controle vanuit mijn bilspieren en rug. Het doel is dat steeds wat verder uit te bouwen en daarnaast ben ik tweewekelijks bij de fysio te vinden om de spier in kwestie los te maken en zo beter te laten herstellen.

Mentaal omgaan met tegenslag

Dat Thijs topsporter is geweest blijkt duidelijk als hij de volgende vraag stelt: ‘Hoe zit het met je mentale gesteldheid, kan je er een beetje mee omgaan?’ Daarmee slaat hij natuurlijk de spijker mee op de kop, want ondanks dat ik het geaccepteerd heb dat mijn seizoen als een kaars uitdooft, staan de tranen me nog altijd naderbij dan het lachen als iemand vraagt hoe het met m’n rugblessure gaat. De focus op het positieve houden was vooral aan het begin lastig, omdat ik in een soort constante hoop leefde van kleine doelen. En elke keer als ik zo’n doel miste, was dat weer een tegenslag. Sinds ik dat niet meer doe en per dag kijk hoe het gaat, me laat sturen door het schema van mijn fysio, is dat beter geworden. De wetenschap dat ik hoogstwaarschijnlijk dit seizoen niet meer schaats, geeft ergens ook rust. Dat betekent dat ik daar niet elke week weer op hoef te hopen en volledig kan focussen op verbetering. Maar dat neemt natuurlijk niet weg dat ik, als ik video’s zie van mijn teamies die wel hun rondjes rijden, het schaatsen erg mis. Ik wil gewoon heel graag werken aan mijn techniek, beter worden. Dat is de reden dat ik dit doe; constant kunnen slijpen aan bepaalde punten en het in de wedstrijd toepassen. In andere woorden, zolang ik me een beetje distantieer van het schaatsen, kan ik wel positief blijven. Elk weekend ga ik naar mijn ouders – iets wat ik normaal niet zo vaak doe – en spreek ik af met vrienden die in en rondom Amsterdam wonen. Daarnaast kan ik gelukkig wel fietsen, dus maak ik veel fietsritten op de gravelbike.

Foto gemaakt door Hille Steenhuis

Het moeilijkste aan niet kunnen schaatsen

Als Thijs vraagt wat ik het lastigste vind van mijn blessure en het feit dat ik niet kan schaatsen, moet ik even nadenken. Ik denk toch dat ik het ‘t moeilijkst vind om niet elke dag te kunnen doen wat ik het liefste doe en daarin beter te worden. Daarnaast is het ook wel moeilijk om anderen wel bepaalde stappen te zien zetten, met de wetenschap dat je normaal gesproken eenzelfde niveau haalt of beter bent en dus echt wel mooie tijden zou kunnen rijden. Dat kan op sommige dagen wel echt een bron van frustratie zijn.

Die bron van frustratie, daarin kan Thijs zich herkennen. Hij denkt terug aan zijn laatste jaar als topsporter, waarin deze frustratie op een gegeven moment zo groot werd dat hij merkte dat hij begon te denken aan wat er na het schaatsen zou kunnen zijn. ‘Ik had geen vertrouwen meer in mijn schaatsen, stak mijn kop in het zand omdat ik niet meer wist waarom het schaatsen niet goed ging en ik niet meer mee kon komen. Zolang je kan verklaren waarom dat zo is – in jouw geval je blessure – dan kan je erop vertrouwen dat dit zonder die beperking goed moet komen.’

Tegenslagen in de topsport vs. het bedrijfsleven

Mijn tegenslag als sporter is nu dus mijn rugblessure, maar ik ben ook benieuwd naar hoe tegenslagen zich in de werkvloer uiten. Zoals we in het voorgaande deel besproken hadden, worden er op de werkvloer ook doelen gesteld. En met doelen komen ook verwachtingen en inherent daaraan zijn tegenslagen. Ik kan bijvoorbeeld me voorstellen dat projecten soms niet uitpakken zoals van tevoren gehoopt of verwacht, iets wat Thijs beaamt. ‘Soms loop je simpelweg tegen dingen aan die niet voorzien zijn. Met veel projecten zijn we ook afhankelijk van anderen. Het komt weleens voor dat je een heel plan hebt, maar dat je al heel snel tegen een probleem aanloopt dat door een andere partij moet worden opgelost.’

Maar een tegenvallend project heeft niet altijd te maken met het project zelf, klanten en hun verwachtingen spelen hierbij ook een rol. Thijs: ‘Er bestaan ook gewoon lastige klanten. Die niet tevreden zijn als je iets oplevert wat precies is wat ze gevraagd hebben.’ Als ik vraag hoe hij daarmee omgaat, volgt er even een pauze. ‘Dat verschilt. Je bent gewend dat je iets oplevert en dat de klant dan tevreden is. Misschien loop je het samen nog een keer door en na afloop stuur je nog een mailtje om te peilen of er bijvoorbeeld nog leuke reacties geweest zijn. En als een klant niet tevreden is, slaat dat proces opeens om. Dan moet je andere projecten op gaan schuiven om dat ene project te verbeteren of aan te passen. Zelf houd ik mezelf echter ook voor dat een klant mij inhuurt via Cygnium omdat zij de expertise die ik heb, zelf niet (genoeg) in huis hebben. Ik word niet voor niks gevraagd, ze weten dat ik iets kan. Soms betekent dat ook dat je tegen je klant moet zeggen dat het werk dat je doet, simpelweg niet anders kan, ook als het resultaat niet precies is wat ze voor ogen hebben. Ik streef ernaar om kwaliteit te leveren en soms is de consequentie dat je klanten een beetje moet vertellen hoe het moet.’ Thijs trekt dit laatste mooi in vergelijking met het schaatsen, waarin de klant hierin de coach is en de schaatser de werknemer: ‘Ondanks dat een coach het schema schrijft, ben jij als sporter degene die feedback geeft en indien iets niet voor jou werkt, dit aangeeft en dat is precies wat ik doe bij een klant. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat een klant nergens van afweet, maar er is een reden dat ze iemand erbij halen om het werk voor ze te doen.’

Contractonzekerheid: sport vs. detachering

Een heel concreet voorbeeld van een tegenslag op de werkvloer kan natuurlijk zijn dat je geen contractverlenging krijgt. Net zoals je bij het schaatsen soms niet door mag bij een ploeg, ondanks dat je dit zelf misschien wel wil. Cygnium zit in de détachering en zendt dus mensen uit die aan de slag gaan bij hun klanten. Thijs: ‘Als de klant waar je vanuit Cygnium werkt niet tevreden is, kunnen zij ervoor kiezen om je contract niet te verlengen. Het voordeel is dan dat je via Cygnium weer op zoek gaat naar een nieuwe plek om aan de slag te kunnen, wat een stukje meer zekerheid biedt.’ 

Toch onderstreept Thijs ook gelijk dat ‘je dat echt niet wil, want dan zit je tijdelijk zonder werk – ondanks dat je wel doorbetaald wordt – en kan je niet doen wat je leuk vindt.’ Een beetje zoals met een blessure bij het schaatsen, dus. ‘Daarnaast’, benadrukt Thijs, ‘zijn contracten ook niet zó spannend. Als je weet dat je lekker bezig bent, hoef je geen zorgen te hebben over wel of geen contractverlenging. Net als wanneer je lekker je draait hebt gevonden bij een ploeg en vooruitgang boekt, ook dan is verlenging vanzelfsprekend, toch?’ Daar heeft hij een punt, hoewel er wel degelijk een verschil is tussen contracten in het werkgebied van Thijs en het schaatsen. Detacheringscontracten zijn slechts voor drie maanden. Toch is dat volgens Thijs niet per sé een onzekerheid, ook omdat het bedrijfsleven volgens hem echt wel een stukje minder hard is dan de topsportwereld. Thijs: ‘Presteer je bij het schaatsen niet goed? Dan krijg je al snel de deksel op je neus, terwijl je in het bedrijfsleven vaak wat meer foutmarge hebt.’ Waarom dat precies is, durft hij niet 1,2,3 te zeggen, maar ‘in het bedrijfsleven heeft een klant míj nodig, daar waar dat voor een schaatsploeg veel minder het geval is. Er zijn meestal genoeg andere schaatsers die jouw plek in kunnen en willen nemen.’

Daarnaast zit er volgens hem ook een groot voordeel aan de kortere contracten die in de detachering normaal zijn: ‘Als je merkt dat het bedrijf waar je werkzaam bent gewoon niet jouw match is – om wat voor reden dan ook- kan je na drie maanden een ander bedrijf zoeken. Die vrijheid is heel erg lekker, zeker als je interesses hebt in verschillende onderwerpen en dus klanten. Als je bij een schaatsploeg niet op je plek zit en je hebt een contract voor bijvoorbeeld twee jaar getekend, dan kan dat heel lang duren.’

Conclusie: veerkracht en perspectief

Hiermee breien we een einde aan ons derde gesprek, waarin we zochten naar verschillen en vergelijkingen tussen tegenslagen als sporter en op de werkvloer. Die zijn er meer dan ik van tevoren verwacht had, hoewel Thijs ook wel duidelijk maakte dat de marge wat betreft fouten op de werkvloer een stukje groter is en tegenslag minder heftig zijn omdat je de tegenslag deelt met de groep en niet in je eentje de boel moet rooien.

Preview deel IV

In het vierde en laatste deel gaan we het hebben over verbinding, zowel tussen collega’s als tussen teamgenoten!

Plaats een reactie