Het is altijd een raar gevoel als het laatste NK Langebaan erop zit. Hoewel het seizoen nog wel een paar weken doorgaat, is er toch altijd een soort onbestemd gevoel van onzekerheid. Je bent zo gewend aan het hebben van een doel en een bepaald ritme, dat het wegvallen of behalen van zo’n doel een soort gat achterlaat. En dat heeft even tijd nodig weer gevuld te worden. Dus toen het NK Junioren Sprint + teamsprint vorig weekend ten einde was gekomen, zat ik een beetje tussen wal en schip in. Volgend weekend rijden we wel nog een langebaanwedstrijd in Heerenveen en twee weken dáárna staat er zelfs nog een NK junioren shorttrack op het programma, maar toch wist ik de dagen na het weekend van 19 en 20 februari even niet zo goed wat ik aan moest met de uren in mijn dag. Het duurde hierdoor tot dinsdagavond dat ik weer zin had om te gaan trainen. Gelukkig maar, want anders wordt het wel heel lastig nog leuke en goede afsluitende wedstrijden te rijden.
Een beetje van alles wat
Maar laten we even teruggaan in de tijd en inzoomen op de weken na mijn debuut op het NK Allround bij de senioren. Dit NK betekende voor mij namelijk het einde van een periode van vijf weken met alleen maar langebaan en dus bond ik gefocust de shorttrackschaatsen weer onder. Ik had twee weken om de korte bochtjes weer onder de knie te krijgen, voordat de plaatsingswedstrijd voor het Wereldkampioenschap Junioren zou beginnen. Hoewel ik echt wel wist dat de kans dat ik me zou plaatsen nihil was, wilde ik niettemin zo goed mogelijk rijden en de wedstrijd gebruiken om weer wat bekend te worden met het spelletje van passeren en inhalen. Er is namelijk geen betere training dan het rijden van een wedstrijd, vooral niet als je het hebt over racen op topsnelheid – iets waar ik normaal veel moeite mee heb. Met het oog op deze wedstrijd stond de wekker dan ook elke ochtend weer wat eerder. Om kwart voor zes rolde ik mijn bed uit, om rond half zeven in de auto te stappen richting Utrecht. Dit was wel weer even wennen, maar na een paar dagen had ik het ritme weer een beetje gevonden en was ik vaak voor het gepiep van mijn wekker al wakker. Tussen de shorttracktrainingen door maakte ik zo nu en dan even kort een uitstapje naar de langebaan. Niet in de laatste plaats omdat ik me via de landelijke selectie nog moest plaatsen voor het NK sprint junioren en het was dus wel handig weer een beetje te oefenen met het starten. Dat had ik in verband met mijn liesblessure al maanden niet kunnen doen, dus er was zeker wat werk aan de winkel. Gelukkig hoefde ik bij deze landelijke selectie nog niet in topvorm te zijn, want de eerste zestien plaatsten zich voor het NK en dus draaide ik de week ervoor nog even een zwaarder trainingsblok. Goed voor de vorm, maar wel iets minder voor mijn vertrouwen richting het NK, want door de vele uren op de fiets van die week was mijn explosiviteit volledig verdwenen en mijn eindtijden bij de plaatsingswedstrijd waren dan ook niet om over naar huis te schrijven. Hoewel ik wist wat hiervan de oorzaak was, zorgde het wel voor een klein beetje twijfel, maar was ik tevens extra gemotiveerd nog meer aan mijn sprintcapaciteiten te werken.
Trials voor de WK Junioren shorttrack
Maar niet voordat de WKJ-trials verreden waren en dus ging na de langebaan plaatsingswedstrijd het vizier weer op de 110-meterbaan. Dat was ook wel nodig, want het shorttracken ging nog niet bepaald lekker. Je hoopt op zo’n moment altijd dat dit gevoel richting de wedstrijd wel komt, maar dat was deze keer helaas niet het geval. De gemiste shorttrackuren van de weken ervoor zorgden gewoonweg voor een te groot gat dat alleen op te vullen is door meer uren te maken en die tijd was er niet. Ik moest het bij de WKJ-trials dus doen met wat het was en dat was aan het begin echt even slikken. Pas toen ik de focus veranderde van ‘zo goed mogelijk rijden’ naar ‘weer leren en genieten’ begon ik weer een beetje plezier te vinden in het spelletje en zo sloot ik de trials toch een beetje positief af. Zoals verwacht was ik niet in de buurt gekomen van plaatsing, maar de wedstrijden hadden er wel voor gezorgd dat ik meer zin had in het NK aan het einde van het seizoen.



NK Sprint en teamsprint langebaan
Na dit shorttrackweekend ging het vizier weer op de langebaan en op de zoektocht naar mijn sprintvezels. Deze zoektocht verliep naar mijn gevoel best goed en het starten ging elke training een beetje beter. Op vrijdag 18 februari trapten we af met de eerste 500 meter van het weekend. De trainingen ervoor had ik veel gewerkt aan mijn start en ik wist dan ook goed waar ik op moest letten tijdens mijn race. Dit betaalde zich eigenlijk gelijk uit en voor het eerst sinds vier jaar wist ik weer 11.3 te openen. Toen ik na mijn opening de eerste bocht inging, riep de speaker mijn opening om en vanaf dat moment was mijn focus verdwenen. Zó blij was ik weer eens een goede opening te hebben, zeker omdat tijdens de landelijke plaatsing van drie weken eerder mijn opening juist de zwakke schakel was. Toen ik op de kruising ook nog eens mijn tegenstandster na een lastige wissel overkruiste, was de focus definitief verdwenen en hierdoor viel mijn rondetijd nogal tegen. Niet dat ik hier heel erg van baalde, want ondanks de slechte(re) ronde had ik wel weer mijn eerste 40’er genoteerd en daarbij resteerde er zondag nog een 500 meter. Met een goed gevoel stond ik dan ook aan de start van de 1000 meter op zaterdag. Wederom had ik een hele goede opening, maar op de twee rondes die volgden kon ik helaas geen potten breken en mijn eindtijd viel een beetje tegen. Zowel mijn trainer als ik hadden er allebei meer van verwacht, dus het doel voor zondag was duidelijk: alles uit de kast halen! Met dit doel ging ik ook van start op de tweede 500 meter van het weekend. Ik was echt heel goed weg en kroop goed in elkaar om te gaan schaatsen. Halverwege de opening ging het echter mis doordat ik mijn punt in het ijs stak en zo lag ik plotseling voorover op het ijs. Ik was volledig overdonderd en snapte er niet veel van, maar niettemin reageerde ik snel en stond ik na een korte pirouette snel op om mijn rit te vervolgen. Achteraf vraag ik me wel af waarom ik precies volle bak doorreed, maar op dat moment dacht ik er niet over na en ging ik gewoon. Verrassend genoeg was mijn eindtijd niet eens dramatisch (45.96) en mijn rondje van 31.6 was met een opening van 14.3 extreem snel. Wonder boven wonder viel het eigenlijk wel mee hoe erg ik baalde van mijn valpartij. De 50 meter die ik gereden had waren zó goed gegaan dat ik daar gewoonweg een heel goed gevoel aan over had gehouden. Toen ik hoorde dat mijn tegenstandster 11.4 had geopend en ik aanzienlijk voor had gelegen toen ik viel baalde ik wel even, want dat betekende dat ik waarschijnlijk 11.2 zou hebben geopend… Maar niettemin kon ik snel mijn vizier weer op de 1000 meter richten. Echter was na deze 1000 meter de teleurstelling wél groot. In tegenstelling tot de voorgaande 500 meter ging er op de 1000 meter niets écht goed. Technisch was het allemaal prima in orde, maar vooral in de bochten kon ik niet de ontspanning en druk vinden die ik tijdens het inrijden wel gevoeld had en dat gevoel is zó frustrerend; niet eruit kunnen halen wat er wel inzit.


Gelukkig kende het toernooi wel een hele leuke afsluiter, namelijk de teamspint. Samen met mijn teamies Pien en Pien deed ik daar een poging de winst te pakken. Dat dit lukte maakte mijn teleurstelling van de ritten ervoor een stuk minder erg. Met zijn drieën op het hoogste treetje van het podium, hoe leuk is dat!? Die avond bleef ik nog slapen in Enschede en de dag erna reed ik met een vriendin terug naar huis. Mentaal was ik na het weekend goed gesloopt, dus meer dan een uurtje stretchen heb ik die maandag niet gedaan. Dinsdag was de tank nog steeds een beetje leeg en dus besloot ik woensdag pas weer echt het ijs op te geen. Het shorttrackijs, om precies te zijn. Want dat is wat ik de komende weken het meeste ga doen in aanloop naar het NK junioren shorttrack half maart. Er wachten nog wel een aantal langebaanwedstrijden, maar de meeste uren zullen op het shorttrackijs zijn, zodat ik het seizoen hopelijk met een leuk en goed NK af kan sluiten.



‘Back to the roots’ met een wedstrijdje op Amsterdam
In vergelijking tot de wedstrijden die ik heb gereden stelt het niet veel voor, maar afgelopen weekend kon ik eindelijk weer een keer meedoen met de clubkampioenschappen op Amsterdam. Een leuke bijkomstigheid en een gezellige wedstrijd. Ik was dit jaar nog helemaal niet op Amsterdam geweest, maar het was toch echt een beetje thuiskomen. Dit kwam uiteraard ook door het weer, want het was lekker koud en er was geen regen. Het was dan ook een leuke avond en op de 1000 meter reed ik ook een baanrecord, dus dat was sowieso een lekkere opsteker. Dit zijn toch wel de soort wedstrijden die het plezier in schaatsen hoog houden, want er staat geen druk op en het doel is gewoon om plezier te maken en lekker te rijden. Zo aan het einde van het seizoen is dat toch waar ik het meeste mee bezig probeer te zijn.
Daarnaast ben ik ook druk bezig op een rijtje te krijgen hoe ik alles komend seizoen ga doen. Wat wil ik en wat zijn mijn mogelijkheden met schaatsen en hoe wil ik schaatsen en studeren gaan combineren? En de combinatie van langebaan en shorttrack, hoe zit het daarmee? Allemaal vragen waar ik komende weken antwoord op moet gaan vinden en die allemaal met heel wat mitsen en maren komen. Afgelopen jaren heb ik hier nooit over na gedacht of over na hoeven denken, maar nu ik neo-senior word is dat anders en dus zal ik de komende weken veel na gaan denken en praten met anderen, om zo tot een plan voor volgend jaar te komen. Een plan waar ik vertrouwen in heb en een plan dat ervoor zorgt dat mijn plezier en drive voor de sport alleen maar groter wordt.