Een wisselvallige eerste seizoenshelft

Optimistisch sloot ik vorige keer mijn blog af met een vooruitblik naar de Residentie Cup. ‘Ietwat verkouden’ schreef ik erbij, maar voor de rest keek ik vooral uit naar het neerzetten van goede ritten en misschien wel plaatsing voor de Junior Worldcups.

Grote domper
Had ik dat blog twee dagen later geschreven, dan was het einde heel anders geweest, want de dag na terugkomst uit Inzell lag ik geveld door ziekte op bed. Koppig had ik alsnog geprobeerd even te tacxen, maar na twintig minuten kreeg ik amper zuurstof en moest ik toch inzien dat ik ziek was. Gelukkig bleek uit een PCR-test wel dat ik geen corona had, maar dat was dan ook het enige positieve van de situatie. Vrijdag was de stand van zaken eigenlijk nog hetzelfde en ik zag al gebeuren dat ik dat weekend niet van start kon gaan. Het enige wat ik die avond gedaan heb is tien minuutjes een beetje spinnen, maar dat had al best een grote impact op mijn ademhaling. Zaterdagochtend, de dag van de 500 en 1500 meter, was ik nog steeds verre van beter, maar na overleg met mijn coach hebben we toch besloten dat ik zou rijden. Al was het alleen maar om me rechtstreeks te plaatsen voor het NK Junioren Allround, want plaatsing voor de Junior Worldcups had ik toen allang uit mijn hoofd gezet. 

Op de één of andere manier ging de 500 meter verrassend goed. Ik reed mijn beste tijd van het seizoen en werd hiermee zesde. Op een baan als Den Haag zo’n tijd rijden terwijl ik nog ziek was, had ik echt niet verwacht. De 1500 meter die volgde ging naar omstandigheden ook niet slecht, hoewel het laatste rondje echt iets te veel van het goede was. Wel werd ik vijfde, waardoor rechtstreekse plaatsing voor het NK al bijna veiliggesteld was. Zondag sloten we het weekend af met een 3 kilometer in Utrecht. In tegenstelling tot zaterdag was deze rit één lange martelgang. Ik was gewoonweg totaal niet hersteld van de inspanning van de dag ervoor en ik was blij toen mijn rit voorbij was. Een zevende eindtijd was uiteindelijk het resultaat, wat een vijfde plaats in het algemeen klassement en plaatsing voor het NK Junioren betekende. Natuurlijk was ik blij dat ik me rechtsreeks had weten te plaatsen, maar de teleurstelling was ook groot. In Inzell voelde ik me echt goed, reed ik makkelijk snelle rondjes en ik had echt als plan er te staan op de Residentie Cup en mee te strijden voor de Junior Worldcups. Maar daar was natuurlijk geen sprake meer van geweest. Niettemin wist ik wel dat ik tevreden moest zijn, want vrijdagavond was het überhaupt de vraag of ik dat weekend wel zou kunnen starten en ik had ook nog eens boven verwachting gereden op de eerste dag. 

Foto gemaakt door Hanneke Mennens

Kraantje Lek in Haarlem
Na het weekend van de Residentie Cup had ik even tijd om uit te rusten en uit te zieken, voordat het weekend erop de Kraantje Lek wedstrijd in Haarlem op me wachtte. Hoewel ik mij nog niet helemaal op en top fit voelde, was het een erg leuk weekend, niet in de laatste plaats omdat het op onze thuisbaan Haarlem was. Op de sprintafstanden wist ik me telkens naar een goede klassering te rijden. De 1500 meter en 3 kilometer waren niet om over naar huis te schrijven, maar dat was ook niet raar, na bijna een week gekwakkeld te hebben met mijn gezondheid. Alle vier de ritten samen leverden me uiteindelijk een veertiende plek in het eindklassement op. Alles in ogenschouw genomen een prima uitslag en tevens was ik ook de eerste juniore A van het wel redelijk uitgedunde deelnemersveld. 

Evalueren kun je leren
Terugkijkend op de Residentie Cup en de Kraantje Lek is er één ding dat duidelijk is en dat is dat ik echt moet werken aan de indeling van mijn 3 kilometer. Want ook al was ik beide races niet in goede doen, mijn rondetijden schommelden veel te veel op en neer en wat betreft gevoel kon ik telkens slecht een inschatting maken van de rondetijden die ik aan het rijden was. Doordat ik vanaf het begin dat ik 3 kilometers rijd vaak hard begon en met een oplopend schema reed, is het wennen om mijn races nu anders in te gaan delen en om een meer steady te rijden. Dat gaat dus nog wel even de nodige oefening vergen, maar is daarnaast ook een hele leuke uitdaging. 

Corona, je wordt bedankt…
Na vier weken die in het teken stonden van rondjes op de vierhonderd meter baan, ruilde ik mijn langebaanschaatsen weer even om voor de vaste ijzers. Er kwam namelijk weer een Starclasswedstrijd aan en daarom was het wel zo fijn weer even wat gevoel te krijgen voor de kortere bochtjes. Helaas gooide Corona al snel roet in het eten, want de Zwitsers besloten de grenzen dicht te gooien voor mensen uit Nederland en daardoor konden wij niet afreizen naar het Zwitserse Luzern. Uiteindelijk werd zelfs de wedstrijd afgelast, omdat ook andere landen niet meer konden komen. 

Na de corona-afgelasting van de Starclass, gingen ook hier in Nederland nieuwe maatregelen in. In eerste instantie vreesden we als KTT Noordwest dat ook wij geen trainingsuren meer zouden hebben, maar gelukkig was dit niet het geval. Zowel in Haarlem als Alkmaar werden er uren gereserveerd voor ons als topsporters, zodat wij na vijven ‘gewoon’ door konden gaan met onze trainingen. Aan het begin leek het er wel op dat de geplande Holland Cups geen doorgang konden vinden, omdat deze niet onder de topsport vielen en dus niet na vijf uur verreden mochten worden. Maar ook hier werd een oplossing voor gevonden en de eerstvolgende Holland Cup in Alkmaar werd van de avonduren naar de ochtend en middag verplaatst. 

Holland Cup in Alkmaar
Tijdens deze derde Holland Cup van het seizoen waren er in principe plaatsen te verdienen voor het OKT, maar vooral was het een wedstrijd om weer nieuwe dingen te kunnen proberen en weer een wedstrijd op hoog niveau te rijden. Zelf stond ik aan de start van de 1500 meter en 3 kilometer. In verband met mijn aanhoudende liesblessure en het NK dat nog moest komen, leek het me niet verstandig om dan twee keer explosief te moeten starten op de sprintafstanden. Een verstandige keuze, merkte ik al snel. Want zelfs na de 1500 meter, waarop de start toch iets minder belangrijk is, speelde mijn lies al vervelend op. Afgezien van mijn zeurende lies was het wel een goede dag op het ijs. Ik reed een steady eerste en tweede ronde en alleen mijn laatste rondje werd getekend door teveel verval. Maar mijn eindtijd was slechts zes tienden verwijderd van mijn snelste seizoentijd van dit jaar en op het ijs van Alkmaar stemde me dat zeker niet negatief. De meeste mensen reden ook vier tot vijf seconden boven hun persoonlijke record en ik zat hier slechts drie seconden vanaf. En aangezien mijn persoonlijke record op de deze afstand al vier jaar staat, geeft dat me veel hoop voor een eerstvolgende 1500 meter op sneller ijs.  

Helaas kon ik deze goede lijn niet doorzetten op de 3 kilometer van zondag. Hoewel ik technisch wel prima reed en ook mijn bochten goed doorkwam, liepen de rondetijden op een gegeven moment echt extreem op en ik kon er gewoonweg niks aan doen. Het was niet eens alsof ik zó extreem moe was, maar het was ‘m duidelijk niet. 

Teleurstelling na mijn 3 kilometer…

Niettemin ben ik, na drie heel pittige weken op zowel de langebaan als shortrack, niet geheel ontevreden over het weekend. De 1500 meter was prima en van mijn 3 kilometer weet ik dat ik beter kan, want dat heb ik al vaak genoeg laten zien op de trainingen. Nu nog wachten totdat het er ook een keer uitkomt op een wedstrijd, want daar gaat het natuurlijk om. Een beperkende factor hierin zou mijn lies kunnen zijn. In mijn vorig blog had ik al lichtjes aangestipt dat ik hier en daar wat irritaties had. Helaas is dit nog steeds zo en op dit moment ben ik hard bezig om van deze vervelende blessure af te komen. Dit houdt in dat ik minder schaatstrainingen doe, geen volledig uur op het ijs sta en daarnaast ook niet op 100% tempo mag rijden.

Off-ice-activiteiten
Naast dat het schaatsen dus best wel goed gaat, zit ik ook lekker in mijn vel wat betreft mijn niet-sport gerelateerde leven. Ik heb drie hele leuke baantjes die elkaar qua inhoud en taken leuk afwisselen. Daarnaast ben ik ook al een tijdje bezig met mijn opleiding ST-3 (schaatstrainer niveau 3) bij de KNSB en dit bevalt me erg goed. Vooral van het deel waar je stage loopt bij een andere trainer of trainster geniet ik erg. Ik loop mijn stage namelijk bij mijn oud-trainster Thea Bervoets van de C-selectie in Hoorn en ik vind het superleuk nu training te geven aan een groep waar ik mezelf echt nog wel in kan herkennen. Tevens is het heel leuk op een andere manier te kijken naar de trainingen, want veel dingen kan ik me ook nog goed herinneren van mijn tijd daar als C’tje, maar toch vallen me nu ook dingen op die me als jonkie volledig ontgingen. 

Tot slot
Ter afsluiting nog even een stukje over de nieuwe maatregelen. Bovenstaande tekst had ik al geschreven voordat de nieuwe lockdown inging, waardoor mijn teleurstelling niet erg aanwezig is in de tekst. Echter is die teleurstelling er wel heel erg, want het NK dat over iets minder dan drie weken op de planning stond, is hierdoor afgelast. En ook terwijl ik op dit moment een beetje om mijn lies heen moet werken, was dit wel echt een wedstrijd waar ik naar uitkeek en waar ik op mijn best wilde zijn. Ik hoop dan ook heel erg dat de maatregelen na het einde van de lockdown niet verlengd worden en dat er misschien toch nog een kans komt om ons als junioren onderling te meten. Want dat is toch wel waar je het voor doet. Schaatsen is geweldig leuk en ook de trainingen zijn dat, maar een NK heeft toch altijd iets magisch…

Plaats een reactie