Blik op de toekomst

Het lijkt alweer lang geleden, maar tweeëneenhalve maand geleden bevond ik me nog in Heerenveen voor het tweede trainingskamp met langebaan. Een heel onwerkelijk idee als ik kijk naar de hedendaagse situatie rondom het coronavirus, maar destijds was de tweede besmettingsgolf pas net begonnen en konden we gelukkig nog wel op kamp. Zij het wel met een mondkapje op in- en rondom de ijsbaan. Trainingskampen blijven voor mij altijd een dingetje. Aan de ene kant kijk ik er altijd heel erg naar uit en aan de andere kant vind ik het toch elke keer weer een opgave om een week lang met dezelfde mensen in een huis te verblijven. Daarbij kwam ook nog eens dat we als startschot van het kamp onze eerste wedstrijd zouden rijden. En aangezien ik nooit zo’n fan van wedstrijden ben op een trainingskamp, was de zin in het kamp bij mij persoonlijk ver te zoeken. Na een hele zware trainingsweek op het shorttrackijs waren mijn benen bij aanvang ook al hartstikke moe. Dit, en het feit dat het ook de eerste wedstrijd van het seizoen was leverden dan ook geen flitsende tijden op. Dat gezegd hebbende waren het zeker wel tijden waar ik niet ontevreden over was. Een 42.4 op mijn eerste 500 meter van het jaar was lange geleden en ook met een 1.24 op de 1000 meter was ik best tevreden. Het was zelfs zo dat ik hierdoor bijna een beetje uit begon te kijken naar het weekend ná het kamp, want dan zouden we weer een wedstrijd rijden. 

De eerste wedstrijden Hoe raar het misschien ook klinkt, het kamp van die week was precies wat ik nodig had. De zware trainingsweken bij het shorttrack waren me namelijk niet in de koude kleren gaan zitten en de veel lagere trainingsintensiteit op het langebaanijs zorgde ervoor dat ik gedurende week steeds fitter werd. Op de tempotraining in het laatste deel van de week werd dit goed duidelijk, toen ik één van mijn snelste rondjes ooit noteerde. In tegenstelling tot de rest van mijn teamgenootjes ging ik op donderdag al naar huis. Het plan was namelijk dat ik die zaterdag een shorttrackwedstrijd zou rijden, en de dag erna dan mijn tweede langebaanwedstrijd. Om in ieder geval weer iets van gevoel terug te krijgen vond ik het wel zo verstandig om in ieder geval nog een keertje te shorttracken voorafgaand aan deze eerste shorttrackwedstrijd. Achteraf gezien had ik mezelf deze moeite ook wel kunnen besparen. Ik was op basis van mijn tijden van vorig schaatsseizoen namelijk ingedeeld in een hele lage divisie. Voor mij betekende dit dus geen competitie en hoogstwaarschijnlijk drie 1000 meters alleen op kop rijden. Wisselen naar een hogere divisie was niet meer mogelijk, bleek de ochtend van de wedstrijd. Met het oog op de langebaanwedstrijd de dag erna besloot ik dan ook om slechts één keer aan de start te verschijnen om een tijd neer te zetten en me daarna af te melden. Een grote domper en ik voelde me die heel dag ook nog naar en verdrietig. De dag erna was dit echter niet terug te zien in mijn explosiviteit op de 500 meter, want ik reed bijna een seconde sneller dan de week ervoor en kwam in 41.4 over de finish. Dat ook Thialf weer een beetje aan het wedstrijdritme moest wennen bleek wel, aangezien mijn tijd een handtijd was, welke ik pas aan het einde van de wedstrijd te horen kreeg. Maar dit kwam voor mij niet verkeerd uit, want deze tijd maakte mijn mislukte race van mijn drie kilometer een beetje minder erg. Ik denk dat ik nog nooit zo’n zware 3 kilometer gereden heb. Van tevoren hadden Sjoerd (mijn trainer) en ik een raceplan gemaakt, dat heel anders was dan mijn normale manier van rijden. Dat dit niet werkte was na twee rondjes al duidelijk, wat leidde tot nog vijf rondjes extreem afzien en een eindtijd die ik snel weer wilde vergeten. Maar gelukkig kwam mijn tijd van de 500 meter pas na mijn 3 kilometer en dus overheerste toch een tevreden gevoel. Dit gevoel was ook de week erop nog best aanwezig, want wederom noteerde ik een goede tijd op de 500 meter, slechts een tiende langzamer was dan mijn snelste rit van dit seizoen. Op de daaropvolgende 1500 meter was meer aan te merken, maar 2.06 na een zware trainingsweek kon me niet geheel ontevreden stemmen. Met alle verbeterpunten die er nog te vinden waren in mijn races kon het niet anders dan dat het de komende wedstrijden alleen maar beter zou gaan…. 

Dat was toen mijn hypothese en dat is het tot op het moment dat ik dit blog schrijf nog steeds. Want vanaf dat wedstrijdweekend liepen de coronacijfers snel op en werd sporten in groepen verboden en was van wedstrijden in Heerenveen al helemaal geen sprake meer. Gelukkig hebben wij als KTT’s het voordeel dat we een topsportstatus hebben, waardoor we wel gewoon door kunnen trainen als groep en ook tijdens het schaatsen in treintjes mogen rijden. Met KTT Noordwest hebben we in de tussentijd zelfs een officieuze wedstrijd kunnen rijden op Haarlem, waarbij wij zestien de enige deelnemers waren. 

International Invitation Cup Daar waar met langebaan door alle wedstrijden gelijk een streep werd gezet, was dit bij het shorttrack echter niet het geval. Sterker nog, wij werkten toe naar één van de meest belangrijke nationale wedstrijden die er voor junioren zijn. Elk jaar organiseert de KNSB namelijk de International Invitation Cup (IIC). Dit is een wedstrijd waarbij shorttrackers uit de hele wereld naar Nederland komen om met het NTS (de nationale shorttrackselectie) een wedstrijd te rijden en hieraan mogen ook altijd een aantal rijders van KTT’s meedoen. Heel speciaal natuurlijk, want op die manier krijgen wij de kans om tussen de internationale top te rijden. Hoewel de wedstrijd dus wel door zou gaan, was aan het deelnemersveld zeker te merken dat er een pandemie gaande was; de hele Italiaanse en Canadese equipe had al afgezegd en ook andere landen waren karig vertegenwoordigd. Voor ons als KTT-rijders kon dit de pret echter niet drukken. Wie er mee zouden mogen doen zou worden bepaald aan de hand van aan timetrial over zes rondjes vanuit staande start. Omdat we met langebaan geen wedstrijden in het vooruitzicht hadden en met shorttrack dus wel, stond ik die week elke ochtend op het shorttrackijs. Dit wierp zijn vruchten af en resulteerde in mijn snelste rondje ooit. Die had ik in ieder geval binnen. En daar ben ik nu nog steeds blij mee, want de maandag voor de timetrial begon het namelijk te rommelen. Beginnend met het feit dat de time-trials opeens niet doorgingen en dat de trainer van elk KTT één jongen en één meisje aan mocht wijzen en de rest van de kandidaten uit zou worden gekozen door een commissie. Deze mededeling werd gevolgd door de boodschap dat de coronatest die we die maandag hadden gedaan niet geldig was en dat iedereen die in eerste instantie mee zou doen aan de timetrials die woensdag verplicht in Heerenveen een nieuwe test moest laten doen. Waarom precies bleef onduidelijk, zeker aangezien er van te voren was aangegeven dat de uitslag van een test 72 uur geldig zou zijn en we met een uitslag die op dinsdag binnenkwam zeker aan dit criterium voldeden. Die woensdag stond dus in het teken van een ritje naar Heerenveen en weer terug. Drie uur in de auto voor een coronatest die we twee dagen ervoor ook al gedaan hadden. Dit was wel het moment dat ik me afvroeg waar ik nou eigenlijk mee bezig was, zeker omdat de twijfel over de doorgang van de wedstrijd steeds groter werd. Donderdagochtend was er nog steeds niets bekend over wie er precies mee zouden mogen doen of over de uitslagen van de tests. Onhandig, want in het geval van doorgang zou de wedstrijd die vrijdag beginnen. Halverwege de middag kregen we te horen dat de wedstrijd, vanwege het kleinere deelnemersveld, misschien wel ingekort zou worden tot twee dagen. Vooral veel onduidelijkheid en weinig concreets. Toen later die dag duidelijk werd dat twee Poolse schaatsers een positieve uitslag hadden van de coronatest wisten we eigenlijk wel hoe laat het was, maar toch duurde het tot die avond half elf dat het officiële bericht kwam dat de IIC inderdaad niet doorging. Hartstikke balen, natuurlijk. Toch was het geen extreem grote teleurstelling want met alle ruis van de dagen ervoor was iedereen er al een beetje van uit gegaan dat de wedstrijd gecanceld zou worden.  Om de frustratie een beetje kwijt te raken hebben we die vrijdag met zijn allen een potje ijshockey gespeeld. Heerlijk om even alles van je af te spelen en ik denk dat het lange geleden is dat ik zo gesloopt van het ijs af kwam.

En nu… Maar met het cancelen van de IIC was ook mijn laatste vooruitzicht op een wedstrijd verdwenen en daarmee ook het enige doel op de korte termijn. Mijn tijden van de eerste wedstrijden waren niet snel genoeg om me geplaatst te hebben voor het NK-afstanden en door de KNSB Cups stond ook een dikke streep. Dit zorgde ervoor dat ik een verrassende ontdekking deed over mijn relatie tot schaatswedstrijden en de rol die ze spelen in mijn motivatie. Tot dit jaar was ik er altijd van overtuigd geweest dat ik geen wedstrijdpersoon ben. Hoewel ik een aantal keer Nederlands kampioen geworden ben en dit zeker heel erg mooi vond, waren wedstrijden nooit momenten waar ik heel erg blij van werd en ik was eigenlijk altijd blij als de wedstrijd erop zat. Technisch stappen maken op een training gaf me veel meer voldoening. Ik zei altijd dat ik ‘als ik goed zou kunnen zijn in schaatsen zonder daarvoor wedstrijden te hoeven rijden, ik dat zeker zou doen’. Iets wat niet helemaal waar blijkt te zijn, wat ik me realiseerde in de week na de afgelasting van de IIC. Deze wedstrijd had me namelijk een doel gegeven om naartoe te werken, waardoor ik onbewust toch een motivatieboost gekregen had. De week erna merkte ik pas hoe erg me dat gemotiveerd had, want door het wegvallen van wedstrijden viel er opeens ook een groot stuk motivatie weg. Bij het zien van een zware training in het programma vroeg ik me af waarom we dit eigenlijk deden en ik stapte met steeds minder zin op de fiets. Hoewel ik al mijn trainingen wel gewoon bleef doen en ook nog helemaal tot het gaatje kon gaan, miste ik toch de scherpte die ik in een normaal wedstrijdseizoen wel heb. Blijkbaar heb ik die wedstrijden dus toch nodig om mezelf te kunnen blijven motiveren. Want, hoewel ik er nog steeds zeker van ben dat het rijden van wedstrijden niet iets is waar ik blij van word, vind ik het nu lastiger om mezelf te motiveren voor training dan in een normaal seizoen. Bijkomend is ook dat ik dit jaar voor het eerst junior A ben en dus ook de mogelijkheid zou hebben gehad me te plaatsen voor de junioren World Cups, wat ook niet meer kan aangezien deze tot nu toe allemaal gecanceld zijn. Als sinds ik pupil ben zijn deze Worldcups iets wat me geweldig leek en dat deze nu niet doorgaan is dan ook een grote domper. 

Blij ben ik dan ook met de afleiding die het lesgeven op de langebaan me biedt. Sinds halverwege vorig jaar ben ik namelijk begonnen om op woensdagochtend, aansluitend op mijn eigen training, les te geven bij Duosport in Utrecht. Iets waarmee ik dit jaar weer met veel plezier ben doorgegaan en waar ik elke week weer naar uitkijk. Het feit dat ik mensen kan helpen beter te worden in mijn favoriete sport en de vooruitgang die elke week weer te zien is, geven me heel erg veel voldoening. Naast de afleiding van het lesgeven bood ook de SE-toetsweek op school van afgelopen dagen me meer dan genoeg afleiding. Door het vele leren en de drukke dagen had ik even geen tijd om stil te staan bij de vooralsnog lege schaatskalender. 

En hoewel deze toetsweek nu weer voorbij is, merk ik dat mijn motivatiedip een stukje minder is dan afgelopen weken. Ik zal niet ontkennen dat ik de afgelopen dagen echt niet altijd zin had om te trainen, maar de aversie die ik op een gegeven moment voelde is voorbij. In plaats van enkel te zien wat er niet was (wedstrijden en concrete doelen) zie ik nu steeds meer wat een dergelijk seizoen me te bieden heeft. Want natuurlijk baal ik dat alle World Cups voor junioren A niet doorgaan, maar daartegenover staat dat deze gaten mij de mogelijkheid geven mezelf nog meer te ontwikkelen. Dat ze me de mogelijkheid geven om sterker te worden, technische mankementen grondig aan te pakken en mijn conditie nog meer te verbeteren. En daarnaast heb ik het geluk dat ik nog altijd de sport mag beoefenen die ik het liefste doe, ook in tijden van corona. 

Plaats een reactie