Op zoek naar mezelf tijdens Corona

Het is alweer september 2020. Ruim vier maanden verder sinds mijn laatste blog van 6 april. En wat is er in de tussentijd veel gebeurd. En dan heb ik het zowel over persoonlijk vlak als over alle hectiek rondom het coronavirus. Laat ik beginnen bij het begin, en dat is bij het moment dat ik mijn rustperiode in ging. Normaal gesproken is dit een periode van ongeveer twee tot vier weken waarin je niet tot vrij weinig traint. Een tijd waar ik eigenlijk altijd wel naar uitkijk, want door de drukte in januari en februari vallen de laatste weken van het seizoen me altijd zwaar. Echter was er deze keer ook een andere reden die maakte dat ik ernaar uitkeek met m’n rustperiode te beginnen. Voor mij betekende deze rustperiode namelijk ook rust in mijn hoofd, met daarbij meer tijd en ruimte om goed aan mezelf en aan herstellen te werken. En dan heb ik het niet over fysiek herstellen van alle wedstrijden en trainingen, maar dan schrijf ik over mentaal herstellen – weg van de laatste restjes eetstoornis. In de laatste maanden van het seizoen speelden deze namelijk weer vrij vaak op, waarschijnlijk doordat ik heel weinig rust en tijd voor mezelf had. Mede daardoor presteerde ik op het NK shorttrack dan ook niet zoals ik graag gezien had; ik was te veel gevangen in mijn eigen hoofd en gedachten. De rustperiode kwam dan ook als geroepen. Op de één of andere manier had ik het idee dat, als deze periode voorbij zou zijn, ik op wonderbaarlijke wijze zowel fysiek als mentaal veel verder zou zijn. Maar zo werken dingen natuurlijk niet en daar kwam ik al vrij snel achter. Daar waar ik van tevoren dacht dat een periode van niks doen me rust zou brengen, werd ik er eigenlijk alleen maar onrustig van. Want wat moest ik met al die tijd? En hoe moest ik in beweging blijven, nu ik geen training meer had? Het tegenovergestelde van mijn verwachtingen was waar, mijn hoofd en de gedachtes werden alleen maar luider en ik wist echt niet waar ik het moest zoeken.

Dat was het moment waarop Corona om de hoek kwam kijken en me een helpende hand reikte. Want waar voor veel mensen het virus vooral iets negatiefs was, heeft de quarantaine die volgde op de infectie-uitbraak voor mij enkel positieve effecten gehad: In de eerste week van quarantaine werd de onrust die er eerst ook al was alleen maar meer. Het idee van thuis zijn en niet eens meer naar school fietsen maakte me bijna bang en de onduidelijkheid over de weken die zouden volgen hielp ook niet mee. Maar, naarmate de dagen vorderden, vond ik steeds een beetje meer rust. In plaats van dat ik uren gevangen zat in mijn eigen hoofd, leidde ik mezelf af door wandelen met mijn moeder, mijn lieve hond Yuna en deed ik wat betreft school alles op de manier zoals voor mij het beste werkte. Tijdens de wandelingen belde ik meer dan eens met topcoach Isabel van Isapower, om alles wat me dwars zat te bespreken en aan te pakken. Ook helpend was dat ik mezelf voor kon houden dat iedereen in hetzelfde schuitje zat en dat iedereen moest dealen met dezelfde onzekerheden en restricties. Daardoor kon ik de, noem het maar bewegingsdrang, opeens loslaten. Ik hoefde niet meer bang te zijn dat anderen een voorsprong op zouden bouwen door eerder te beginnen met trainen en doordat al deze dingen even geen betekenis meer hadden had ik opeens wel tijd om naar mezelf te kijken en op zoek te gaan naar wat mij zou helpen. Ook leerde ik mezelf kennen zonder sport. Want hoewel ik zeker al wist dat ik schrijven leuk vond, kwam ik er in deze tijd pas achter dat schrijven iets was waar ik mijn hele ziel en zaligheid in kwijt kon. Samen met twee andere klasgenootjes en onze docente Nederlands kwam ik op het idee columns te gaan schrijven over ons leven in quarantaine. De geschreven columns bespraken we dan via Zoom, dan wel ‘s avonds laat of zelfs in het weekend, zó leuk vonden we het. Deze momenten zorgden voor een fijne afwisseling in de online lessen en zorgden er ook voor dat ik mezelf leerde waarderen zonder sport (de columns zijn te lezen op https://columnisteninquarantaine.wordpress.com).

Dit was het begin van de periode die gemaakt heeft dat ik sta waar ik nu sta. Want het doel was immers nog altijd om bij het uitkomen van mijn rustperiode weer volop terug te zijn. En dat is denk ik wel gelukt, zij het dan dat mijn geplande rustperiode van twee weken veranderde in zeven weken. Om er zeker van te zijn dat ik mezelf niet zou tegenwerken benaderde ik een sportdiëtiste om zo een plan te maken voor de weken die zouden volgen. Opdat ik niet meer een halve Yael zou zijn en bij het uitkomen van die twee (lees: zeven) weken weer volledig mezelf was. Daarbij had ik ook heel erg goed contact met mijn trainers Sjoerd (KTT Noordwest) en Niels (KTT Midden) die me allebei de tijd gaven die ik nodig had. Pas toen ik aangaf er zelf klaar voor te zijn, zijn we langzaam begonnen weer wat trainingen te doen. Hoewel ‘gelukkig’ misschien niet het goede woord is, is het voor mij zeker waar en toepasselijk, als ik het heb over de lang durende quarantaine. Ik zou namelijk echt niet weten of ik er ook zo voor zou staan als deze een stuk korter zou hebben geduurd. 

In ieder geval kon ik, toen eenmaal duidelijk was dat topsporters weer samen mochten trainen, gelijk aansluiten bij allebei mijn teams. Allemaal dankzij de fijne opbouw, zonder ‘moeten’.  En daarbij merkte ik al gelijk een groot verschil. Daar waar ik vorige zomer schril afstak tegen mijn teamgenoten, stond daar nu weer een echte sporter. Iemand die niet enkel kon verliezen, maar die kon vechten en steeds sterker werd. Ik beleefde opeens weer plezier aan fysiek en mentaal slopende trainingen en hoewel de explosiviteit nog veel te wensen overliet zag ik in ieder geval weer heel veel mogelijkheden. Één van de momenten die me van deze tijd nog het beste bijstaat is tijdens een sprongen/hardlooptraining in de Soesterduinen. Voordat ik twee jaar geleden met mezelf in de knoop kwam, waren hardlooptrainingen in het zand dé momenten waar ik volledig in mijn element was. Dat was al lang niet meer zo geweest, maar al vanaf de eerste keer daar in die duinen was dit gevoel terug. In plaats van achteraan te lopen, volgde ik de jongens en kon ik het ze zelfs lastig maken. Dat was voor mij echt een moment waarop ik me realiseerde hoe ver verwijderd van de oude Yael ik afgelopen winter nog was en hoe fijn het was om die Yael nu wel weer te zijn. 

Corona heeft mij persoonlijk dus vooral veel gebracht. Toen de zomervakantie inging, merkte ik echter wel opeens hoe moe ik eigenlijk was. De laatste week voor de vakantie hadden we namelijk onze eerste SE-week op school gehad en daardoor waren mijn dagen echt enkel en alleen gevuld met leren, trainen en toetsen maken. De eerste week van de vakantie kwam ik dan ook enkel mijn bed uit om te trainen. Gelukkig was daar altijd nog mijn lieve moeder, die me na een aantal dagen een schop onder m’n kont gaf en beval leuke dingen te gaan doen. Thanks mam. Want daardoor ben ik, naast het feit dat ik ben begonnen met autorijlessen, ook weer een week in België geweest om daar te werken op een camping. Voor velen waarschijnlijk niet zo’n groot ding, maar voor mij wel, omdat de laatste herinneringen op die plek doordrenkt zijn met mijn eetstoornis. Dus daar waar ik thuis nu weer bekend stond als Yael, had ik daar voor mijn gevoel nog heel erg het ‘het meisje met …’ als label. Het idee van weer naar België gaan, bracht dan ook veel onzekerheden met zich mee. Hoe eng je dingen kan maken door je eigen gedachten bleek maar weer toen ik daar aankwam en me gelijk weer meer dan welkom voelde. Alle zorgen over mijn zogenaamde label waren verleden tijd toen ik iedereen daar weer zag. Als vanouds werd het een week om niet te vergeten!

Laten we het persoonlijke ontwikkelingsdeel even achter ons laten, en kijken naar de meer trainingsgerelateerde dingen die ik in de vakantie heb gedaan. Twee dagen nadat ik terugkwam uit België, vertrok ik namelijk naar Thialf met mijn shorttrackteam, KTT Midden. Voordat ik naar België ging, hadden we al drie keer op het ijs gestaan, maar die week zou onze eerste volle ijsweek worden. Normaal gesproken trainen we in de zomer namelijk op de Vechtsebanen in Utrecht, maar door het coronavirus was het niet rendabel genoeg om daar een ijsvloer neer te leggen. 

We verbleven tijdens het kamp week in een huis dat normaal gesproken verhuurd wordt aan groepen van zestig personen. Helemaal coronaproof, dus, met iedereen een eigen badkamer. Elke ochtend vertrokken we op de fiets naar de ijsbaan, waar we dan twee uur op het ijs stonden en aansluitend vaak nog een krachttraining of een andere training deden. Een zware, maar vooral heel leuke week die me wederom in liet zien hoe ver ik gekomen was, aangezien ik alles zonder al te veel moeite meedeed.

 

Zoals ik eerder in dit blog ook al schreef, train ik komend seizoen weer bij twee teams waarbij ik langebaan en shorttrack combineer. Langebanen doe ik onder leiding van Sjoerd Geraerts bij KTT Noordwest en shorttracken onder toeziend oog van Niels Kerstholt bij KTT Midden. Aangezien het twee verschillende teams zijn, vallen de trainingskampen dus ook op andere momenten. Het toeval wilde dat het trainingskamp van KTT Noordwest gelijk aansloot op het kamp van KTT Midden. Nog toevalliger was dat ze hetzelfde huis gehuurd hadden, wat betekende dat ik de vrijdag waarop Midden vertrok, mijn spullen dus kon laten staan. Handig! Iets minder handig was het feit dat Midden die maandag weer terug zou komen voor een tweede kamp en ik dus een dubbele agenda zou hebben als ik beide kampen mee wilde doen. Dit was echter geen enkel probleem, want zowel Sjoerd en Niels gaven me de ruimte een combinatie te doen waarbij ik om de dag kon shorttracken en de dag erop weer op het langebaanijs stond. Voor mij was dit de eerste keer dat ik een kamp op een dergelijke manier indeelde, maar het beviel me heel erg goed. De afwisseling zorgde voor fijne prikkels, de wisseling van groep naar groep gaf telkens een andere dynamiek en als ik de dag ervoor gelangebaand had, ging het shorttracken eigenlijk veel beter. Wel was ik bij thuiskomst helemaal gesloopt. Ik kan je vertellen dat veertien dagen onafgebroken trainen je niet in de koude kleren gaat zitten. En hoewel ik dus moe was, overheerste voornamelijk een blij en voldaan gevoel. Want het feit dat ik die twee weken überhaupt vol heb kunnen houden, was me die vermoeidheid meer dan waard! 

De maandag nadat ik thuis was gekomen stond de volgende uitdaging alweer op me te wachten: school ging van start. Dat was iets waar ik me best wel zorgen om gemaakt had. Tijdens corona en het thuiswerken had ik namelijk voor het eerst heel weinig stress ervaren bij het combineren van sporten en school en ik was bang dat ik die rust weer volledig kwijt zou raken als ik terug zou zijn in de schoolbanken. Helpend voor deze overgang was gelukkig dat de eerste anderhalve week van school vooral in het teken zou staan van voorbereiden op de presentatie en inlevering van ons profielwerkstuk. In januari 2020 waren we met dit werkstuk begonnen en voor de vakantie moesten we de voorlopige versie inleveren. Tijdens de vakantie waren we dan nog vrij er dingen in te verbeteren en op donderdag 3 september heb ik mijn presentatie erover gegeven. Vooraf dacht ik dat ik er vooral naar uitkeek omdat ik dan klaar zou zijn met het werkstuk en aller eromheen. Maar toen ik eenmaal mijn verhaal aan het vertellen was, merkte ik pas hoe erg ik ervan genoot om anderen te vertelllen over mijn onderwerp. Misschien niet heel relevant voor een blog dat in het teken staat van mijn sportieve prestaties, maar voor mij wel van genoeg waarde het hier te melden. Want ook een dergelijke drive vanuit mezelf was lang geleden en dus wederom een persoonlijke overwinning. 

En nu zijn we alweer aangekomen bij september en gaat het schaatsseizoen bijna van start. Sinds drie dagen ligt er weer ijs op de Vechtsebanen en staan we vanaf deze week vijf ochtenden om acht uur ’s ochtends op het ijs. Om eerlijk te zijn kijk ik daar wel een beetje tegenop, zeker omdat ook school nu weer volle bak van start gaat en de eerste SE-week dichterbij komt. Maar deze lichte tegenzin komt denk ik ook voort uit onzekerheid. Onzekerheid voor wat deze ijsuren mij kunnen gaan brengen. Want, hoewel ik mezelf nog zeker niet 100% bevrijd wil en kan noemen, durf ik wel te zeggen dat ik er nog nooit zo dicht bij ben geweest. En dat brengt ook kansen met zich mee. Kansen om mezelf te ontwikkelen en erachter te komen wat ik nou eigenlijk écht kan. En dat gevoel, dat heb ik lang niet gekend. En ik ben dankbaar dat ik dat nu wel weer mag ervaren.  Hoe komend schaatsseizoen ook gaat zijn. Mét of zonder wedstrijden, mét of zonder daverende prestaties, de afgelopen maanden pakt niemand meer van mij af.

 

Foto’s gemaakt door: Martin de Jong

2 reacties

  1. Marijke's avatar

    TOPPIEEEE

    Like

  2. Frank Schenk's avatar

    Mooi geschreven. Fijn om te lezen (én te zien 🙂 ) dat alles weer op de rails begint te komen. Veel succes!

    Like

Plaats een reactie