Vanuit een diep dal nu weer met plezier op weg naar de top

Terwijl ik begin met het schrijven van dit blog zit ik in de auto op weg naar Inzell voor een tiendaags trainingskamp met mijn langebaanteam. En ik hoor jullie al denken; welk langebaanteam en waarom heb je al zo lang geen blog gepubliceerd? Op de eerste vraag is een makkelijk antwoord te geven. Ik rijd sinds dit seizoen namelijk bij RTC-Noordwest, onder leiding van Sjoerd Geraerts. De tweede vraag is echter niet in één zin te beantwoorden, aangezien dit een heel gecompliceerde reden heeft.

Om hier een sluitend antwoord op te geven moeten we een aantal maanden, einde van het seizoen 2018-2019, terug in de tijd. Om precies te zijn naar het NK-Shorttrack in Leeuwarden. Voor mij was dit de laatste wedstrijd van een niet zo leuk en succesvol seizoen. Het schaatsen is geen moment écht goed gegaan en door griep moest ik me noodgedwongen afmelden voor het NK-Allround. Natuurlijk had ik me weten te plaatsen voor het EYOF en hebben we met het relayteam een bronzen medaille weten te winnen, maar mijn tijd in Bosnië-Herzegovina was niet om over naar huis te schrijven. En dit lag niet aan de teamgeest of aan de totale entourage. Dit lag aan mezelf. Ik was er namelijk met mijn gedachten niet helemaal bij. Mijn hoofd vulde zich met stress en gedachten die voornamelijk over eten gingen. Ik was namelijk bezig een eetstoornis te ontwikkelen. Dé reden achter mijn blogstilte van afgelopen zomer. Een persoonlijk verhaal om op te schrijven. En zeker ook iets waar ik lang over heb getwijfeld. Maar naar aanleiding van alle vragen en ook de liefdevolle reacties over het feit dat ik weer terug op het ijs ben, hebben me doen besluiten om dit toch te doen. Ten eerste omdat ik graag alle onduidelijkheden uit de lucht wil halen, maar ook omdat ik hoop dat ik met mijn verhaal misschien ook anderen kan helpen.

Hoe het allemaal begon
Het winterseizoen van 2018-2019 was, zoals ik al schreef, een niet al te best seizoen geweest. Dit had te maken met een aantal factoren; ik ging van drie naar vier vwo, wat veel stress met zich meebracht. Ook was dit mijn eerste seizoen bij RTC-Midden shorttrack, wat betekende dat ik naast de lange schooldagen die ik maakte, ook veel meer ging trainen dan ik gewend was. Daarnaast was de communicatie tussen het langebaan en shorttrack vrij gebrekkig, waardoor ik als het ware mijn eigen weekschema’s in elkaar zette. Dit alles, samen met mijn perfectionisme, maakte dat ik verschrikkelijk veel stress ervoer. En omdat ik het gevoel had dat ik de controle aan het verliezen was, besloot ik onbewust om dan maar iets te zoeken wat ik wél kon controleren; mijn intake. Dit begon met gezond eten en het afslaan van een koekje, maar veranderde langzaam maar zeker in het obsessief bijhouden van mijn dagelijkse intake en uiteindelijk zelfs tot restricties van wat ik wel en niet mocht eten. Mijn dagen werden voor het grootse deel in beslag genomen door het invoeren van mijn eten van die dag in een app en ik voerde een constant gevecht met mijn eigen hoofd. Want uiteindelijk had ik ook wel door dat het niet gezond meer was, maar stop zeggen, dat kon ik al niet meer.

Het NK-Shorttrack was eigenlijk het punt waarop al deze factoren samenkwamen en ze ook tot een ongezond resultaat leidden. Op de 500 meter werd ik er namelijk aan alle kanten af gereden doordat mijn benen niet meer de power hadden om explosief te zijn en ook op de 1000 meter kon ik niet meer excelleren zoals ik dit eerder wel kon. Op de 1500 meter superfinale wist ik de schade redelijk te beperken doordat mijn duurvermogen nog niet echt aangetast was, maar het kwaad was al wel geschied en sinds deze wedstrijd is het eigenlijk alleen maar slechter gegaan. En snel ook. De week na het NK werden we nog wel op het ijs verwacht om onze teamgenoten die zich geplaatst hadden voor de Europacup te ondersteunen in de trainingen, maar voor mij was dit toen al echt een ‘moetje’. Het plezier van het schaatsen was verdwenen en ook had ik het heel snel koud. Ik was dan ook heel blij toen deze week erop zat en we aan onze rustperiode konden beginnen.

Als ik hierop terugkijk was deze rustperiode eigenlijk één van de slechtste dingen die ik op dat moment kon gebruiken. Het gaf mijn hoofd namelijk nog meer de kans om de focus op eten te leggen en toen de rustperiode erop zat was ik dan ook verder heen dan ooit.

Het was dan ook geen verrassing dat ik niet gelijk mocht gaan trainen. Want fysiek stond ik er verschrikkelijk belabberd voor; ik had bijna geen spieren meer over en ik was zoveel gewicht kwijtgeraakt dat al mijn kleren te los zaten.

Op verzoek van mijn trainer heb ik hierop een afspraak gemaakt met de diëtiste van ons RTC, maar de afspraken die ik met haar maakte kon ik al niet meer nakomen. Uiteindelijk kwamen we dan ook tot de conclusie dat ook dit geen zin had. Hierop heb ik in het UMC in Utrecht een inspanningstest gedaan om te kijken of ik weer wat zou kunnen trainen. De uitslagen van deze test waren natuurlijk een stuk slechter dan voorheen, maar vooralsnog wel goed genoeg om goedkeuring van de arts te krijgen om drie tot vier per week te trainen. Natuurlijk was ook dit weer een domme keus en wederom een aanleiding voor mijn eetstoornis om zich nog meer in me vast te bijten. Het om de dag trainen veranderde dan ook al snel in ‘rustig’ uitfietsen op mijn rustdagen en deze fietsritjes werden al snel uitgebreid tot anderhalf uur durende ritten. Fysiek ging ik hierdoor steeds sneller achteruit, aangezien anderhalf uur fietsen op een halve banaan en zonder iets van eiwitten achteraf, je natuurlijk niet in de koude kleren gaat zitten.

Toen ik dan ook twee maanden na het einde van de rustperiode weer op het RTC in Utrecht verscheen voor een ijstraining, was ik eigenlijk al te zwak om ook maar normaal op mijn schaatsen te kunnen staan. Laat staan dat ik een goede bocht kon rijden. Maar maakt dit me dan niks uit? Vond ik het dan niet erg dat ik er aan alle kanten af gereden werd? Natuurlijk wel, maar doordat ik al zo’n ondergewicht had, had mijn lichaam alle energie nodig om ervoor te zorgen dat ik bleef functioneren en dus had ik mijn emoties als het ware buitengesloten. Zelfs het feit dat ik niet eens meer normaal over kon stappen zonder door mijn benen te zakken, deed me helemaal niks meer. Het schaatsen was op dit moment voor mij ook niks anders meer dan een manier om zoveel mogelijk calorieën te verbranden. Het plezier was allang verdwenen en tijdens de momenten op het ijs telde ik letterlijk de minuten af naar het einde van de training.

Natuurlijk wist ik dat ik helemaal verkeerd bezig was en natuurlijk wilde ik dit niet, maar ik was zelf niet meer bij machte om op de rem te trappen en kon niets anders dan zo door te gaan. Vanzelfsprekend was het voor mijn ouders een verschrikkelijke tijd. Zij zagen hun enige kind steeds verder wegzakken zonder dat zij er iets aan konden doen of zonder dat ze me ergens mee konden helpen. Daarnaast was ik ook bijna niet meer aanspreekbaar en was ik helemaal afgevlakt op emotioneel niveau. Ik was als het ware een ongevoelige pop geworden in het lichaam van een mens.

De dag van opname
Naar aanleiding van de fietstest in het UMC was er een afspraak gemaakt bij de kinderarts in het AMC Amsterdam. Het klinkt waarschijnlijk erg raar, maar voor mij was dit echt een dag waar ik naartoe leefde. Ik was namelijk moe, moe van die constante strijd die ik elke dag weer voerde met mijn gedachten. Ik wist dat het niet goed ging en dat ik hierna zeker niet meer mocht sporten. Aangezien ik mezelf niet meer kon stoppen, voelde deze dag voor mij als een soort finishlijn. En dit was het uiteindelijk ook, want de dag dat ik het AMC binnenliep voor bloedcontroles, een hartfilmpje en een afspraak met Annemarie van Bellegem, was ook de dag dat ik werd opgenomen op de kinderafdeling van het ziekenhuis.

De resultaten van alle testen waren namelijk zo verschrikkelijk slecht dat iedereen die er verstand van had, het een wonder vond dat ik überhaupt nog overeind stond. Mijn hartslag in rust was 32, mijn bloedsuikers waren zo intens laag dat ik eigenlijk niet meer op mijn benen zou moeten kunnen staan en overal in mijn bloed zaten afbraakstoffen van spieren. Wat natuurlijk niet gek was aangezien al mijn vet al weg was en ik tijdens mijn trainingen dus alleen nog maar spieren aan het verbranden was.

Nadat Annemarie mij meegedeeld had dat ik voorlopig het ziekenhuis niet zou verlaten, viel er echt een last van mijn schouders. Ik wist dat ik nu niet meer hoefde te vechten, ik hoefde niet meer zelf te beslissen wat ik wel en niet mocht eten en ik hoefde niet meer de hele tijd het idee te hebben dat ik in beweging moest blijven.

Sterker nog; nadat ik met mijn vader thuis mijn spullen op had gehaald en door was gereden naar het OLVG-West omdat er in het AMC geen plek meer was op de kinderafdeling, werd ik gelijk aan een hartslagmeter gelegd en had ik per direct bedrust. Pas als mijn hartslag ‘s nachts boven de 40 slagen zou zijn en mijn bloedsuikerspiegel weer op een acceptabel niveau was, zou ik naar huis mogen.

In het AMC had ik aansluitend op het gesprek met van Bellegem een meeting gehad met een diëtiste. Met haar had ik mijn zogenaamde eetlijst voor mijn eerste paar dagen in het ziekenhuis afgesproken. Deze lijst zou langzaam opgevoerd worden, zodat ik deze lijst kon blijven volgen, wanneer ik met wat meer gewicht erbij weer thuis was. Het feit dat ik niks meer te vertellen had en dat alles me uit handen genomen werd vond ik in het begin verschrikkelijk. Maar naarmate de dagen vorderden, merkte ik dat het me veel rust bracht en doordat er elk eetmoment iemand bij me was, had ik ook geen kans meer om minder te eten dan dat ik nodig had.

Mijn dagen in het ziekenhuis speelden zich af in een vast patroon, met als enige lichtpuntjes de dagelijkse momenten waarop er vrienden langskwamen om met me naar buiten te gaan. Want alleen naar buiten, dat mocht niet. Mijn lichaam was te zwak  om zelf te lopen en ik moest dus in een rolstoel vooruitgeduwd worden. Ook toen ik na tien dagen met stabiele hartslag en bloedsuikerspiegel ontslagen werd, ging de rolstoel mee naar huis. Want ik was dan wel uit het ziekenhuis, thuis gold er echter wel een ‘ziekenhuisgebod’. Dit hield in dat ik, buiten het zelf naar de wc lopen, nergens zelf naartoe mocht.

Ook werd ik geacht me aan dezelfde eetlijst te houden zoals die me in het ziekenhuis voorgeschreven was, al was deze na tien dagen natuurlijk wel een stuk hoger dan bij de opname.

De eerste stappen naar fysiek én mentaal herstel
Nadat ik een week thuis had gezeten ging ik poliklinisch bij ‘de Bascule’. Dit is een vierdaagse opvang voor jongeren met een eetprobleem. Daar was ik al een aantal maanden eerder voor aangemeld omdat ik toen al wist dat ik niet langer zo door wilde. Met hoge verwachtingen ging ik hiernaartoe, maar binnen een paar uur na binnenkomst zat ik al huilend met mijn moeder aan de telefoon. Want wat ik daar meemaakte raakte mij enorm. Ja, ik had een eetstoornis en een eetprobleem. Maar ook was ik iemand die 100% voor ogen had wat ik wilde en waarom ik wilde herstellen. En angst voor bepaald eten, nee dat had ik niet. Sterker nog, de eerste keer dat ik na lange tijd weer brood at, voelde dat als een klein momentje van extase. Wat genoot ik hiervan. Tijdens mijn eetstoornis was brood namelijk een no-go geworden en doordat ik nu gedwongen werd om weer te eten, was het voor mij dan ook niet moeilijk weer de dingen te eten die ik het lekkerst vond. Maar terwijl dit voor mij zo vanzelfsprekend was, was dit het totaal niet voor de rest van de jongeren bij de Bascule. Tijdens de gezamenlijke eetmomenten hing er een doodse stilte en iedereen keek naar zijn of haar eten alsof ze ieder moment een aanval in ging zetten. Dit had ik nog nooit gezien en het maakte dan ook heel veel indruk op me. Want zo wilde ik niet worden, nooit! Ik wilde beter worden, sterker, zodat ik weer kon sporten en kon leven. Op aandringen van mijn moeder en mijn mentor daar wilde ik het in ieder geval een kans geven. Dit omdat de mensen van de Bascule voorhielden dat de therapieën die ze hier aanboden me zeker zouden helpen. Echter, als je begint aan hun traject start je in fase A en per fase komt er een therapie bij. Dus vonden ze dat ik niet mocht oordelen voordat ik elke therapie in ieder geval één keer meegemaakt had. Hier vond ik wel wat inzitten, maar doordat er allerlei richtlijnen waren waaraan je moest voldoen om een fase omhoog te gaan, duurde het vrij lang voordat ik al deze therapieën gehad had. Omdat deze stuk voor stuk tegenvielen, kwam ik totaal niet verder op weg naar mijn mentale herstel. Dit is dan ook de reden dat ik uiteindelijk met mijn moeder besloten heb een intakegesprek te doen bij Isapower. In de tijd dat ik nog aan het sporten was, maar wel al helemaal in de knoop zat wat eten betreft, had mijn moeder al een keer een dag bijgewoond waarop de oprichtster van Isapower, Isabelle Plasmeijer, een lezing hield. Toen al was mijn moeder onder de indruk van haar manier van werken, maar op dat moment wilde ik er helemaal niks van weten. Maar nu ik ervoor gekozen had te vechten, greep ik alle kansen met beide handen aan en zo geschiedde het dat ik op de bank belandde bij Isabel. En dit is de beste keus die ik in mijn leven gemaakt heb! Alleen al na het intakegesprek kwam ik tot zoveel inzichten en werd het helemaal duidelijk waarvoor ik wilde vechten. Vanaf die tijd ben ik elke week zo’n twee keer per week bij Isabel geweest en elke keer betekende dit weer een intensieve sessie, waar ik meer dan eens helemaal gebroken en leeg gehuild uitkwam. Maar ook betekende het elke keer weer een stukje meer inzicht in hoe het zover gekomen was en hoe ik ervoor kon zorgen dat ik nooit meer terug zou vallen. Bij de Bascule stopte ik direct, want alle focus ging vanaf dit moment naar de sessies met Isabel. De weken gingen voorbij en het ging steeds beter met me. Ik stond nog steeds onder controle in het ziekenhuis en ook deze resultaten werden beter en beter. Mijn gewicht steeg richting normaal en gezond, mijn spieren begonnen weer sterker te worden en ik had volop energie. Het feit dat ik nu eindelijk genoeg aan het eten was, maakte dat ik weer ervoer wat écht leven inhield. In het begin was ik nog steeds beperkt in hoeveel ik per dag mocht bewegen, maar deze grens verschoof snel en uiteindelijk kon ik mijn dagen weer invullen zoals ik dit altijd deed. Zonder te trainen, dat wel, want om te mogen trainen moest ik eerst een bepaald gewicht halen.

Doordat ik weer zoveel energie had en niet meer de hele tijd in gevecht was met mijn eigen gedachten, begon ik steeds meer uit te kijken naar het moment dat ik de trainingen op mocht pakken.

De eerste keer dat ik weer op mijn wielrenfiets zat, was dan ook een moment van intense dankbaarheid en puur geluk. Twee uur heb ik op de fiets gezeten en twee uur lang heb ik genoten. Elk half uur een reep, want, zoals Annemarie als voorwaarde voor het trainen gesteld had, moest ik wel alles wat ik verbrandde één op één bijeten. Maar dit deed ik met liefde, want het plezier dat ik voelde tijdens het trainen had ik al maanden niet meer ervaren en ik wilde dat gevoel ook nooit meer kwijt. Op de dag dat ik groen licht kreeg om weer langzaam de trainingen op te pakken heb ik gelijk met mijn trainer van RTC-Noordwest een opbouwschema gemaakt, zodat ik zo snel mogelijk weer op niveau zou komen zonder dat ik over mijn toppen zou gaan. Dit begon met één looptraining in de week, één ‘krachttraining’ en twee korte fietsritjes, maar dit ging zo goed dat dit zich al snel uitbreidde tot zes trainingen per week. En een plezier dat ik had! Zelfs van de fietstrainingen, die mij altijd een doorn in het oog waren, genoot ik. Ik werd steeds sterker en keek dan ook jaloers naar alle foto’s van teamgenootjes die weer op het ijs stonden. Gelukkig duurde het niet lang nadat het schaatsseizoen begonnen was, dat ook ik het ijs op mocht. En dit overtrof mijn stoutste verwachtingen. In plaats van dat ik, zoals elke jaar, als een Bambi over het ijs gleed, schaatste ik zo weg en reed ik moeiteloos met de rest van mijn teamgenootjes mee.

Dit was natuurlijk een hele grote opluchting en ook een bevestiging dat ik op de goede weg terug was. Wel baalde ik dat ik het eerste trainingskamp op het ijs gemist had, maar dat de eerste keer meteen zo goed ging, nam het grootste deel van deze teleurstelling weg. Hierna werden de ijstrainingen een vast onderdeel van mijn trainingsschema en toen kwam ook eindelijk het moment dat ik weer voor de eerste keer de shorttrackschaatsen onderbond. En geloof het of niet, ook dit voelde beter dan ooit. Natuurlijk was het wat wennen en ging ik niet zo hard als ik vroeger ging, maar technisch reed ik beter dan ooit en het belangrijkste: het plezier was weer helemaal terug. En ook nu, nu ik op weg ben naar Inzell voor mijn eerste echte trainingskamp van het seizoen 2019-2020, is dit plezier constant aanwezig. Natuurlijk waren er trainingen waar ik minder zin in had, maar dat is gezond en maakt me een echte puber. En nee, ik ben nog niet 100% genezen of vrij van ongezonde gedachten. Maar dat is dan ook waarom ik in ieder geval de komende periode wekelijks bij Isabel blijf komen en nog steeds één keer in de maand een bezoekje breng aan het ziekenhuis. En nog belangrijker: ik weet nu hoe ik met deze gedachten om kan gaan en ben niet meer bang om hulp te vragen.

Ook heb ik door deze moeilijke tijd aan den lijve ondervonden hoe belangrijk vrienden zijn. En hoe mooi vriendschappen eigenlijk zijn voor een mens, want zonder de steun van al mijn naasten weet ik niet hoe ik het gedaan zou hebben.

RC DenHaag 2019 (5).JPG

Foto gemaakt door Oscar van den Bosch

Blik gericht op de toekomst
Mijn eerste wedstrijden zitten er ook weer op en niet eens met slechte resultaten. Natuurlijk zijn de tijden niet als vanouds omdat ik nog veel power tekort kom voor de sprintafstanden, maar technisch rijd ik heel lekker. Op de 3 kilometer, waarop een explosieve start niet zo belangrijk is, reed ik afgelopen weekend zelfs de derde tijd op de Residentiecup. Hierdoor ben ik rechtstreeks geplaatst voor het NK. Ook op de 500 en 1000 meter die op de zaterdag hiervoor verreden werden, wist ik een top 10-klassering veilig te stellen wat óók rechtstreekse plaatsing op deze afstanden betekent. En nogmaals, niet in de tijden die ik vroeger reed, maar elke wedstrijd gaat het een stukje beter en elke training merk ik dat ik weer een stapje verder ben. Daarom ga ik met een goed gevoel op kamp; gretig om mezelf te blijven verbeteren en power op te doen en vooral blij en dankbaar voor het feit dat ik nu wél meekan.

Want, terugkijkend op afgelopen zomer, kan ik niet anders dan trots zijn op het feit dat ik nu alweer ben waar ik ben en kan ik ook niet anders dan dankbaar zijn voor het feit dat mijn lichaam het niet opgegeven heeft.

Het plezier is weer terug, de liefde voor het schaatsen nooit verdwenen en met opgeheven hoofd kijk ik nu uit naar al het moois wat de rest van het seizoen en de vele seizoenen die nog gaan komen me te bieden hebben!

7 reacties

  1. Heidi van Dijk's avatar
    Heidi van Dijk · · Beantwoorden

    Hey Yael,

    Wat ontzettend goed dat je dit opgeschreven hebt allemaal!
    En wat ben je door een dal gegaan idd. Maar – en dat weet ik zeker – er nu sterker uitgekomen dan ooit!!!!!

    Superblij dat het weer zo goed gaat met je en dat t thuis nu ook weer fijn is met elkaar.

    Liefs en veel respect voor je verhaal (ik hoop dat dit reply adres klopt…?).
    Keep going strong☺

    Heidi

    Like

  2. mwiegandupcmailnl's avatar
    mwiegandupcmailnl · · Beantwoorden

    Jeetje Yeal,

    Wat een verhaal! Ik wist dat helemaal niet. Komt ook omdat ik je vader tegenwoordig niet mee tegenkom op het werk!

    Ik vond het heel interessant om vanaf het begin tot het eind te lezen en ben heel blij te zien dat je weer op krachten bent gekomen! (beetje jammer natuurlijk om te zien dat de door ons ingekochte Bascule voor jou niet werkte!). Heel goed dat je je eigen weg gezocht en gevonden hebt, vooral dank zij je geliefde schaatssport.

    Je hebt heel heel goed van binnenuit geschreven en dat is leerzaam voor iedereen!

    Veel plezier dit seizoen ! @ Robert Jan, de groeten,

    Margreet

    Like

  3. Inge Wiedijk's avatar

    Wat een openhartig, moedig en heftig verhaal! Fijn dat je hersteld bent en weer van het schaatsen geniet! Hou de mensen die van je houden dicht bij je en wees trots op wat je bereikt hebt!

    Like

  4. Thea's avatar

    Jeetje Yael, rente knap!! En inderdaad wat goed geschreven! Een dubbel talent . Heel veel liefs en sterkte Thea. ( en heel veel schaats plezier:)

    Like

  5. Dick Prenger's avatar

    Lieve Yael,
    Je bent niet alleen een getalenteerde schaatster maar ook kei van een schrijfster!
    En wat is gezondheid kwetsbaar…
    We hebben veel bewondering voor de manier waarop je de strijd bent aan gegaan en zijn blij dat het inmiddels zo veel beter gaat!
    Maar pas op: een eetstoornis is een niet te onderschatten veel koppig monster!
    We denken aan je,
    Liefs, Meta en Dick

    !
    Heel veel bewondering

    Like

  6. Petra Schenk's avatar

    Wat knap en bijzonder dat je zo openlijk schrijft! En wat fijn dat je weer aan het schaatsen bent. Wat een gevecht heb je moeten leveren zeg en wat is het ontzettend knap dat je weer terug bent! Je bent een kanjer Yael en een voorbeeld voor menigeen! Liefs Petra

    Like

  7. Casiez's avatar

    Wat een verhaal maar ik ben zo blij dat jij weer op de goede weg bent Yael. Voor jou maar ook voor je ouders!

    Like

Plaats een reactie