Twee weken Girona in een notendop: waar de leercurve net zo steil was als de startklim

Er is een eerste keer voor alles. Zo ook voor mijn eerste blog over de nieuwe weg die ik ingeslagen ben; de weg tussen pen en pedalen, waarbij ik volle bak voor mijn ambities op de fiets (en in het journalistieke veld) ga. En ondanks dat mijn laatste blog slechts een drietal weken geleden is, is er alweer een hoop te vertellen…

Koffie in het Noorden, kantoor in Haarlem

Nadat ik half januari terugkwam van Gran Canaria, was er heel even een periode van relatieve rust. Althans, op het gebied van fietsen. De trainingen gingen natuurlijk gewoon door, maar daarbuiten had ik lekker de tijd om bij te praten met mijn vrienden. Zowel in Heerenveen als in Amsterdam heb ik de deuren platgelopen voor koffietjes, gezellige avondmaaltijden of simpelweg een theetje aan het einde van de dag. Na een week solo op Gran Canaria was dat echt wel even heel erg welkom.

Naast veel sociale bezigheden ben ik ook — voor het eerst sinds ik anderhalf jaar geleden bij Kompas Publishing ben begonnen — op kantoor in Haarlem geweest. Dit had alles te maken met mijn nieuwe functie als hoofdredacteur bij de TV-zender ONS, waar ik me op de geschreven content richt en waar we met zijn allen een mooi plan omheen aan het bouwen zijn. Na altijd op afstand te hebben gewerkt, was een dagje op kantoor een compleet nieuwe ervaring. Om te zeggen dat ik het elke dag zou willen doen? Nee. Maar voor de afwisseling is het erg leuk en ook fijn om collega’s eens in real life te zien, in plaats van via een schermpje.

Iets minder plezier haalde ik uit de colleges op de universiteit die ik natuurlijk weer bij moest wonen. Ondanks dat ik het altijd leuk vind om op de uni te zijn en ik ook de lange treinreis van Heerenveen naar Utrecht altijd wel lekker vind, ben ik op het punt waarbij ik gewoon heel erg uitkijk naar het einde van mijn bachelor. Mijn intrinsieke motivatie om te studeren kwam altijd voort uit het feit dat ik nieuwe dingen leerde en uitgedaagd werd. Dat ontbreekt op dit moment een beetje, waardoor ik de weken aftel tot ik aan mijn scriptie kan beginnen en daarna hopelijk snel mijn diploma op kan halen.

Van veilige bubbel naar elite-peloton

Heel erg lang duurde deze periode van socializen, werken en uni overigens niet. Tweeënhalve week na thuiskomst mocht ik mijn spullen weer pakken. Op de planning stonden twee weken in het Spaanse Girona, voor een combinatie van trainen en de eerste koersen van het seizoen. Voor degenen die niet bekend zijn met Girona: dat is écht een fietsstad, gelegen in de buurt van Barcelona, waar de omgeving geweldig is om te gravelen. In april 2025 ben ik er voor het eerst drie dagen geweest en toen zei ik al: ‘hier kom ik snel nog een keer terug.’ Dat dit zo snel zou zijn, had ik echter niet verwacht.

Girona is de plek waar het gravelseizoen geopend wordt met de tweedaagse koers genaamd Santa Vall. Ondanks dat ik deze tweedaagse al langere tijd graag wilde rijden, wist ik niet hoe ik het praktisch rond zou krijgen, totdat ik via een vriendin bij MESA Cycling aan kon sluiten. Ideaal: samen met andere fietsers in een appartement én daarnaast racen. Iets waar ik echt veel zin in had, maar waar ik ook wel een beetje tegenop keek, vooral omdat ik net zo lekker in m’n bubbel in Heerenveen zat. Het idee om hier wéér uit te stappen, was iets waar ik op dat moment niet op zat te wachten.

Daarbij kwam ook dat ik eigenlijk niemand met wie ik in het appartement zat écht kende. Dus het was maar afwachten of we met zijn allen een goede klik zouden hebben. En vergeet vooral niet dat ik het stiekem ook best wel spannend vond om voor het eerst een koers op dergelijk niveau te rijden. Afgelopen zomer had ik me in de wedstrijden van de Age Group gemengd en dit keer zou ik voor het eerst aan de start staan bij de elite dames. Genoeg redenen om er, kortom, een beetje tegenop te zien.

Samen met Marjet — een andere Nederlandse gravelrijdster die ik kende van naam — reed ik richting Girona. Ondanks dat we elkaar nog niet echt kenden, klikte het vanaf het begin, dus die last viel gelijk van mijn schouders. De reis verliep voorspoedig. Donderdagochtend vertrokken we en vrijdagochtend kwamen we, na een overnachting in Frankrijk, aan in Girona. Toen was het een kwestie van alles een plekje geven en natuurlijk onze medecompagnons leren kennen. Fast forward: het klikte met iedereen heel erg goed en het heeft er echt voor gezorgd dat de twee weken één groot feest waren.

Eerste race bij de elites

Het weekend na aankomst begonnen we met een eerste koersdag op tien kilometer van Girona. Een opwarmertje waarbij het niveau een stukje lager lag dan bij Santa Vall, maar waar niettemin een sterk deelnemersveld aan de start stond. Voor mij was het sowieso een spannende dag, aangezien dit mijn eerste elitekoers zou worden. Toen we met alle dames op de startlijn stonden, wist ik niet waar ik het moest zoeken, zo misplaatst voelde ik me. Het was voor het eerst dat ik in dergelijke mate met het Imposter Syndrome te maken had; op dat moment wilde ik niets liever dan omkeren en naar huis.

Happy I didn’t, want vanaf het begin kwam ik hartstikke goed mee. Sterker nog, tot halverwege de koers reed ik als tweede dame rond. Dat was het moment dat er een klim van zeven kilometer in het parcours lag. Aangezien klimmen nog steeds niet mijn specialiteit is, verloor ik daar een hoop terrein ten opzichte van de nummer één. Ik ben bewust in mijn eigen tempo omhoog gereden, wetende dat er nog 60 kilometer voor ons lag en dat ik vooral mezelf niet leeg moest rijden. Dat lukte prima, totdat ik bijna bovenaan te maken kreeg met een hongerklop. Ik had genoeg gegeten tijdens de koers, maar met terugwerkende kracht waarschijnlijk niet genoeg in de uren ervoor. Gelukkig trok dat gevoel op een gegeven moment weg, maar het zorgde er wel voor dat ik nog wat terugviel en aan het einde niet meer mee kon met de versnelling. Niettemin bleek het genoeg te zijn voor een derde plaats. Een prestatie waar ik echt ongelofelijk blij mee was. Niet alleen vanwege het podium, maar des te meer omdat ik merkte dat ik echt goed mee kon met de rest en voelde: ‘hier zit meer in.’

Modderhappen en inhaalraces tijdens Santa Vall

Met deze eerste koersdag voelde het ook alsof onze twee weken in Girona echt begonnen waren. We ontwikkelden al snel een lekker ritme waarbij we samen trainden als dat kon, maar ook ons eigen plan trokken. Ik had natuurlijk ook nog mijn werk en colleges om op orde te houden, dus trok ik me regelmatig terug in een koffietentje om te werken. Geen straf, want we zaten op loopafstand van meerdere leuke plekjes, dus ik vond de noodzaak tot studeren een prima reden om daar een koffietje (of twee) te bestellen.

In de dagen voor Santa Vall raakte Girona voller en voller met fietsers. Niet gek, aangezien Santa Vall ook wel gekscherend het ‘Europese WK’ genoemd wordt, omdat over het algemeen alle toppers aan de start staan. Ondanks dat ik vertrouwen had geput uit mijn eerste koersdag, werd ik toch steeds weer wat onzekerder naarmate de races dichterbij kwamen.

Het plan was als volgt: zaterdag om 08:00 uur de start voor 120 kilometer met 1800 hoogtemeters, en zondag een uur later vertrek voor 80 kilometer met 1100 hoogtemeters. Ik had grote delen van het parcours verkend en wist dus dat we in etappe 1 gelijk met een klim te maken zouden krijgen. Of het de zenuwen waren of simpelweg slechte benen weet ik nog steeds niet, maar feit was dat ik níet omhoog kwam. Ik verloor positie na positie en het duurde tot dik een uur in koers voordat ik er een beetje doorheen kwam.

Toen dat eenmaal het geval was, begon ik aan een inhaalrace. Eentje die door de regenval van de dag ervoor regelmatig bemoeilijkt werd door de modderige bedoening en het tweetal rivieren die we — ik overdrijf niet — bijna zwemmend over moesten steken. Niettemin ging het steeds beter, dus des te zuurder was het dat we na zo’n twee uur verkeerd reden. Op m’n Garmin was er slechts één weg zichtbaar, terwijl er in werkelijkheid twee opties waren, waarvan de verkeerde afslag beter overeen leek te komen met de GPS. Voordat we doorhadden dat we de verkeerde weg ingeslagen waren, was er al een minuut verstreken. Voordat we weer op de route waren, hadden we twee minuten verloren en daarmee ook de kans op een goede klassering. Ik baalde ongelofelijk, maar wilde er maar het beste van maken. Ook Marjet was met mijn groepje verkeerd gereden, waardoor er in ieder geval één bekend gezicht in koers was. Met nog 15 kilometer te gaan plaatsten we een ongeplande duo-attack en reden we kop over kop door naar de meet. Finishen, streep eronder en op naar zondag.

Zondagochtend stond ik weer vol goede moed aan de start. Ik had ervoor gezorgd dat ik een betere warming-up had gedaan en dat merkte ik meteen bij de startklim. Nee, ik kon nog steeds niet met de besten mee, maar na de eerste afdaling bevond ik me in de tweede groep, wat in lijn was met mijn niveau. Een harde koers was het echter niet. Er was maar een handvol rijdsters die kopwerk deed en het tempo lag te laag om weg te rijden, omdat iedereen net te fris bleef. In de afdalingen merkte ik echter dat ik overschot had ten opzichte van de rest en dus heb ik daar telkens geprobeerd om druk te zetten.

Het mocht niet baten, totdat ik bij de laatste rivieroversteek de enige was die door kon blijven fietsen en zo een klein gaatje had. In een split second besloot ik toen om vol door te rijden. Na een minuut kreeg ik gezelschap van een andere Nederlandse en samen hebben we gedaan wat we konden. Helaas was er in de achtervolgende groep ook een samenwerking ontstaan, waardoor we op het laatste klimmetje bijgehaald werden. Toen ontstond er een tactische finale waarin niemand echt wat wilde doen. Helaas was ik iets te afwachtend, waardoor ik als derde een cruciale bocht in ging en daar uiteindelijk ook eindigde, wat een 21e plek in totaal betekende. Daar waar ik zaterdag zwaar gefrustreerd was, was ik na deze dag echt wel tevreden. De uitslag had beter gekund, maar als ik keek naar mijn tactische beslissingen en de manier waarop ik technisch gereden had, was ik gewoon blij. De Yael van vroeger zou het nooit gedurfd hebben om in de laatste kilometers gewoon maar weg te rijden, uit angst om bijgehaald te worden en dan moe de finale in te gaan. Het feit dat ik nu gewoon volle bak ben aangegaan, is iets waar ik veel lering uit haal.

Met een bak motivatie terug naar huis

Na deze tweede etappe zaten de koersen voor de Girona-periode erop. De aansluitende dagen stonden in het teken van herstellen, daarna weer lekker trainen en nog eens extra genieten van de goede koffietjes en zonnestralen. Als ik nu terugdenk aan die dagen, komt er weer een glimlach op mijn gezicht, omdat we echt zo’n leuke groep hadden. Ik blijf het bijzonder vinden hoe je als onbekenden op trainingskamp kan gaan en er als vrienden uit kan komen.

Mijn mondhoeken krullen ook omhoog als ik terugdenk aan de algehele periode in Girona; ik heb er zo veel geleerd. Over mezelf als sporter, over hoe de gravelwereld werkt, hoe ik me verhoud ten opzichte van andere rijders en dat ik nog altijd heel goed naar beneden kan rijden — iets waar ik na mijn twee valpartijen van vorig jaar best vaak aan getwijfeld heb. Toen we vrijdagochtend weer huiswaarts gingen, nam ik een bak aan nieuwe ervaring en motivatie mee. Ervaring van mijn eerste elite-races en motivatie omdat ik gemerkt had dat ik écht goed mee kon komen. De twijfel die ik nog had richting dit fietsseizoen was verdwenen en had plaatsgemaakt voor optimisme en heel, heel veel zin.

Overigens ging ik niet in één directe rit naar huis, want in Lyon wisselde ik de auto in voor de trein naar Milaan. Zoals ik in mijn vorige blog al schreef, had mijn beste vriendin Bente zich geplaatst voor de Olympische Spelen en die zaterdag zou ze de Mass Start rijden. Een race die ik voor geen goud wilde missen. Het behoeft geen uitleg dat ik ongelofelijk trots was toen ik haar zag rijden — al helemaal toen Marijke mede dankzij haar inspanningen de winst pakte — en dat ik mijn keel kapot heb geschreeuwd.

Na een korte nacht landde ik zondagochtend rond tien uur op Schiphol, waar mijn vader me opwachtte. ‘Heb je het fijn gehad?’ vroeg hij. Ik antwoordde instemmend. ‘Meer dan fijn.’

Ondertussen hangt er een scheurkalender op het toilet (geintje natuurlijk), waarop ik de dagen aftel tot ik weer naar Girona terugkeer, voor de Traka deze keer. Wederom een hele gave koers die ik nooit verwacht had direct al te rijden. Eind april is het zover. Tot die tijd blijf ik lekker thuis om te trainen en rijd ik nog een aantal mooie gravel- en wegkoersen in de BeNeLux. To be continued…

een reactie

  1. Onbekend's avatar

    […] mijn laatste blog heb ik uitgebreid verteld over mijn tijd in Girona. Over hoe ik zoveel geleerd heb, over hoe de […]

    Like

Plaats een reactie