Zomerupdate: tussen podiumplezier en pijnstillers

De laatste alinea van mijn vorige blog gaf het al weg, maar dit schaatsseizoen zal ik bij dezelfde ploeg rijden als vorig jaar: Center of Excellence shorttrack. Ondanks dat afgelopen seizoen verre van succesvol was, had dat niks te maken met de ploeg. Daarnaast beleefde ik een sterke start van het seizoen en in de aanloop van de zomer merkte ik dat de basis terug op de shorttrack me een completere en sterkere atleet gemaakt had. Dat ik bij mijn eerste langebaanwedstrijd gelijk een PR reed, gaf daarnaast ook vertrouwen en op dat vertrouwen willen we dit seizoen voortbouwen. In dit blog geef ik jullie een uitgebreide update van de periode van eind april tot nu & geef ik een update over hoe het nu gaat. Spoiler alert: niet bepaald zoals gepland…

Bouwen aan de basis

Daar waar we met Center of Excellence vorig jaar een opstartjaar beleefden en er een kleine groep rijders stond, heeft de progressie die veel rijders boekten en de resultaten die behaald werden voor meer interesse gezorgd. Daardoor staat er voor dit seizoen een ploeg van 25 rijders, waarvan 12 Nederlandse rijders met mij als enige Nederlandse dame. In mei trapten we de gezamenlijke trainingen af. Doordat ik door mijn rugblessure zo lang geen schaatsimitaties of bochtpassen had gedaan, was ik voorafgaand aan de eerste droogtraining best een beetje gespannen. Gelukkig was dit nergens voor nodig, want ik had geen enkele last van mijn rug en ik kon het niveau gelijk oppakken.

Conditioneel was er natuurlijk niks mis, de vele fietsuren hadden daarin hun werk gedaan. Mei stond, kortom, in het teken van bouwen aan de basis. Veel uren op de fiets, schaatsimitaties, cornerbelten en krachttraining. Daarnaast was een deel van de ploeg de laatste twee weken in Kroatië om daar al het ijs op te gaan. Voor mij kwam dit echter nog te vroeg en daarnaast waren mijn nieuwe custom schoenen – aangezien ik maar problemen bleef houden met het paar van vorig jaar – nog niet binnen, waardoor ik simpelweg geen mogelijkheid had om te schaatsen. Uiteindelijk waren er nog meer teamgenoten die ook thuisbleven, waardoor we met een klein groepje hier in Heerenveen de basistrainingen bleven doen.

NL Merida Gravel Series in Peest

Een voordeel van thuis trainen was dat ik meer ruimte had voor eigen invulling. Daardoor kon ik in het derde weekend van mei een gravelkoers in de buurt meepakken: de NL Merida Gravel Series in Peest. Het parcours in kwestie bestond vooral uit veel zand. En geen stevig zand waar je snel overheen rijdt, maar mul zand je met een verkeerde lijnkeuze gelijk wordt afgestraft. Een leuke uitdaging, dus. Toen ik vorig seizoen voor het eerst aan de start stond van een soortgelijke wedstrijd, had ik het vanaf meter één ongelofelijk zwaar. Ik weet nog dat ik toen dacht ‘wat gaat dit ongelofelijk hard’. Dus toen we gestart waren, ik na een halve ronde voorin de groep zat en verre van op mijn limiet reed, realiseerde ik wat voor een stap in niveau ik heb gezet. Dit zorgde er alleen wel voor dat ik iets te veel met mijn krachten smeet en na zo’n anderhalve ronde reed ik hierdoor alleen vooruit omdat ik met een groepje mannen mee was gesprongen. Opzich geen probleem, ware het niet dat zij elke bocht toch net iets harder uitversnelden dan ik zelf zou doen, waardoor ik regelmatig op mijn tandvlees zat. Uiteindelijk besloot ik daarom om het tempo wat te laten zaken en zo kwam ik terecht in een groep met nog wat andere dames en een stuk of vijf mannen. Met zoveel rijders samen viel het te verwachten dat er op één van de lastige zandstroken iets zou gebeuren en dat was ook het geval: een rijder links van me verloor zijn controle over het stuur, haakte in de mijne en iso belandde ik met een koprol in de berm. Gelukkig was de landing door het vele gras zacht, maar mijn groepje – met daarin twee dames – was gevlogen. Ik zat snel weer op de fiets en probeerde het tempo van ervoor op te pakken, maar door de harde wind was ik in mijn eentje geen partij voor de wegrijdende groep voor me en kwam ik in een groepje erachter terecht. Uiteindelijk finishte ik als tweede, na een goed getimede eindsprint. Hartstikke leuk, mijn doel van een leuke zondag besteding was geslaagd en ik mocht ook nog een bos bloemen mee naar huis nemen.

Uitstapje naar Duitsland

Twee weekenden later mocht de gravelbike weer aan de bak. Dit keer moesten we daar iets langer voor in de auto zitten: een kleine drie uurtjes duurde het voordat we het Duitse Aachen bereikten, waar de UCI gravelserie in kwestie plaatsvond. Mijn moeder en ik waren er al op donderdag naartoe gereden en verbleven in een heerlijk boshuis aan de rand van het bos; wakker worden met vogelgeluiden blijft het beste wat er is. Vrijdag deed ik een verkenning van het parcours – het rondje in kwestie was 60 kilometer, die we twee keer zouden rijden – en zaterdag was het vooral de uren aftellen voordat we mochten starten, want dat was voor de verandering niet in de ochtend, maar pas om drie uur ‘s middags. Ik weet niet of het daardoor kwam of dat ik gewoon niet helemaal lekker was, maar toen ik eenmaal op de fiets stapte om in te rijden, merkte ik al dat mijn hartslag extreem hoog was en mijn wattages juist erg laag. Dat gevoel zette door tijdens de koers zelf: de combinatie van benauwd weer, me niet 100% voelen en slechte benen zorgde ervoor dat mijn hartslag de eerste 30 minuten amper onder de 200 slapen per minuut kwam. Ik kon niks anders doen dan eieren voor mijn geld kiezen en een eigen tempo rijden.

Het was voor het eerst dat ik me tijdens een wedstrijd zo slecht voelde en het aantal keer dat ik gedacht heb aan stoppen was niet op één hand te tellen. Toch bleef ik stoïcijns doorgaan en toen we na iets minder dan twee uur de eerste ronde erop hadden zitten, merkte ik dat ik me langzaam iets beter begon te voelen. Op dat moment reed ik met twee dames uit de elite categorie en we hadden een goede samenwerking te pakken, waardoor het tempo heel strak bleef. En dat is precies waar het mis ging: als er tempowisselingen zijn en er de hele tijd mensen om je heen rijden, is er geen mogelijkheid om aan andere dingen te denken. Echter was de situatie nu zo overzichtelijk, dat mijn gedachten één momentje even weg dwaalden De ene seconde dacht ik “het gaat weer” en de volgende seconde lag ik op de grond: de dame die voor me reed moest een beetje remmen, waar ik onbewust en te overdreven op gereageerd heb en dat had als gevolg dat mijn voorrem blokkeerde en ik met fiets en al over de kop sloeg. Met een snelheid van 45 kilometer per uur was de landing niet bepaald zacht, waardoor ik echt een paar minuten nodig had om bij te komen. Ik was in eerste instantie bang dat ik tanden miste, maar dat was gelukkig niet het geval. Het was vooral mijn kin die er slecht aan toe was, want zelfs met mijn handschoenen aan merkte ik dat die aan het bloeden was. Toch voelde ik me na een paar minuten helder genoeg om weer op te stappen. Ik zou wel zien of het ging. Ondanks de schrik en de impact, kon ik redelijk snel weer een degelijk tempo oppakken. Ik was me ervan bewust dat die minuten stilstaan een goede klassering vergooid hadden, maar ik wilde de wedstrijd uitrijden voor mezelf, juist omdat ik er voor de crash net lekker in zat. Toch voelde ik na ongeveer een uur dat dit ‘m niet ging worden. De combinatie van de nog te verrijden hoogtemeters, een derailleur die niet meer lichter wilde schakelen, ikzelf die minder scherp werd in m’n hoofd en een bovenbuis die rood zag van het bloed uit mijn kind, zorgde ervoor dat ik in de remmen kneep. Nadat een vriendelijke man me de weg had gewezen naar de finish zocht ik daar de EHBO-tent op. Conclusie? Een kin die gehecht moest worden (minder leuk) en géén hersenschudding (gelukkig!). Zes uur later en vier uur wachten in het Duitse ziekenhuis, kwamen we eindelijk terug in ons verblijf. Een totaal andere uitkomst dan vooraf verwacht en gehoopt. Niettemin was ik blij dat de hechtingen in mijn kin en een ietwat dikke heup de enige echt schade waren en dat er van een hersenschudding of gebroken sleutelbeen geen sprake was. Met de manier waarop ik gevallen was, had dit zomaar het geval kunnen zijn en dan was ik verder van huis geweest. En ondanks dat ik natuurlijk liever niet gevallen was, is het een risico dat er simpelweg bij hoort als je wedstrijden fietst. Een risico dat ik liever niet aan den lijve ondervonden had, dat wel…

Vertrouwen opdoen in Zandvoort

Twee weken na mijn val in Aachen – waarvan de hechtingen onderhand verwijderd waren en waarvan ik verder ook snel was hersteld – stond ik aan de start van de tweede NL Merida gravel series. Deze vond plaats in Zandvoort en de route ging rondom het Formule 1 parcours. Vorig jaar had ik deze wedstrijd ook gereden en toen zat ik op mijn tandvlees mee in de kopgroep, die ik uiteindelijk moest laten gaan. Nu zat ik vanaf het begin zonder al te veel moeite mee van voren en schoof ik daar waar nodig was mee. Maar je zal altijd zien dat de aanval komt op het moment dat je even niet goed gepositioneerd zit en dat was ook nu het geval. Toen de eerste mannen ons inhaalden, haakten een paar dames daarbij aan en doordat ik te ver van achteren zat was ik te laat met reageren. Daarnaast voelde ik me ook nog niet zo zeker op de fiets. De crash van twee weken ervoor zat toch nog in mijn hoofd, dus ik was vooral op zoek naar het goede gevoel. Elke ronde kwam dat een beetje meer terug en mijn laatste drie rondjes waren echt weer als vanouds. Uiteindelijk eindigde ik als vijfde, met de nummer vier op nog maar vijf seconden voor me. Door de tweede plek in de eerste wedstrijd en nu een vijfde plaats, mocht ik na afloop het podium op voor de leidersprijs van het klassement. Ondanks dat dit geen doel is en ik de rest van de wedstrijden waarschijnlijk niet kan rijden door het schaatsen, was het een leuke verrassing en het bijbehorende groene shirtje ziet er ook gewoon erg leuk uit!

In de leiderstrui!

Onder de indruk van Luxemburg

Fast forward naar het weekend na Zandvoort. Of eigenlijk drie dagen verder, naar donderdag. Dat was namelijk de dag dat ik, na mijn lange blessure vorig seizoen, weer op het ijs stond. Door gedoe met de levering van mijn shorttrackschoenen had ik de eerste trainingen gemist, maar donderdag kon ik dus eindelijk weer schaatsen. Ik was stiekem erg zenuwachtig. Hoe zou mijn rug het houden? Kon ik pijnvrij schaatsen? En hoe zouden m’n schoenen rijden? Dus toen ik de eerste rondes gehad had, geen pijn voelde en merkte dat ik veel steun haalde uit mijn nieuwe schoenen, viel er echt een last van mijn schouders. Tot dat moment had ik nog niet te veel vooruit durven denken, maar nu kon ik eindelijk weer gaan bouwen naar een hoger niveau!

Dat bouwen moest alleen wel nog een weekendje wachten, omdat ik dat weekend in Luxemburg zou starten bij Eislek Gravel in het plaatsje Vianden. Een nieuwe wedstrijd op de kalender en aangezien ik nog nooit in Luxemburg geweest was, was ik erg benieuwd naar de omgeving. Ik had geen verwachtingen, maar als ik die had gehad, zouden die zwaar overtroffen zijn. Want wat was het daar ongelofelijk mooi! Tijdens de verkenning van het rondje op vrijdag, keek ik echt mijn ogen uit. Adembenemende vergezichten, gravelpaden langs een meanderende rivier en bospaadjes met aan beide kanten groen. Naast dat het parcours ongelofelijk mooi was, was het ook ongelofelijk zwaar. We reden tweeënhalve ronde, met in elke ronde twee klimmen. De eerste klim begon gelijk vanuit de start, met in totaal een lengte van 10 kilometer en percentages tot wel 15%. Na de afdaling volgde een vlak stuk door het dorp, met aansluitende de tweede klim. Die was verhard en beter te fietsen, maar nog steeds zwaar. Na de top daalden we weer af, staken we twee keer een riviertje over en reden we vlak door naar de finish. Daarna begon het rondje opnieuw, met in de laatste halve ronde alleen de eerste klim. 

Ik ben een stuk zwaarder dan de gemiddelde wielrenner, dus klimmen is simpelweg niet mijn specialiteit. Daarom koos ik vanaf de start mijn eigen tempo. Dat was een goede keus, want boven op de eerste klim sloot ik aan bij de kopgroep en bij aanvang van de tweede klim reed ik met twee andere dames vooruit. Deze moest ik daar laten gaan, waardoor ik met een andere dame in een groepje mannen kwam te rijden. We zaten in een goed tempo en ik voelde me sterk, tot ik in de tweede afdaling lullig onderuitging in een bocht en mijn groepje kwijt was. De val was niet hard, maar ik landde wel op dezelfde heup als in Aken, die meteen weer beurs was. Na het oprapen van mijn bril en wat achtervolgen, haalde ik twee dames weer in bij de tweede klim. Halverwege de laatste klim sloot nog iemand aan en samen haalden we een van de rensters in die ik eerder had moeten laten gaan. Omdat het laatste stuk vlak was, was wegrijden geen optie en bleven we bij elkaar tot de finish. Daar besloot ik om all-in te gaan bij de sprint. Echter was dit geen standaard sprint. De finish lag namelijk na een bocht van 90 graden naar links, waar we in dalende lijn op af zouden rijden. Eigenlijk idioot, want doordat de aanloop naar deze bocht naar beneden ging en zo’n 500 meter lang was, kwam je met een ongelofelijke snelheid aan. Door mijn zwaardere gewicht was ik in het voordeel naar beneden en dat wist ik. Toen we na de laatste bocht de weg naar de finishbocht op draaiden, liet ik dan ook een klein gaatje vallen. Met nog 300 meter te gaan, reed ik deze dicht en ging ik volle bak op de bocht af. Ik merkte dat ik een klein gat geslagen had, remde af voor de bocht en wilde net insturen, toen ik in mijn linker ooghoek zag dat één van de twee andere meiden nog de binnenbocht wilde nemen. Omdat ik al merkte dat ik echt op het limiet reed qua snelheid, wist ik gelijk: ‘dit gaat niet goed.’ Dat bleek ook zo, want ze hield de bocht niet en ging met fiets en al de hekken in. Precies via de lijn waar ik zou hebben gereden als ik niet vol in de remmen was gegaan. Door het remmen stond ik natuurlijk wel helemaal stil en met de ketting op het zwaarste verzet, kwam ik niet snel weer op gang. In de afdaling hadden we de derde dame van ons groepje op een gat gereden, maar door onze finish capriolen, was zij uiteindelijk de lachende derde. Letterlijk en figuurlijk, want daarmee pakte ze ook de derde plaats. Ik was zelf in de veronderstelling dat we voor de vierde plek reden, dus toen ik daar achter kwam, baalde ik natuurlijk nog eens extra. De dame met wie ik in een groepje reed voordat ik in ronde één onderuit was gegaan, bleek daarnaast tweede te zijn, dus ik wist dat er zonder valpartij (en finish capriolen) echt een mooie uitslag in had gezeten. Niettemin kijk ik – de valpartij daar gelaten – terug op een goede koers, waarin ik echt beter geëindigd was dan ik vooraf had verwacht als je kijkt naar het aantal hoogtemeters.

Hier moeten we geen gewoonte van maken…

Reality check

In mijn draaiboek stond er voor de week na de koers in Vianden ‘start volledige programma op het ijs’. Echter heb ik daar een streep doorheen moeten zetten. Want een paar uur na de finish van de koers in Luxemburg, kreeg ik ongelofelijk last van mijn linkerschouder, wat nog bovenop de beurse en flink gezwollen heup kwam. In die mate, dat ik mijn haar amper meer in een staart kon doen, of een broodje kon smeren. De zondag na de koers, zouden we nog een rondje fietsen in de buurt, maar ook daar moest ik na een half uur afdraaien, want de pijn was echt te veel. Bij terugkomst in Nederland en een echo later, kreeg ik te horen dat er ongelofelijk veel vocht in de slijmbeurs zat. Ook mijn heup zat vol vocht. Dit moest echt weg zijn voordat ik weer zou kunnen schaatsen, niet in de laatste plaats omdat ik mijn arm onmogelijk zonder pijn op mijn rug kon krijgen. Ongelofelijk balen, want het was zo’n lullig valpartijtje geweest. Eentje die in 90% van de gevallen zonder problemen voorbij gaat. Maar uitgerekend nu moest het wél voor problemen zorgen. Buiten fietsen kon ik ook niet – leunen op het stuur deed pijn – maar rechtop binnen fietsen op de Tacx bood gelukkig wat uitkomst. Een week ontstekingsremmers leek ook te helpen en het vooruitzicht was dat ik na nog een week rustig aan doen wel zou kunnen schaatsen. Echter kreeg ik die week opeens meer pijn en na een nieuwe echo bleek er alleen maar meer vocht bij te zijn gekomen. Hierdoor ontstond het vermoeden dat er mogelijk wel iets kapot zou kunnen zijn, dus werd ik doorgestuurd voor een MRI en kreeg ik opnieuw ontstekingsremmers voorgeschreven.

Uit de scan kwam dat er gelukkig niks kapot was, maar dat er wel een zware botkneuzing zit, waardoor het kraakbeen bij het minste of geringste vocht aanmaakt. Ongelofelijk klote, want voordat ik echt kon gaan schaatsen – en zonder pijn m’n arm op m’n rug kan leggen – was het zaak dat dit vocht verdwijnt. Hetzelfde geldt voor mijn heup: dat vocht moest weg voordat ik in de schaatshoeken kan zitten, waardoor ik weken met een compressieboek heb gelopen. Om m’n schouder zoveel mogelijk rust te geven, zit ‘ie nu helemaal vast getapet, waardoor de bewegingen heel erg beperkt zijn en als ik dagen heb waarin ik veel loop of sta, hang ik ‘m in een sling.

‘Niemand heeft ooit een perfecte voorbereiding gehad’ zei laatst een vriendin tegen me. Maar die van mij is nu wel héél belabberd. Ondanks dat ik weet dat we vorig jaar rond deze periode ook nog maar net op het ijs stonden, merkte ik wel dat ik in mijn hoofd onrustig werd, zeker ook omdat er op de langebaan ook zomerijs lag en iedereen voor m’n gevoel aan het schaatsen was. Toch ben ik de afgelopen weken mentaal redelijk goed door gekomen, omdat het fietsen op de Tacx gelukkig wel gaat en ik daar echt goede trainingen af kan werken. Daarnaast heb ik een nieuw project op de werkvloer waar ik aan werk (soon more!), waardoor ik me daar afgelopen periode helemaal op kon storten.

Niet alleen het niet-schaatsen frustreerde, ook het niet kunnen fietsen was klote. Des te meer omdat in weekend van 12 juli hier in de buurt de Gravel One Fifty plaatsvond, een gravelkoers die voor mij om verschillende redenen met rood omcirkeld was: het was een bijna-thuiswedstrijd en er zaten geen hoogtemeters in. Door het vlakke parcours is vooral absoluut vermogen belangrijk & laat ik dat nou best wel goed kunnen… Maar met de staat waarin mijn schouder verkeerde moest ik hier helaas een streep doorheen zetten. Uiteindelijk heb ik een hele leuke dag gehad, waarbij ik vrienden die wel reden bidons heb aangegeven en wat foto’s geschoten heb, maar wat had ik graag zelf gereden…

Long story short: wat een goede zomer leek te worden, is nu opeens weer bruusk onderbroken. Het is per week kijken hoe m’n schouder vooruit gaat & hoe snel het vocht uit mijn heup verdwijnt. Deze week heb ik wel weer mijn eerste ijstrainingen gedraaid, wat prima ging, maar nog niet 100% zonder pijn. Will keep u posted!

Op mijn Instagram @yaelprenger deel ik alle in’s & outs van mijn trainingen en nu dus ook recovery. Bijvoorbeeld deze reel over de fietstrainingen op de Tacx…

een reactie

  1. Maarten's avatar

    Herstel ze! Hopelijk snel weer volle bak!

    Like

Plaats een reactie