In het eerste deel van ‘Yael & Cygnium’ was het al te lezen, maar daar waar de laatste voorbereidingen in de zomer erg goed gingen, was het de laatste weken niet zoals we gepland hadden. Laten we even teruggaan in de tijd om de hele tijdlijn te doorlopen…
Een hobbelige start met nieuwe schoenen
Het begon allemaal begin september, met mijn nieuwe custom shorttrackschoenen, die niet uitpakten zoals ik gehoopt en verwacht had. Een beetje achtergrondinformatie: de shorttrackschoenen waar ik deze zomer (en de jaren ervoor) op reed, waren echt aan het einde van hun Latijn. Ze gaven geen steun meer, waardoor ik zeker op snelheid niet kon vertrouwen op genoeg support. Vandaar dat ik begin deze zomer nieuwe schoenen aan had laten meten. De timing kwam zo uit dat ik een week voor de eerste shorttrackrace mijn nieuwe schoenen binnen kreeg. Vanzelfsprekend kon ik niet wachten om ze aan te doen, maar op het moment dat ik mijn voet erin schoof, merkte ik al dat ze niet zaten zoals ze zouden moeten en daarnaast waren ze veel te hoog. Als ik mijn knie naar voren duwde – wat je constant doet tijdens het schaatsen – werd ik tegengehouden door de voorkant van mijn schoen. Dit zorgde ervoor dat mijn voet na één training al open lag en dat mijn enthousiasme over mijn nieuwe schoenen als sneeuw voor de zon verdween. Wel moet gezegd worden dat, ondanks dat de pasvorm niet goed was en ik overal drukplekken had, ik wel gelijk merkte hoeveel meer steun ze me boden. Zowel op snelheid als tijdens technische bochten voelde het alsof ik echt ergens op kon steunen. Aangezien mijn voet na één training al open lag en mijn voeten bont en blauw uit de schoen kwamen, was doorrijden geen optie. Daarom moest ik noodgedwongen weer terug wisselen naar mijn oude schaatsschoenen. Dat was een grote domper. Van tevoren wist ik wel dat mijn huidige schoenen niet goed meer waren, maar dat ik zoveel steun miste, dat werd me pas duidelijk door die ene training op mijn nieuwe schoenen… De week erna moest ik weer wennen aan mijn oude schoenen; vooral op links voelde ik dat ik niet de sturing had die ik wilde. In de tussenliggende periode was ik al wel terug geweest naar de producent van mijn schoenen, maar ook de gemaakte aanpassingen zorgden er niet voor dat de schoenen schaatsbaar waren, waardoor ik de eerste races van start moest op mijn oude schoenen…
De eerste test: terug op het ijs voor de shorttrack
Deze eerste wedstrijd vond plaats in het laatste weekend van augustus. We trapten het seizoen af met een KNSB wedstrijd over 1000 meter. Mijn favoriete afstand en daarnaast mijn eerste shorttrackrace in twee jaar. De eerste rit was rommelig, de tweede al een stuk beter en ook de derde race was weer een stapje vooruit.
Een week later waren we op zaterdag weer in Thialf, want er stond een onderlinge relaywedstrijd op de planning. Alle KTT’s waren aanwezig, met daarnaast dus onze ploeg en ook het Nederlands Team Shorttrack was present. Persoonlijk was ik heel blij dat we zo’n relaycompetitie reden, want tijdens een relay is er geen tijd om na te denken. Je volgt gewoon, probeert zo goed mogelijk je lijnen te rijden en gooit jezelf in elk mogelijk gaatje om een inhaalactie te maken. Ondanks dat ik deze week veel gedoe had gehad met mijn schoenen, kon ik lekker racen en zaten er goede dingen bij
Verbetering op de langebaan: een vliegende start
Terwijl ik op de shorttrackbaan vooral bezig was met mijn schoenen, had ik daar op de langebaan helemaal geen last van. Sterker nog, ik merkte juist dat het daar per week beter ging. Als ik vergelijk hoe ik me over het ijs bewoog in vergelijking met vorig jaar, zit daar een wereld van verschil tussen. Alles ging soepeler, mijn lichaam werkte mee en technisch klopte het allemaal een stukje beter. Omdat ik per week slechts één tot twee keer op het de 400-meterbaan stond, had ik geen idee wat ik kon en mocht verwachten voor mijn eerste race weekend. Toen ik op de 1500 meter direct mijn PR evenaarde – waar ik vorig jaar totaal niet in de buurt was gekomen – was ik dan ook erg blij. Er viel een last van mijn schouders af en het zorgde daarnaast voor de bevestiging die ik al die tijd nodig had. De wetenschap dat dit erin zat na drie langebaantrainingen, terwijl er ook nog genoeg punten waren die beter konden, stemde me heel tevreden en hoopvol. De 1000 meter van de zondag was iets minder – ik liet veel liggen in de eerste meters – maar ook hier merkte ik dat ik technisch vooruit was gegaan en soepeler reed dan eerdere seizoenen.

Eerste échte shorttrackrace
Na de KNSB- en relayrace van eerder, was het tijd voor het echte werk. De Time Trials en packstyle races voor de World Tour stonden voor de deur. De kwalificatie van de World Tour was verdeeld over twee opeenvolgende wedstrijdweekenden, waarin de startbewijzen voor de World Tour verdeeld zouden worden. Dat ik daar niet voor mee zou kunnen doen, dat wist ik van tevoren. Maar deze wedstrijden zijn ook hele goede momenten om wedstrijdmeters te maken en de dingen die je in training oefent in de praktijk te brengen. Echter was het zo dat ik de weken voorafgaand aan deze wedstrijd slechter en slechter begon te schaatsen. In plaats van dat mijn rondetijden sneller werden en ik uitgeruster raakte, ging het juist langzamer en leek ik fysiek helemaal vast te zitten. Ik ontwikkelde een soort stijfheid in de linkerkant van mijn onderrug die maar niet weg leek te gaan. De wedstrijden begonnen met individuele time trials over 3, 6 en 9 rondes. De manier waarop ik deze reed, gaf weinig reden tot tevredenheid. Ik merkte aan alles dat ik op 60% van mijn kunnen rondreed, maar het lukte simpelweg niet om mijn focuspunten in de praktijk te brengen. Uiteindelijk mocht ik wel starten op de 1500 meter en 500 meter. Ondanks mijn instabiele gevoel viel de 1500 meter me best mee. Maar niettemin was dit niet de start van het shortrackseizoen die ik voor ogen had.
Sterke finish bij de Mass Start
In hetzelfde weekend van de World Tour kwalificatie op shorttrack, stond ook mass start 1 op de langebaan op het programma. Omdat ik de 1000 meter op shorttrack niet reed, kon ik hier starten. Na een niet zo goed verlopen halve finale had ik besloten om in de finale voor de eindsprint te gaan, omdat ik merkte dat de snelheid er wel goed in zat. Omdat ik in de laatste 200 meter een moment van twijfel had en van het ene ‘wiel’ naar het andere ‘wiel’ verschoof, reed ik mezelf klem en werd ik uiteindelijk zevende in de sprint. Met alle mensen die punten hadden gepakt in de tussensprint, resteerde in de einduitslag een twaalfde plaats. Niet bepaald een uitslag om over naar huis te schrijven, maar in de eindsprint had ik wel gemerkt dat ik veel snelheid in de been had, wat een fijne opsteker was na het teleurstellende shorttrackweekend.
Dutch Open Shorttrack en een klein lichtpuntje
De Dutch Open Shorttrack was de tweede plaatsingswedstrijd voor de World Tour. Daar waar er het eerste weekend alleen Nederlanders aan de start stonden, reden er bij de DOS ook buitenlanders mee. Dit zorgde voor een hele leuke dynamiek en zorgde er ook voor dat je veel meer het idee kreeg van een echte wedstrijd. Voor onze ploeg was het sowieso leuk, omdat wij – omdat we zoveel verschillende nationaliteiten hebben – niet vaak een wedstrijd rijden waar iedereen aan de start staat.
Omdat ik de week ervoor zo verloren in de rondte reed – de trainingen na het desbetreffende weekend waren niet veel beter – was ik een dag voordat de DOS begon overgestapt van mijn oude linkerschoen naar mijn nieuwe. Daar was in de tussentijd wat aan veranderd, waardoor deze nu in ieder geval schaatsbaar was, hoewel dit voor de rechter nog niet gold. Dat dit een goede zet was bleek meteen, want opeens kon ik wel krap uitkomen en de bocht in hangen. Gedurende het weekend ging het dan ook beter en beter. Ik was zeker nog niet waar ik had willen zijn, maar ik reed een mooie tijd op de 1000 meter en liep op de 1500 meter net de A-finale mis. Met deze 1000 meter kwalificeerde ik me tevens voor de Universiade in januari 2025, wat een soort Olympische Spelen is voor studerende sporters. Dit was een doel voor mij van dit seizoen, die kon ik dus afstrepen.

Opspelende rug
Een volledig raceweekend bij de DOS en daarnaast de frustratie en onzekerheid omtrent het gedoe van m’n schaatsschoen, zorgde ervoor dat ik hierna even een paar dagen energie moest tanken. Ondanks dat ik dus wel beter kon rijden op m’n nieuwe schoen, bleef ik last houden van mijn rug en dit werd niet echt beter. Nadat ik nog een keer terug geweest was voor mijn schaatsschoen, was uiteindelijk ook mijn rechterschoen schaatsbaar. Dit scheelde wel gelijk in de last van mijn rug, maar nog steeds was het niet optimaal, omdat de spanning er wel al zat en niet zomaar verdween. Ook op de langebaan speelde het me een beetje parten, want een rug die niet meewerkt zorgt er toch voor dat bewegen niet gaat zoals je wil.
Corona gooit roet in het eten
Als klap op de vuurpijl werd ik de dag dat ik een 3 kilometer zou rijden op de langebaan wakker met het gevoel dat ik ziek aan het worden was. Achteraf had ik daar gelijk aan toe moeten geven, maar op het moment zelf heb ik dat gevoel aan de kant gezet en ben ik uiteindelijk toch van start gegaan, vooral omdat ik simpelweg een tijd op de 3km nodig had. Het zal jullie niet verbazen, maar ik reed daar niet bepaald goed, mijn lichaam was al bezig met iets heel anders, namelijk het bestrijden van een virus. Dit virus – covid – kreeg die avond de overhand en betekende het begin van tien dagen ziek zijn. Ik lijk er een abonnement op te hebben: ziek worden vlak voordat de langebaanwedstrijden beginnen. Natuurlijk kan je er niet altijd wat aan doen – ik was heel bewust bezig met alles wat ervoor zorgt om juist niet ziek te worden – en deze keer kwam het via m’n huisgenootje binnen en was ik uiteindelijk degene die er het langste last van had. Je doet er niks aan, maar het zou een understatement zijn als ik zeg dat ik baalde. Ondanks dat het schaatsen door mijn rug even wat minder ging, merkte ik wel dat ik beter was dan voorgaande jaren en keek ik met vertrouwen uit naar de eerste Holland Cup. Dat doel kon echter wel de prullenbak in, want dag na dag bleef ik me slecht voelen en uiteindelijk duurde het tien dagen voordat ik weer een ijsbaan van binnen zag. Terugkijkend was zelfs dat uiteindelijk nog te snel en had ik langer uit moeten trekken voor het herstel. Nu was het zo dat ik wel weer kon trainen, maar vooral door mijn eigen koppige vastberadenheid. Terwijl mijn lichaam er echt nog niet klaar voor was en na bijna twee weken covid een resetknop nodig had. Mijn gemiddelde hartslag bij de trainingen gaf aan dat ik nog niet helemaal fit was en ook mijn HRV-status wees op vermoeidheid. Na heel lang twijfelen startte ik dat weekend toch op de 1500 en mass start meter bij Holland Cup. Je kan je afvragen waarom ik dat deed, ik doe dat zelf deels ook nog steeds. Aan de andere kant weet ik ook heel goed waarom ik toch de keuze maakte om te starten. Ik kon niet accepteren dat ik, nadat ik het voorseizoen zo lekker en makkelijk reed, dit niet kon laten zien op de Holland Cup en daarna mogelijk op het WCKT, een doel dat ik dit jaar met rood had omcirkeld. De keuze om niet te starten was de verstandige optie geweest, maar op dat moment kon ik dat niet zien. Verrassend was het dus niet dat het weekend qua prestaties dramatisch was…
Two steps back, ten steps forward (hopefully)
Na dit weekend trok m’n lichaam aan de noodrem. Tot hier en niet verder, de boodschap was duidelijk. Door de krappe bochten bij de massastart van zondag, in combinatie met mijn lichaam dat volledig uit balans was, zorgde voor veel meer last van mijn rug. Maandag wist ik het dan ook even niet meer. Hield het gezeik dan nooit op? Gelukkig kon ik dinsdag gelijk terecht bij de fysio en op dat moment hebben we besloten dat ik even een stapje terug moet doen. Zowel om weer volledig fit te worden, als om aan mijn rug te werken. Omdat de problemen vanuit mijn rug voortkomen uit het shorttrack en ik er hierbij ook het meeste last van heb, sta ik in ieder geval even twee tot drie weken niet op de shorttrackbaan. Op deze manier zijn de belasting en de g-krachten minder en kan de spanning uit mijn rug langzaam wegtrekken. Langebanen gaat – zolang ik niet te snel ga – gelukkig wel pijnvrij, waardoor dat een mooie uitweg is om wel te kunnen blijven schaatsen. Deze combinatie met lichte trainingen, rustige krachttraining en easy ritjes op de fiets is hopelijk het recept voor een snel herstel. Omdat mijn longen na mijn coronabesmetting ook een optater gehad hebben, doe ik daarnaast alles op de fiets op lage intensiteit. Even weer werken aan de basis, zodat we vanaf hier weer uit kunnen bouwen en ons kunnen richten op de doelen die eraan komen. Als alles loopt volgens plan, zullen ook mijn nieuwe shorttrackschoenen vanaf december klaar zijn, waardoor ik optimaal kan vertrouwen op de steun van mijn schoenen en ik niet meer na elke training strompelend terugloop naar de kleedkamer 🙂
Ondanks dat het een tegenslag is om (weer) een dergelijke setback te hebben, merk ik dat ik goed in de wedstrijd zit. Ik ben positief gestemd en mentaal geeft het veel rust dat er zo’n duidelijk plan van aanpak staat. Daarnaast merkte ik in de eerste week dat mijn lichaam steeds meer in balans kwam en dat de vermoeidheid plaats begon te maken voor energie. En dat is een heerlijk gevoel!
Remember: Every setback is a setup for a comeback!

De rest van de foto’s zijn gemaakt door @instaschaats, Martin de Jong en @focusbyhanneke


