Yael & Cygnium – Deel I

Welkom bij het eerste deel van de vierdelige serie ‘Yael & Cygnium’. In deze serie ga ik in gesprek met mijn sponsor Cygnium, die dit seizoen prominent te zien is op mijn wedstrijdpakken. Ik denk dat het onderhand vier jaar geleden is dat ik voor het eerst in aanraking kwam met Cygnium. Eén van de oprichters van het bedrijf, Wim Oele, schaatst zelf vrij fanatiek rondjes op de Vechtsebanen in Utrecht en op dat moment gaf ik daar les. Hij kwam bij mij in de groep terecht en zo leerden we elkaar kennen. Op een gegeven moment kwam het gesprek op het onderwerp Cygnium en hetzelfde jaar nog reed ook ik rond met het logo van Cygnium op mijn pak. Sinds dit jaar is onze samenwerking nog wat professioneler, vandaar dat we ook bij o.a. deze serie zijn uitgekomen. Ik ben Cygnium heel erg dankbaar voor de steun en doe graag wat terug. En hoe leuk is het om te kijken naar de overeenkomsten en verschillen tussen topsport en de werkvloer, om zo beide ‘vakken’ beter te begrijpen.

In elk deel van ‘Yael & Cygnium’ gaan we in op andere onderwerpen. In dit eerste deel ben ik in gesprek met Thijs Govers, ex topschaatser en op dit moment werkzaam als Junior Consultant bij Cygnium. Na zijn schaatscarrière is hij gelijk doorgestroomd de werkvloer op. Samen hebben we het over mijn doelen voor dit seizoen en bespreken we paralellen en verschillen tussen het leven van een topsporter en een werknemer bij een bedrijf als Cygnium. Daarnaast komt natuurlijk Cygnium als bedrijf aan bod en hebben we het over onze samenwerking.

Hoe Thijs en ik in het schaatsen rolden

Thijs en ik komen beiden uit de schaatswereld, maar door het leeftijdsverschil kennen we elkaar niet écht goed. Voor degenen die het nog niet weten, hierbij nog even mijn ‘carrière’ tot nu toe in vogelvlucht. Eigenlijk heel simpel, ik begon al vroeg op de Jaap Eden Baan in Amsterdam, waar mijn moeder lesgaf en daardoor konden we gratis de ijsbaan op. Buitenspelen deed ik dus vaak op het ijs. In het begin was het vooral iets wat ik heel erg leuk vond, maar ik was ook al snel fanatiek. Zo snel mogelijk pootje over kunnen, zo snel mogelijk en rondje rijden, noem maar op. Op een gegeven moment kwam ik bij de c-selectie in Hoorn terecht en dat was het moment dat ik een beetje durfde te dromen. Van daaruit ging ik naar het KTT, het regionale talentencentrum. Ik was toen ook al begonnen met shorttrack en daardoor kwam ik eigenlijk in twee KTT’s terecht. KTT Midden voor shorttrack en KTT Noordwest voor langebaan. Mijn coaches hielden samen contact en zo stemden we het schema af. In het begin was dit vooral een basis vanuit de shorttrack maar door mentale en fysieke problemen verschoof de balans op een gegeven moment meer naar de langebaan. Omdat m’n succesfactor daar hoger was, koos ik voor de langebaan. Die mindere succesfactor had te maken met een gebrek aan kracht waardoor shorttracken er onder te leiden had en bij een langebaanrace kon ik dat allemaal nog wel compenseren. En zo werd ik weer een echte langebaner. Afgelopen seizoen maakte ik de stap naar Heerenveen – iets wat altijd wel het doel was geweest. Ik heb daar een heel leuk jaar gehad, maar ik merkte ook dat ik de langebaan soms erg eentonig vond. Daarnaast hadden we vorige zomer een weekje op de shorttrackbaan gestaan en dat zorgde ervoor dat de liefde weer opbloeide, ook omdat ik toen wel de kracht had en ik daardoor beter uit de voeten kon. Toen eind dit seizoen het Center of Excellence shorttrack – een internationale ploeg met als homebase Heerenveen – opstartte, voelde dit als een nu-of-nooit-kans. Ondanks dat ik het heel spannend vond – want ik had toch twee jaar geen races gereden – ben ik in gesprek gegaan en in het diepe gesprongen. En dat is iets waar ik tot nu toe helemaal geen spijt van heb.

Voor Thijs zag zijn loopbaan er heel anders uit. Toen zijn vader hem vroeg ‘Vind je het leuk om te gaan schaatsen?’ leek hem dit als guppie zijnde een goed plan en zo maakte hij de eerste slagen op het ijs. Van de schaatslessen ging hij naar de club van Deventer, daarna volgde een andere club met een hoger niveau, vanwaar hij doorstroomde naar het gewest van Overijssel. Hierna volgende vier hele goede jaren bij Sprintteam Oost. Ondanks dat hij twee keer gevraagd werd voor Jong Oranje bedankte hij daar beide keren voor, want bij Sprintteam Oost zat hij op zijn plek. Van daaruit reed hij de Junior World Cup cyclus en dit bracht hem uiteindelijk heel dicht bij doorstromen naar een merkenteam. Dit lukte uiteindelijk net niet en hij sloot zich aan bij Gewest Fryslân. Zes jaar lang reed hij in de pompeblêden rond en was hij een vaste waarde op nationale seniorenwedstrijden.

Mijn langebaanpak voor komend seizoen, met Cygnium op mijn rechterbeen

Studeren voor de toekomst

Als sporter zijnde is studeren iets wat niet altijd vanzelfsprekend is. Door de vele trainingsuren is de combinatie soms lastig te maken. Ik studeer zelf Franse taal en Cultuur in Utrecht en ondanks dat ik niet heel vaak aanwezig kan zijn, is het een fijne afwisseling met de schaatsbubbel. En daarnaast is het ook fijn om iets te hebben voor later na het schaatsen. Ditzelfde gold ook voor Thijs. Hij studeerde Communicatie en Multimediadesign in Leeuwarden wat naar eigen zeggen ‘Prima naast elkaar kon en waar de docenten wel doorhadden dat je met topsporters prima afspraken kan maken’. 

Van schaatser naar Junior Consultant

Maar hoe kwam Thijs als schaatser bij Cygnium terecht? ‘De laatste twee jaar stond ik een beetje stil. En dan ga je denken, wat wil ik? Ik ben toen via-via in contact gekomen met Wim, medeoprichter van Cygnium. Hij had gehoord dat ik een opleiding in IT gedaan had en ze zochten op dat moment mensen. De avond voordat ik op wintersport ging – het was toen rustperiode – hadden we contact. Dat was een positief gesprek en dit plantte wel echt een zaadje dat zich tijdens de wintersport verder ontwikkelde. Aan het einde van de vakantie was het voor mezelf duidelijk: ik stop met schaatsen en wil de stap zetten naar de werkvloer als onderdeel van Cygnium. Ik ben dus echt van de topsport het bedrijfsleven in gerold.’

Van topsporter, met een heel overzichtelijk leven van eten, trainen en slapen, naar werknemer bij een IT-bedrijf. Dat is een hele omschakeling. Niet alleen in dagindeling, maar ook qua mindset. Thijs: ‘Het zijn echt twee andere werelden. Je werkt met mensen die natuurlijk geen topsport hebben gedaan, niet gewend zijn constant naar perfectie te streven. Er is simpelweg een verschil in mindset/houding. Dit was ook iets wat in het officiële kennismakingsgesprek met Roger (mede-oprichter) en Wim een onderwerp was: Je bent topsporter, hoe uit zich dat dan? Als topsporter ben je gewend om, als er iets moet gebeuren, dit gelijk te doen. Als topsporter ben je eigenlijk een beetje je eigen bedrijf en je zorgt ervoor dat alles daaromheen goed is. Je hebt je eigen fysio, je eigen masseur, eigen sponsoren en je eigen materiaalman… Als je iets nodig hebt, voor bijvoorbeeld een blessure, dan weet je wie je moet contacten en je zorgt dat je zsm terecht kan. Dat is echt een omschakeling geweest.’Thijs haalt een goed voorbeeld aan, het maken van nieuwe custom schaatsschoenen als schaatser: ‘Daar gaat een periode van denken aan vooraf, maar op een gegeven moment hak je de knoop door en dan gaat alles ook snel. En die knoop doorhakken gaat in het bedrijfsleven een stuk trager. De beslissing over het maken van een aanbesteding kan bijvoorbeeld wel drie maanden duren, terwijl ik achteraf vaak denk ‘dit hadden we ook in de eerste drie uur kunnen bepalen en het resultaat was hetzelfde geweest, alleen dan een stuk sneller.’ Het is een kwestie van terugschakelen geweest, accepteren dat in het bedrijfsleven dingen langzamer gaan dan wanneer ik het volledig zelf in de hand zou hebben. Je bent meer afhankelijk van anderen. Als ik een taak toegeschreven krijg en tussendoor tijd zie om dit af te handelen, dan doe ik dat. En dan kan het zo zijn dat een collega er een week voor nodig heeft om erop terug te komen. Het is een kwestie van op de rem trappen, mezelf herinneren dat niet iedereen een topsport achtergrond heeft. En dat is niet erg, maar wel een groot verschil tussen beide werelden.’

Een hogere standaard hebben van werktempo of assertiviteit is iets waar ik me ook in kan herkennen. Als copywriter werkend voor Kompas Publishing denk ik ook weleens ‘Jemig, deze tekst duurt wel heel erg lang’. Dan twijfel ik weleens of ik het wel goed doe, of ik wel snel genoeg werk. En elke keer blijkt weer dat ik me voor niks zorgen heb gemaakt en zijn ze blij met werktempo- en resultaat.

Ondanks dat het soms aanpassen is, biedt de topsportmentaliteit op de werkvloer ook voordelen. Thijs: ‘Omdat ik weet dat mijn werktempo hoger ligt, kan ik mezelf soms ook wat meer rust gunnen. Bijvoorbeeld om vijf uur de laptop dichtklappen en denken ‘het is mooi zo, dit probleem komt morgen wel weer.’ Terwijl je als topsporter altijd bezig bent, je bent altijd verantwoordelijk voor je rust, trainingen, materiaal etc. Dat stopt niet om vijf uur.’

Kortom, ondanks dat het fijn is om als (ex-)sporter ergens aan het werk te kunnen, zijn het twee andere werelden. De sportwereld, waarin je constant verantwoordelijk bent, tegenover het bedrijfsleven waar je niet altijd hoeft te pieken.  

De eerste wedstrijden met Cygnium op mijn pak

Ter afsluiting van dit eerste deel kijken we nog even vooruit naar mijn schaatsseizoen en de komende wedstrijden. Dit weekend staat de eerste Holland Cup op de planning, tevens kwalificatie voor het World Cup Kwalificatie Toernooi. In principe stond er afgelopen maanden een mooie aanloop in de steigers… Zo’n maand geleden reed ik mijn eerste langebaanwedstrijd van dit seizoen. Na een zomer met als basis shorttrack was het spannend om te zien hoe dit uit zou pakken, maar ik reed gelijk tot op de honderdste gelijk aan mijn PR op de 1500 meter. Dit was een tijd waar ik de afgelopen twee jaar niet bij in de buurt kwam en dat met de shorttracktempo’s van de dag ervoor nog vers in de benen. Ik merkte ook dat ik makkelijker bewoog, meer controle had, wat vertrouwen gaf voor de eerste belangrijke races.

De twee weekenden erna stonden in het teken van shorttrack. Twee weekenden racen als onderdeel van de World Tour Kwalificatie. Daar waar het op de langebaan goed ging, was het op shorttrack op dat moment even wat minder. Door een productiefout in mijn nieuwe custom schoenen, reed ik noodgedwongen nog steeds op mijn oude schoenen en hier kon ik amper steun uit halen. Als gevolg hiervan kreeg ik last van mijn rug en merkte ik dat ik niet kon geven wat erin zat. Niettemin waren het twee leerzame weekenden – waarbij ik aan de start stond in mijn zwarte pak met het logo van Cygnium op mijn been – en overheerste er ondanks de omstandigheden een positief gevoel. Daarnaast had ik me ook gekwalificeerd voor de Universiade – het equivalent van de Olympische Spelen voor studenten – die in januari plaatsvinden in Turijn.

Na deze twee weekenden, die toch altijd intensief zijn door de vele ritten, was m’n immuunsysteem niet meer zo goed en werd ik twee keer ziek. De eerste keer was ik er snel weer bovenop, maar de tweede keer duurde een stuk langer, namelijk tien dagen. Ik had vooral veel last van mijn longen en ademhaling, moest veel hoesten en was daarnaast heel erg moe. Pas begin deze week was ik weer in staat om mijn trainingen op te pakken. En ondanks dat ik mentaal weer fris was en veel zin had, waren de eerste trainingen geen pretje. Mijn longen hadden het nog steeds zwaar en ik verzuurde sneller. De dag na de eerste training werd ik gelijk wakker met spierpijn, wat wel aangeeft dat m’n lichaam er weer erg in moest komen. Wel ging het per dag beter en op het moment dat ik dit schrijf voel ik me al veel beter dan dat maandag het geval was. Maar zeker niet zo goed als dat ik me voelde voordat ik de lappenmand in moest. Maar – en zo sta ik er ook echt in – het is zoals het is. Ik kan er niks aan veranderen. Dat ik niet in topvorm zal zijn dit weekend, dat is duidelijk. Maar dit betekent niet dat ik niet alsnog een goede rit kan rijden en technisch mijn gevoel van de eerste race op kan zoeken. En dan zien we wel wat dit waard is. Zaterdag rijd ik de 1500 meter, zondag de massastart. Let’s go!

In actie bij de Dutch Open Shorttrack, het logo van Cygnium op mijn rechterbeen. (door Martin de Jong)

Preview deel II

Hiermee breien Thijs en ik een einde aan dit eerste gesprek. De volgende keer gaan we het hebben over het stellen van doelen als sporter en hoe dit verschilt van doelen stellen in het bedrijfsleven. Met de jaarwisseling die eraan komt, komen ook momenten van reflectie, in beide werelden. Daarnaast kijken we natuurlijk ook naar de wedstrijden die ik tot dan toe heb gereden – want hoe ging bijvoorbeeld komend weekend de Holland Cup. Tot dan!

Het is ergens ook heel simpel: You miss all the chances you don’t take.

Dat is zowel in het sporters- als in het bedrijfsleven zo. Voor Yael was de kans voor het Center of Excellence een spannende stap, maar een kans niet grijpen uit angst dat ‘het misschien niet goed gaat’ of ‘je niet goed genoeg bent of kan worden’, daar heb je niks aan. De kans is groot dat je dan voor altijd blijft denken ‘Wat als ik het wel had gedaan?’.

Voor Thijs geldt hetzelfde. Alleen al bij de keuze om te stoppen met topsport en gelijk aan de slag te gaan bij een bedrijf als Cygnium. Het is een keuze die veel beren op de weg kan geven, maar die in realiteit heel mooi is uitgepakt. Het reflecteert ook heel erg op de kansenmarkt. Neem je een opdracht wel of niet aan? Begin je jouw eigen bedrijf of niet, stap je in deze investering of niet? Je zal nooit weten wat de goede keuze is, totdat je kans pakt. 

2 reacties

  1. Onbekend's avatar

    […] seizoen verscheen op mijn website de vierdelige serie Yael & Cygnium, waarin ik in gesprek ging met voormalig schaatser Thijs Govers – tegenwoordig werkzaam bij IT- […]

    Like

  2. Roger Claessen's avatar

    Mooi verhaal van jou en Thijs, goed te lezen hoe dat ervaren wordt. Veel success en plezier Yael.

    Roger.

    Like

Plaats een reactie