Besmet met het gravelvirus

Sommigen van jullie is het misschien al opgevallen op mijn Strava – en zo niet, volg me vooral, ik ben een fanatiek Strava-gebruiker! – maar sinds december ben ik de trotse bezitter van een Cube gravelbike. Hoewel ik wielrennen heel erg leuk vind, is het in de winter toch vaak nat en guur en omdat ik mountainbiken weer té off-road vind, werd ik steeds meer de kant van de gravelbike op getrokken. Aangezien het Instagram-algoritme altijd razendsnel doorheeft wat voor soort posts je interessant vindt, stond mijn timeline al snel vol met allerlei geweldige gravelfoto’s en -video’s en was er geen houden meer aan. Om er zeker van te zijn dat gravelen écht iets voor mij zou zijn, leende ik een weekje de gravelbike van een vriendin. Na deze week was ik nog meer overtuigd en een paar dagen later haalde ik mijn mooie donkergroene Cube op.

Omdat ik op dat moment nog met mijn knieblessure zat, kon ik er nog niet zo veel gebruik van maken. Echter, toen ik begin mei terugkwam uit Spanje en mijn knie weer naar behoren werkte, kon ik los. Ik vond al snel een website waar ik me kon inschrijven voor georganiseerde graveltochten van zo’n 120-150km. En elke keer betekende dit een dag vol plezier, avontuur en mooie natuur. Ik had het geweldig naar mijn zin, de tijd vloog voorbij.

Nadat het algoritme van Instagram me aan mijn gravelbike geholpen had, beïnvloedde het me de weken erop wederom. Steeds vaker kwamen er mensen voorbij die koersjes reden op de gravelbike en zo kwam het dat ik me inschreef voor mijn eerste gravelkoers…

Rebound: In de geest van Unbound

Echter, voordat het zover was, werd het 1 juni. Dit is de dag waarop in Amerika de grootste gravelkoers van het jaar verreden wordt: Unbound. Dit is 320 kilometer aan heavy gravel. Om dit ook in Nederland te laten leven is Rebound in het leven geroepen. Een Nederlands alternatief, waarbij je ofwel de hele, ofwel de halve afstand rijdt. De regels hiervoor zijn simpel, je start om zes uur in de ochtend, rijdt zonder support en hebt een hele leuke dag. Met de jaren is dit steeds groter geworden en dit jaar deelde YouTuber en gravelprof Douwe Doorduin mede dat hij dit jaar Rebound zou rijden vanuit Peize. Dit is op een half uurtje van Heerenveen en het leek me de uitgelezen kans om mijn grenzen wat te verleggen en daarnaast een mooie dag op de fiets te hebben. En dus vertrok ik zaterdag 1 juni om ietwat over zes met een groepje van negen man (ik was de enige dame) voor 160 kilometer aan gravel. Het was – netjes volgens de spelregels – een mooie en onvergetelijke dag op de fiets. Lang, maar genieten. Benieuwd naar de sfeer? Douwe maakte er een video over, bekijk deze hier!

De Rebound-gang!

Merida NL Gravel Series Aalten: De vuurdoop

Qua planning viel er wat te wensen over, maar de dag na Rebound was het de dag van mijn eerste gravelkoersje, deel 1 van de vierdelige Merida NL Gravelserie in Aalten. Een echte vuurdoop. De koersen van de Merida NL Gravel Series zijn allemaal rond de 100km en zijn een soort criterium, maar dan op gravel. Dat wil zeggen, telkens hetzelfde rondje. In dit geval was het rondje zo’n 8,5 kilometer. Ik was van tevoren hartstikke zenuwachtig, had geen idee wat ik kon verwachten, hoe ik me zou verhouden tot de andere meiden en of ik het wel leuk zou vinden. Dus ik liet het maar gewoon over me heen komen. Vanaf het begin was het gelijk volle bak. Ik weet nog dat ik op een gegeven moment dacht ‘Hoezo zit bijna iedereen er nog bij?! Ik heb het ongelofelijk zwaar!’. Gelukkig brak de groep kort daarna in stukken en ik kwam terecht in groep twee. Daar bleef ik eigenlijk de hele koers. Ik had het echt wel naar m’n zin, merkte dat ik wat betreft de technische stukken best goed uit de verf kwam en kon lekker blijven koersen. Totdat ik rond het twee-uurspunt ongelofelijk misselijk werd. Ondanks dat ik wel echt had nagedacht over mijn sportvoeding, bleek mijn tactiek niet goed afgestemd op wat mijn lichaam aankon en de laatste anderhalf uur was echt een lijdensweg. Niettemin overheerste na afloop van de eindsprint van ons groepje – die ik won – een positief gevoel. Ik had het ondanks de misselijkheid heel leuk gevonden!

Merida NL Gravel Series Zandvoort: Racen op het formule 1 circuit!

De volgende in de Merida NL Gravelseries was een wel heel bijzondere. Een parcours rondom het formule 1 circuit van Zandvoort, met daarnaast een ‘openingsronde’ over het circuit zelf. Na de eerste keer in Aalten wist ik iets beter wat ik moest verwachten. Echter was het parcours deze keer nóg technischer, met veel losse kiezels. Als zijnde de beginner de ik was, had ik mijn banden te hard opgepompt. En dat merkte elke bocht weer: een bocht waarin ik wegslipte met mijn voorwiel was eerder regel dan uitzondering. Ondanks een hele goede start – ik zat mee in de kopgroep – maakte ik mijn eerste schuiver ooit op de gravelbike. Niet helemaal mijn eigen schuld, maar niettemin zorgde het ervoor dat ik de aansluiting met de kopgroep verloor. Terugrijden lukte niet meer, dus haakte ik aan bij een groepje mannen. Later in de race volgde nog een keer een schuiver en dat gepaard met mijn moeilijke bochten zorgde ervoor dat ik deze koers wel wat minder leuk vond. Ook was het einde heel abrupt. In plaats van de geplande 100 kilometer bepaalde de jury opeens dat het na 3u30 wel ‘welletjes’ was en zo waren we van het ene op het andere moment gefinisht. Chaos alom dus…

Gravel One Fifty: mijn eerste officiële UCI gravelkoers

Ondanks dat de twee koersen van de Merida NL Gravel Series een hele beleving waren, dienden ze ook stiekem een groter doel: Ervaring opdoen voor mijn eerste ‘echte’ gravelkoers, de Gravel One Fifty. Deze wedstrijd is onderdeel van de internationale gravelkalender van de UCI en wordt verreden in Drenthe. Vanuit Heerenveen is dit een kleine drie kwartier rijden, dus zo’n kans kon en wilde ik niet aan me voorbij laten gaan. Na de race in Aalten was ik er zo zeker van dat ik deze discipline geweldig vond, dat ik me tijdens de terugrit naar huis gelijk heb ingeschreven. Op dat moment dacht ik vooral ‘jemig wat vet’, ik was me niet bewust van wat het nou eigenlijk precies inhield. De naam geeft het namelijk al weg, de Gravel One Fifty is een koers over 150 kilometer, met 90% onverhard. Een fiks aantal kilometers, maar gelukkig wel zonder hoogtemeters. Omdat het vanuit Heerenveen vrij dichtbij is, heb ik de weken ervoor in twee delen het parcours verkend, zodat ik een goed beeld kreeg van wat me allemaal te wachten stond. Ondanks dat het een ‘gravelkoers is, bestond een groot deel van de onverharde wegen uit zand. Dat gaf drie mogelijkheden: mul zand (zwaar), medium nat zand (snel) of modder (zwaar). De dagen dat ik mijn verkenning deed, was er sprake van het tweede scenario, de zandstroken lagen er perfect bij en je kon er hard doorrijden. Toen erg fijn, maar dit zegt natuurlijk niks over de omstandigheden op de dag van de koers. De week voor de start was het al vrij nat en de vrijdag ervoor kwam het de hele dag met bakken uit de lucht. Met als gevolg een parcours dat meer weg had van een moddercross.

Bij zo’n UCI koers, zijn er meerdere categorieën. Je hebt ten eerste de elite-rijders (zowel mannen als vrouwen) en daarnaast kan je starten in je eigen leeftijdscategorie. Ik startte in de categorie dames 19-34 jaar en wij waren startwave nummer 4. Ik had wel een poging gedaan om een plan te bedenken voor de koers, maar toen het startschot ging was het vooral een kwestie van zo hard mogelijk rijden en de eerste kilometers mooi positie zoeken. Na ongeveer twee kilometer werd gelijk duidelijk dat de modder echt een hele grote rol zou spelen, zo’n 50 meter moest iedereen met fiets op de schouder en tot de enkels aan de modder ‘klunen’. Het zette gelijk de toon, vies worden ging je toch wel.

De eerste vier uur gingen echt absurd goed. Ik had geen enkele ervaring met rijden in dergelijke omstandigheden, maar ik kwam er vrij goed doorheen, kon telkens van groepje naar groepje rijden en reed zo lekker mee met de mannen mee. Door de verschillende startwaves en categorieën had ik geen flauw idee van de situatie in de koers, het was simpelweg een kwestie van zelf zo hard mogelijk rijden. En daarnaast zo goed mogelijk eten. Gelletjes en isotone drank, elk half uur opnieuw. Mijn moeder reed met de auto van punt naar punt, zodat ik elke anderhalf uur een nieuwe bidon aan kon pakken. Alles leek dan ook koek en ei, totdat ik vanaf het vieruurspunt steeds meer last kreeg van mijn maag. Op een gegeven moment werd dit zo erg, dat ik net als in Aalten niet meer door kon pushen. Als mijn hartslag boven de 150 kwam, kwam alle sportvoeding omhoog. Het enige wat ik kon doen was blijven trappen. Daar waar ik de eerste vier uur met pit reed, echt zo goed mogelijk wilde eindigen, was ik nu vooral gefocust op finishen. Daarbij kwam dat mijn voorrem er op een gegeven moment de brui aan gaf en alleen nog maar aanliep. De combi van een aanlopende voorrem en mijn misselijkheid maakte dat de laatste 40 kilometer echt een lijdensweg werden. ‘Gewoon blijven trappen, dan kom je er wel’ was mijn mantra de laatste uren. Als er een groepje langskwam probeerde ik wel aan te haken, maar die pogingen liepen telkens uit op een nieuwe golf van misselijkheid. Na zes uur fietsen kwam ik over de finish. In de laatste 300 meter werd ik nog door twee meiden voorbij gereden. Ik zag het gebeuren, trapte wat ik kon, maar hun aanval afslaan zat er echt niet meer in. In de uitslag bleek ik uiteindelijk vijfde te zijn, na de eerste vier uur van de koers op positie twee te hebben gereden. Nu hoor ik jullie rekenen. Vijf min twee is drie, een podiumplaats was binnen handbereik geweest… Dat was wel even een grote ‘oef’, maar echt lang kon ik er niet bij stilstaan. Ik was vooral erg blij dat ik alsnog vijfde geworden was, ondanks de misselijkheid was blijven fietsen en een hele vette dag gehad had. Daarnaast had ik me met mijn vijfde plaats ook gekwalificeerd voor het WK gravel van begin oktober in Leuven. Ondanks dat ik hier niet kan starten in verband met het schaatsseizoen, is het toch een leuke statistiek en heeft de medaille een mooie plek aan mijn muur gekregen!

Al met al heb ik een geweldige dag gehad. Ik heb afgezien, genoten, gestreden en ik ben heel dankbaar dat ik deze discipline zo leuk vind, dat ik er zo veel plezier uithaal. En het feit dat ik dankzij Cube Store Friesland in zo’n mooi pakje mag rijden, maakt het nóg leuker!

Houffa gravel: zilver!

Na de gave ervaring bij de One Fifty, was bij mij het vuurtje echt gaan branden. The day after pakte ik de gravelkalender van de UCI en schreef ik me in voor een nieuwe koers op 24 augustus in Houffalize, België.

Deze koers viel in één van de laatste weekenden zonder shorttrack- of langebaanwedstrijden, dus mijn moeder en ik besloten er een mini-vakantie van te maken. Na de ijstraining op vrijdagochtend pakte ik mijn spullen, pikte ik mijn moeder op en samen reden we richting België. Het verkeer zat verre van mee – in plaats van 3,5 uur deden we er bijna zes uur over – maar rond een uur of zes kwamen we aan bij onze B&B. Het hele parcours verkennen zat er natuurlijk niet in, maar ik wilde wel graag mijn benen even losfietsen en daarnaast een indruk krijgen van de start. Zeker bij deze koers belangrijk, want Houffalize is berucht om de eerste kilometer, die een startklim bevat met stukken tot wel 18%. Deze klim – de Rue Saint-Roch – scheidt gelijk het kaf van het koren. En ik was blij dat ik de klim al even verkende, want ik reed mezelf gelijk helemaal het zuur in en het laatste deel ging met hangen met wurgen. Not to self: op raceday moet ik dus rustiger omhoog… Verder viel me op dat de eerste kilometers een aantal tricky single-track stukken bevatten en dat de term ‘gravel’ breed gehanteerd werd. Stukken rots bezaaiden een groot deel van het parcours, dus het was opletten geblazen waar ik reed. Met deze kennis in mijn achterhoofd stond ik zo’n twaalf uur later klaar in ons startvak. Onze leeftijdscategorie telde voor deze race 55 deelneemsters, allemaal klaar om de 110 kilometer en de 1600+ hoogtemeters aan te vallen.

Omdat ik niet de lichtste ben, vond ik het lastig om in te schatten hoe dit parcours met zoveel hoogtemeters zou vallen. Mijn twijfels werden gelukkig al snel weggenomen, want vanaf het eerste moment reed ik mee in de kop van de wedstrijd en na een half uur was er al echt een kopgroep ontstaan. Deze dunde steeds verder en verder uit. Naarmate de kilometers vorderden, liepen de startwaves ook steeds meer door elkaar. De vele rotsen zorgden voor veel lekke banden en materiaalpech, waardoor rijders die voor ons gestart waren aan een inhaalrace moesten beginnen en zo bij ons kwamen te rijden. Verder reden we ook wel aardig door, dus haalden we op een gegeven moment ook genoeg mensen in. Op driekwart van de koers vond ik mezelf terug met een groepje van drie andere meiden. Eentje daar van reed in mijn categorie, eentje in een oudere leeftijdsklasse en nummer drie reed als ‘elite’ in de rondte. Ondanks dat ik niet 100% zeker was, had ik het idee dat wij aan kop van de koers reden. In andere woorden, winst viel nog binnen de mogelijkheden. Maar niet voor lang, want een stukje modder zorgde ervoor dat nummer twee onderuit ging, nummer drie meenam en ik zat daar als nummer vier achter vast. Nummer 1 was precies degene van mijn categorie en voordat wij weer door konden, was zij gevlogen. Op dat moment was ik niet meer in supergoede doen en ook deze koers was de misselijkheid weer een beetje de kop aan het steken. Al snel werd me duidelijk dat een inhaalrace er niet meer in zat en focuste ik er simpelweg op om niet te vallen, m’n banden heel te houden en de laatste kilometers naar de finish veilig door te komen. De eindsprint won ik uiteindelijk nog vanuit mijn tenen en toen drapeerde ik mezelf uitgeput over de dranghekken heen. Ik had alles gegeven, een hartstikke goede koers gereden en uiteindelijk bleek ik inderdaad tweede te zijn geworden. Jammer dat een ongelukkig positionering het gevecht om plek 1 in de weg zat, maar ik was vooral heel erg blij en tevreden. Een tweede plaats in een officiële internationale UCI gravelkoers en dat in mijn eerste jaar op de gravelbike, ik tekende ervoor! Een leuke medaille-uitreiking volgde en daarna heb ik nog twee dagen samen met mijn moeder in België vertoefd. Wandelen, gravelen, relaxen, lezen, het waren kortom fijne dagen.

Ben ik nu uitgegraveld?

Na de mooie ervaringen op de gravelbike is voor mij één ding duidelijk: dit vind ik leuk, ik wil hier beter in worden en ik kan niet wachten tot de volgende koers. Echter is het ook september en dat betekent dat we de dagen aftellen tot de start van het schaatsseizoen. En dat staat nog altijd voorop. Voor dit zomerseizoen zijn de gravelkoersen dus verleden tijd. Natuurlijk zal ik nog regelmatig de gravelbike pakken voor een mooie duurrit over bijvoorbeeld de Veluwe, maar het koersen zal even moeten wachten. Tot in gravelseizoen 25-26!

2 reacties

  1. Maarten's avatar

    Leuk om te lezen, super aanstekelijk! : )

    Like

  2. Hanneke Mennens's avatar
    Hanneke Mennens · · Beantwoorden

    Toffe update Yael met gave beelden. Maak van 2024-2025 een mooi seizoen op het ijs en straks op de gravelbike in 2025!

    Like

Plaats een reactie