De eerste trainingsweken bij team Frysk zitten erop. Veel nieuwe input, prikkels en ervaringen, dus hoog tijd om jullie mee te nemen in de gang van zaken van de laatste maand.
Uren maken in Spanje
Nadat ik in april een weekje in Mallorca was met een vriendin, heb ik daarna twee relaxte weken gehad. Hierin heb ik veel met vrienden gedaan, heb ik steeds vaker mijn neus laten zien bij de colleges en heb ik ook frequent onderuitgezakt op de bank gelegen. Genoeg ruimte en tijd om tot rust te komen dus. Ik zou alleen Yael niet zijn alshet na zo’n anderhalve week ook wel weer begon te kriebelen. Gelukkig kon ik een halve week later gelijk toegeven aan dit gevoel, want ik ging samen met mijn vader twee weken naar Spanje. Hij voor familiezaken, ik vooral om uren te maken op de fiets. Met dank aan mijn sponsor Biare hebben we veertien dagen vertoefd in het Spaanse dorpje Pego, in de buurt van het bekendere Calpe.
Bij aanvang was het idee om telkens zes dagen te fietsen met daartussen dan één rustdag, maar dit plan kon na het eerste verkenningsritje gelijk de prullenbak in. In plaats van twee uurtjes de omgeving verkennen, kregen mijn ouders veertig minuten na vertrek een noodmelding van mijn Garmin. Een paar minuten daarna belde ik verward mijn moeder (die in Nederland zat) met de mededeling dat ik niet wist wat er gebeurd was, maar dat ik waarschijnlijk gevallen was met de fiets. Anderhalf uur later zat ik met mijn vader in het ziekenhuis, waar ze voor alle zekerheid een scan van mijn hoofd maakten. Ik wist me niks van m’n val te herinneren. Ook op moment van schrijven zijn deze herinneringen niet terug. De uren rondom m’n val zijn gewoon verdwenen, het telefoontje naar mijn moeder incluis. Feit was dus dat ik een hersenschudding had en ook dat ik de eerste dagen niet de fiets op kon. Geluk bij ongeluk was dat ik geen zware klachten als duizeligheid, misselijkheid of hoofdpijn had, dus het leek erop dat de hersenschudding niet al te heftig was. De dag na m’n valpartij hebben m’n vader en ik een wandeling gemaakt in de omgeving. Geen grote inspanning, maar wel een manier om even lekker buiten te zijn. De daaropvolgende dagen knapte ik zienderogen beetje bij beetje op en ik was dan ook blij dat ik op een gegeven moment toch de fiets op kon. Dat was immers de reden dat we naar Spanje waren gekomen. De eerste dagen deed ik nog rustig aan, maar de laatste week heb ik nog veel uren en hoogtemeters kunnen maken. Naast het fietsen deed ik verder zo weinig mogelijk, om mijn hoofd en lichaam te ontzien. Mijn dagen bestonden dus uit slapen, eten, fietsen, zonnen (met pet en zonnebril op), eten en weer slapen. Dat beviel me trouwens prima. In een nabijgelegen dorp was er een wielercafé waar driemaal per week een groepsrit vertrok. Hier sloot ik me de laatste week vaak aan, want kopmannen zijn natuurlijk altijd mooi meegenomen… De dag voor vertrek sloot ik mijn vakantie/fietskampje af met een rit van 150 kilometer met meer dan 2000 hoogtemeters. Een mooi einde na een minder goed begin.
Seizoensstart in het Noorden
Terug in Nederland trapten we als team Frysk officieel het zomerseizoen af met de eerste gezamenlijke trainingen. Spannend, wennen en vooral heel erg leuk. Om elkaar als team beter te leren kennen stond er na de eerste trainingsweek gelijk een trainingskampje op het programma. Zes dagen hebben we in tenten en caravans doorgebracht op de skeelerbaan in Doorn, waar we ons met z’n allen in het zweet werkten. Door gelijk een week samen op te trekken, leerde ik iedereen vrij snel kennen en dat zorgde ervoor dat de spanning die ik vooraf voelde voor een nieuwe groep al gauw verdween. Want over één ding kan ik zeker zijn: voor dat eerste kamp was ik echt wel een beetje zenuwachtig. Vier jaar lang was ik gewend de zomer op ongeveer dezelfde manier te starten. Met een groep die ongeveer hetzelfde was. Met trainers die precies dezelfde waren. En nu was het allemaal anders. Op trainingslocatie na dan, want de skeelerbaan in Doorn was de voorgaande jaren ook vaste prik.
Fast forward: op het einde van het kamp pakte ik met een grote glimlach de tent weer in. De dagen waren voorbijgevlogen en ik had het ontzettend naar mijn zin gehad. Ondanks de regen van de eerste drie dagen hing er een hele fijne sfeer in de groep en ik voelde me echt op mijn plek. Ik kon mezelf zijn, had de ruimte me terug te trekken als het nodig was en kon ook mijn ei kwijt bij meerdere luisterende oren. Daarnaast genoot ik die week ook van de variatie aan trainingen, zowel ten opzichte van de trainingen in de week zelf als in vergelijking met wat ik voorgaande jaren gewend was. Verrassend genoeg had ik gewoon genoten van blokjes op de skeelers en ik ontdekte al snel dat schaatsplanken (wat ik de afgelopen jaren niet vaak gedaan had) één van mijn favoriete trainingen was. Het leukste deel van de trainingen vond en vind ik misschien wel de loopscholing in de warming-up. Siep (trainer) komt zelf uit de atletiekwereld en hierdoor heeft hij echt oog voor de juiste looptechniek en -oefeningen. Zelf was ik vroeger ook vaak op de atletiekbaan te vinden en alle drills had ik best een beetje gemist. Lekker coördinatie bezig zijn, mij kan je niet echt blijer maken.
Heerenveen, Almere en weer terug
De week na het trainingskamp hebben we de gezamenlijke trainingen in Heerenveen weer opgepakt. Omdat ik op dit moment nog geen eigen plekje in Heerenveen heb, rijd ik tot dan twee tot drie keer per week naar Heerenveen, waar ik dan overnacht bij hele lieve mensen. Op die manier kost het reizen me niet te veel tijd en energie en kan ik aanwezig zijn bij bijna alle gezamenlijke trainingen. Tevens doen we ook veel fietstrainingen in groepjes, een stuk leuker dan drie uur in je eentje rondjes rijden – nog een voordeel.
Et l’étude?
Wat de combinatie studeren en trainingen bij Frysk betreft, dat gaat voorlopig nog erg goed samen. Op maandag hebben we altijd rustdag en het toeval wil dat ik op die dag twee colleges heb. Hierdoor kan ik bij beide vakken in ieder geval één keer aanwezig zijn en als mijn schema het toelaat plak ik er soms nog een tweede keer aan vast. Daarnaast duurt het nog slechts een maand voordat ik mijn laatste vakken van dit jaar afrond, wat betekent dat er vanaf dan wat meer rust komt. Het plan is om volgend schooljaar te beginnen met een vak minder, zodat ik rustig kan wennen aan de ijstrainingen en wedstrijden in combinatie met een studie in Utrecht. Gelukkig is de precieze invulling hiervan van latere zorg, op dit moment gaat het in ieder geval nog prima en focus ik me er gewoon op mijn laatste twee vakken succesvol af te sluiten.
Ik ben blij
Al met al kan ik wel zeggen dat ik blij ben. Blij met mijn nieuwe team, de nieuwe trainer, de nieuwe trainingen en de nieuwe toekomstige woonplaats. Ik merk dat ik het plezier dat ik aan het einde van vorig seizoen kwijt was weer aan het terugvinden ben en dat ik lekkerder in mijn vel zit. Ik geniet van de trainingen, probeer er elke keer het beste uit te halen en sta bijna elke dag op met zin in de dag. We gaan voor een mooie zomer!





