Terug naar het ‘gewone’ leven

Het blog waarin ik aangekondigde dat ik naar Font-Romeu zou gaan schreef ik daar, zittend in mijn raamkozijn met uitzicht op een rustige straat. Dit blog, waarin ik vooruit ga blikken op komend seizoen en de periode tussen mijn vertrek uit Frankrijk en aankomst terug in Amsterdam zal beschrijven, schrijf ik zittend op de bank voor ons huis. Om de hoek hoor ik het geroezemoes van de burenborrel en de hele straat staat vol geparkeerde auto’s. Alleen al in deze paar zinnen is duidelijk dat Font-Romeu en Amsterdam hartstikke verschillend zijn en deze verschillen hebben er dan ook zeker voor gezorgd dat ik er lang over gedaan heb mijn plekje te hervinden in mijn ouderlijk huis. De vele prikkels die de omgeving van Amsterdam te bieden heeft overspoelden me de eerste dagen volledig en in de avond lag ik dan ook vaak al om acht uur in bed met een boek om mijn hoofd een momentje van rust te gunnen. Achteraf gezien ben ik dan ook erg blij dat ik niet in één rechte lijn naar huis ben gekomen, maar eerst nog een tussenstop gemaakt heb in Parijs en daarna ook nog anderhalve week op een camping in België heb gewerkt. Op deze manier was de overgang van volledig rust en Franstalige mensen, naar de chaos en Nederlanders in Amsterdam een stuk minder groot.

Van Parijs heb ik, samen met mijn moeder, anderhalve dag genoten. Op de elektrische stepjes die je op straat kon huren zijn we elke dag van hot naar her gereden en hebben we extreem lekker gegeten in hartstikke leuke tentjes. Na zestig uur in de Franse hoofdstad reden we door naar de Ardennen waar mijn moeder me afzette op een camping om te werken. Op deze camping (Camping de la Semois) hebben we jaren gekampeerd als gezin en nu werd het alweer mijn derde jaar dat ik daar werkte. Helaas ook gelijk het laatste jaar, want de camping staat te koop. Des te meer reden dus om er dit laatste jaar nog eens extra van te genieten. En dat heb ik gedaan! Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat heb ik lol gemaakt met mijn collega’s en de campinggasten en elke avond rolde ik moe maar voldaan mijn bed in. Ik vond het grappig om te merken dat ik in Frankrijk ergens ook de sociale interactie wel gemist had, want ik knoopte vaak lange gesprekken aan met gasten en haalde daar echt plezier uit. Na acht dagen intensieve arbeid keerde ik, na drie maanden taal en Franse cultuur, weer naar huis.

Lang heb ik niet van mijn eigen bedje kunnen genieten, want iets minder dan een week later vertrok ik met KTT Noordwest naar Heerenveen om daar op trainingskamp te gaan en ook voor het eerst weer het ijs op te stappen. Om eerlijk te zijn zag ik er wel een beetje tegenop. Ik had die maandag tot woensdag namelijk weer best intensief getraind met KTT Midden, moest nog wennen aan de veel prikkels die Amsterdam me bood en was hierdoor vrij moe. Gelukkig viel deze vermoeidheid al snel van me af toen we voor het eerst het ijs opstapten en de eerste rondjes reden. Hoewel het niet gelijk als vanouds voelde, was ik zeker niet teleurgesteld met hoe ik de rondes doorkwam en van een eerste keer op het ijs word ik gewoon altijd erg blij. De tweede ijstraining ging al een stuk beter en gaf me ook de mogelijkheid technische dingetjes van vorig jaar op te pakken en verder mee aan de slag te gaan. Mijn doel was vooral om minder met mijn bovenlichaam te draaien bij de afzet naar rechts. Daarnaast rijd ik over het algemeen heel erg netjes en beheerst, maar mis ik vaak de power in mijn afzet. Ook hier ben ik mee aan de slag gegaan, door meer energie in het laatste deel van de afzet te gooien en ook mijn ritme iets te verhogen. Deze twee punten speelden tijdens het hele trainingskamp een leidende rol in mijn trainingen en aan het einde van de tien dagen was er een duidelijke verbetering zichtbaar, dus daar was ik erg blij mee. Waar ik ook heel blij mee was, waren de 2000 meters tempo achter de jongens aan. Hierin noteerden we namelijk meerdere 28’ers en ik hield ze zonder al te veel moeite bij. Een groot verschil met vorig jaar, waar ik met moeite één serie uit wist te rijden. Ook reed ik aan het einde van het kamp een hele goede temporonde op kop. Na afloop van het kamp was ik moe, maar ook heel erg voldaan en benieuwd naar alles wat er nog zou komen. 

Op kop tijdens een 400m

De eerstvolgende activiteitop het lijstje was een trainingskamp met KTT Midden-Oost, twee dagen nadat ik terug was gekomen van het kamp met KTT Noordwest. Aangezien ik bij thuiskomst nog volledig in de langebaanvibe zat, moet ik bekennen dat ik niet stond te springen om weer het shorttrackijs op te gaan. Deze gedachte probeerde ik wel zo goed als ik kon weg te drukken, want ik wilde heel graag een leuk en goed kamp draaien. Dit lukte de eerste training eigenlijk best prima en ik reed lekkere rondjes. Totdat een teamgenoot voor mij bij het uitkomen van de bocht over zijn punten heenging, bijna vooroverviel en met zijn achterste been de lucht in schoot. Aangezien je bij shorttrack erg dicht achter elkaar rijdt, bevond mijn hoofd zich precies op de plek waar zijn schaats naartoe ging en daardoor raakte zijn ijzer mijn oog. Ik schrok me natuurlijk helemaal de pleuris en sloeg gelijk mijn handen voor m’n gezicht, om daarna hartstikke opgelucht te zijn toen bleek dat ik alles nog zag. Mijn witte handschoen zat wel onder het bloed, maar dit was niet zó veel dat ik me er erge zorgen over maakte en ook mijn bril was op een dikke kras na nog heel. Natuurlijk had ik nog steeds een snee naast mijn oog, maar alles liever dan een schaats ín mijn oog, met alle gevolgen van dien. Wel reed mijn coach me voor de zekerheid gelijk naar de dichtstbijzijnde sportarts, die concludeerde dat ik een nette snee had opgelopen en inderdaad veel geluk had gehad; de wond zat namelijk op minder dan een halve centimeter naast mijn oog. De enige domper was wel dat ik 2-3 dagen niet mocht schaatsen omdat er in de schaatshouding te veel druk op de wond zou komen te staan en dat zou het herstel niet bevorderen. Niet écht een optimaal begin van een trainingskamp… Dinsdag ging ik nog wel mee naar de ijsbaan om bij de training van mijn team te kijken. Mijn oog was ondertussen hartstikke blauw geworden, maar het bloeden was gestopt. Wel klopte het erg en als ik een trap opliep bonkte mijn hele hoofd. In de middag besloot ik dan ook om naar huis te gaan, want nog twee dagen zo’n zes uur in een koude ijshal doorbrengen zag ik niet echt zitten. Gek genoeg ging het toen ik thuiskwam snel vooruit.

Woensdagmiddag maakte ik weer mijn eerste fietsritje en donderdag had ik nergens echt meer last van. Ik overwoog dan ook zeker om weer terug te gaan naar Heerenveen, maar omdat ik de tempo’s van vrijdag sowieso niet kon doen, vond ik op en neer voor een uurtje op het ijs iets te veel van het goede. Daarbij kwam ook dat ik merkte dat ik het wel even fijn vond om thuis te zijn; een vertrouwde omgeving, niks ‘moeten’ en de ruimte om mijn koppie op orde te krijgen. Vooral dat laatste was wel nodig, want ik zat er toch een beetje over in dat ik zo had opgezien tegen het trainingskamp, terwijl ik shorttracken nog wel hartstikke leuk vond. Ik legde me er dus maar bij neer dat deze week meer een herstel- dan trainingsweek zou worden en donderdag, vrijdag en in het weekend volgde ik het schema van KTT Noordwest. Ook draaide ik weer mijn eerste uren op de plek van mijn eerste bijbaantje en ging ik langs bij een aantal vrienden. Zeker niet de week dus die ik van te voren had verwacht of voor ogen had, maar wel een week waarin ik mezelf meer rust gunde, de tijd nam om na te denken en mezelf oplaadde voor de weken die nog komen gingen. 

Gehavend en wel voor de camera 😉

Tijdens deze rustigere dagen heb ik geprobeerd m’n mind te shiften naar een aanvallendere en positievere insteek, vooral wat betreft shorttrack. Dit was echt gelukt, want de eerstvolgende training was ik scherp en gemotiveerd. Hierdoor werd de training ook gelijk zo veel leuker! Als klap op de vuurpijl merkte ik ook op de langebaan dat ik het zowel mentaal als fysiek even rustig aan had gedaan en tijdens de eerstvolgende tempotraining scherpte ik mijn snelste rondetijd aan tot 27.0! Twee weken eerder had ik voor het eerst 28.0 gereden en nu reed ik dus alweer een seconde harder. Natuurlijk reed ik niet zelf op kop en kon ik achter de jongens uit de wind zitten, maar desondanks was en ben nog steeds ik er erg blij mee. 

Bij het shorttracken gaat het iets minder denderend dan bij de langebaan, maar ook daar haal ik uit iedere training leer- en positieve punten. Op zondag 5 september reden we als kleine seizoensopener een inter-KTT-wedstrijd. Hartstikke leuk en ook gezellig om iedereen weer te zien. Hoewel je natuurlijk ook wel een beetje goed wilde rijden, was het vooral een wedstrijd om te leren en voor de race bespraken we met onze coach wat voor technisch of tactisch ding we wilden gaan doen, om deze op het ijs dan zo goed mogelijk ten uitvoer te brengen. Persoonlijk heb ik me gefocust op buitenom inhalen, langer achteraan ‘durven’ zitten en twee overstappen de bocht in doen. De eerste twee punten lukten wat beter dan het laatste punt, maar het gevoel na deze eerste ‘wedstrijd’ was best positief en ik heb zin in de rest van het seizoen. 

 Heel uitgebreid heb ik het er nog niet over gehad, maar ik ga komend jaar niet studeren. Althans, dat was het plan vóórdat ik naar Frankrijk ging. Nu puntje bij paaltje komt, de scholen weer beginnen en ik alle leuke verhalen van mijn vrienden hoor, begint het ook bij mij wel weer een beetje te kriebelen. Hoewel ik nog steeds achter de beslissing om een tussenjaar te nemen sta, weet ik me niet goed raad met de vele vrije tijd die ik heb en mis ik de mentale prikkel die school altijd bood. Ik heb nog geprobeerd mezelf in de pilot ‘Flexstudies’ te praten, zodat ik zelf kon kiezen hoeveel en welke vakken ik zou willen doen, maar deze deadline was natuurlijk allang geweest. Op dit moment ben ik dan ook op zoek naar een andere optie, zoals bijvoorbeeld een vak aan de Open Universiteit of ergens anders een cursus volgen. Want, hoewel ik mijn baantje in de horeca hartstikke leuk vind, is het geen baantje dat ik elke dag wil doen en mentaal hoef ik me er ook niet voor in te spannen. Om mijn vrije uren te vullen ben ik dan ook maar eens gestart met een ‘Bullet Journal’. Iets waarvan ik vroeger altijd zei dat ik het nooit zou gaan doen, maar waar ik nu met veel plezier een paar uur mee vul zolang ik nog geen andere oplossing heb voor de vele ‘gaten’ in mijn agenda. Een groot voordeel van deze vele vrije tijd is dan weer wel dat ik veel mensen voor het eerst in lange tijd weer kan spreken en dat is erg fijn. Kortom, ik moet nog even wennen aan de extra uren die ik beschikbaar heb, maar ik ben er zeker van dat ik hier op den duur een goede en leuke oplossing voor zal vinden. Daarnaast is het ook wel erg fijn soms wat meer rust te hebben tussen trainingen door, want de kwaliteit wordt alleen maar beter. En daarbij komt ook dat ik voor het eerst op trainingskamp zal gaan, zonder dat ik tussendoor mijn schoolwerk bij moet houden! Let’s see what that brings!

Foto’s gemaakt door Martin de Jong

een reactie

  1. Marja Feijen's avatar

    Yael, wat weer een prachtig geschreven, eerlijk en openhartig verhaal. Zo stoer ben je over zo’n gevaarlijk schaatsongeluk… Ben heel benieuwd waar je aan het eind van dit seizoen zult staan. Het klinkt hoopgevend. We houden je in de gaten. Veel succes. Marja

    Like

Plaats een reactie