Merci pour tout, équipe française!

Vorig blog sloot ik af met de belofte mijn belevenissen in Frankrijk uitgebreid te beschrijven in mijn eerstvolgende blog. Belofte maakt schuld en dus zal dit stuk volledig in het teken staan van mijn ervaringen. En ik moet zeggen dat ik dat zeker niet met tegenzin doe, aangezien deze twee maanden onvergetelijk waren.

Zoals altijd in een nieuwe omgeving waren de eerste dagen onwennig. In tegenstelling tot wat ik verwacht had, kwam dit niet doordat ik voor het eerst volledig alleen woonde, maar doordat ik gewoonweg niet goed wist hoe ik me in het gezelschap van de Fransen moest gedragen. Mede doordat ik het Frans echt nog niet zo goed onder de knie had en ik dus niet gelijk kon zeggen wat ik dacht, gebeurde het vaak dat ik te lang nadacht over wát ik nou precies wilde zeggen en dat zorgde ervoor dat ik meestal maar helemaal niks zei. Daarbij kwam ook nog eens dat ik, zeker aan het begin, nogal wat plankenkoorts had als het aankwam op het zeggen van Franse zinnen omdat ik onzeker was over mijn uitspraak, zinsopbouw en grammatica. Gelukkig waren de junioren hartstikke sociaal en lieten ze duidelijk merken dat ze het alleen maar heel erg tof vonden dat ik Frans sprak en naarmate de dagen vorderden gooide ik steeds meer de deken van stilte van me af en werd ik losser en losser. Vooral met één van de jongste meiden ontwikkelde ik al snel een goede band, zelfs terwijl ze me aan de lopende band verbeterde als ik een grammaticale fout maakte. Daarnaast washet ook fijn dat ik het goed kon vinden met de Indiase schaatser Akash en naast de Franse gesprekken ook nog in het Engels kon praten, wat op dat moment echt nog wel momentjes van opluchting waren aangezien Engels toch een stuk vloeiender gaat. Tenzij ik snel moest schakelen van het Frans naar het Engels, want dan raakte ik toch echt de draad een beetje kwijt. Soms was dit zelfs zo erg dat ik, zonder dat ik me er echt bewust van was, een Nederlands verhaal af begon te steken en dit eigenlijk pas na een paar zinnen doorhad. Opvallend was ook dat het niveau van mijn frans heel erg afhing van mijn stemming van de dag; als ik een goede dag had kon ik in principe alles wel verstaan en hoefde ik ook bij het praten niet extreem na te denken, maar bij een slechte(re) dag voelde ik me vaak weer echt en beginner en kwam er niet veel meer uit dan ‘oui’, ‘non’ en ‘pourquoi’… 

Trainen op hoogte
Tijdens de eerste twee weken waren er ook nog twee andere nationale teams. Deze trainden vaak samen met de Franse senioren, waardoor ik de eerste dagen vooral met de junioren op het ijs stond. Iets was ik overigens totaal niet erg vond, aangezien ik erg moest wennen aan de hoogte en dus aan de weinige zuurstof in de lucht. Ik weet nog goed dat mijn gemiddelde hartslag tijdens de eerste keer fietsen rond de 160 slagen per minuut lag en dat ik na twee rondjes schaatsen vaak de 180 al aantikte en mijn benen ook al vol met verzuring zaten. Wat betreft de trainingen moest ik ook wennen aan de Franse oefeningen en aanpak. Hoewel ik echt niet had verwacht dat we hetzelfde zouden doen als in Nederland, had ik niet voorzien dat het verschil zó groot zou zijn. Gelijk de eerste training begonnen we al met een oefening die ik nog nooit had gedaan en waar ik dan ook echt tijd voor nodig had om deze een beetje onder de knie te krijgen. Deze nieuwe dingen maakten de trainingen uitdagend en voor mij ook erg interessant, waardoor de tijd op het ijs elke keer voorbij vloog. Het grootste verschil was denk ik wel dat we in Nederland vaak veel verschillende dingen in één training doen, zoals relays, techniek, snelheid en spel en dat in Frankrijk een training veel van hetzelfde bevat. Een gemiddelde training bestond bijvoorbeeld uit drie sets van acht keer vier rondjes. Vrij eentonig dus, maar aan de andere kant ook heel fijn voor het oefenen van verschillende technische dingen. Een ander groot verschil ten opzichte van Nederland waren de technische aanwijzingen die ik kreeg en de manier waarop ze naar schaatsen keken. In Nederland ben ik gewend echt diep de bocht in te gaan en hier in Frankrijk deden ze dat juist een stuk minder. Wel was de Franse trainster er als de kippen bij toen ik wat slordig werd met mijn schouders en hielp ze me er consequent aan herinneren om mijn linkerschouder op te blijven trekken bij het ingaan van de bocht. 

‘Thuis’
Dat ik steeds meer deel werd van de (junioren)groep bleek wel toen ik uitgenodigd werd voor een pizza-avond met z’n allen. Hoewel deze ‘gehost’ werd door mijn Indiase vriend en het dus niet per sé vanuit de Franse groep kwam, was ik alsnog erg blij dat iedereen me erbij wilde hebben. Bijkomend voordeel voor iedereen was ook dat ik zowel Frans als Engels sprak en dus prima als tolk kon fungeren.  Fransen zijn namelijk niet bepaald een ster in Engels en ik was de enige buitenlander die Frans sprak. Zo bracht ik de avond dus door met pizza eten, lachen en het vertalen van woorden en zinnen zodat het gesprek onderling ook op gang bleef. Hoewel ik eerder weg ging omdat ik herstellende was van een paar dagen ziek zijn, was het echt een heel gezellige avond die maakte dat ik me nóg meer thuis begon te voelen. Want dat was Font-Romeu: thuis. Het hebben van een eigen appartementje, het kunnen bepalen van mijn eigen dagritme, de zon die ik in de ochtend zittend in de vensterbank op kon zien komen en de mensen die allemaal even aardig en vriendelijk waren; het zorgde er allemaal voor dat ik Frankrijk echt als thuis begon te zien. Natuurlijk had ik ook nog contact met het werkelijke thuisfront en sprak ik mijn ouders geregeld, maar er is geen moment geweest waarop ik het idee had dat ik thuis miste of dat ik terug wilde naar Nederland. En dat klinkt misschien erg bot, zeker voor mijn ouders, maar het feit dat ik me zo op mijn plek voelde was voor zowel mijn ouders als voor mij een goed iets. Voor mij omdat het een bevestiging was dat ik ook in Nederland wel op mezelf zou kunnen en willen wonen en voor mijn ouders omdat er niets mooiers is dan zien en horen dat je kind volwassen wordt en gelukkig is. 

Doordat mijn enige verplichtingen gedurende de dag mijn trainingen waren, had ik ook nog genoeg vrije uren over om andere dingen te doen. Wifi (of überhaupt verbinding) had ik in mijn appartement niet, de enige plek met wifi was de ijsbaan of een cafeetje in het centrum, en dus begon ik weer met het lezen van boeken. Na al die jaren verplicht boeken lezen voor school voelde het aan het begin nog wat onwennig weer alles te lezen wat ik wilde, maar al snel kwam de liefde voor verhalen terug en aan het einde van mijn verblijf stond de teller op meer dan twintig gelezen boeken. In de ochtend at ik, zittend in de vensterbank, mijn ontbijt met een boek erbij, tussen de middag verruilde ik mijn ontbijt voor de lunch maar met nog steeds hetzelfde boek en in de avond viel ik al lezend in slaap. Het lezen zorgde voor bepaalde momentjes van rust in de dag die ik door de drukte rondom de examens lang niet meer zo ervaren had en ik genoot er dan ook met volle teugen van. Waar ik ook erg van genoot waren de mensen. In tegenstelling tot de drukte in Amsterdam heerste er in Font-Romeu een soort serene rust en op straat en iedereen zei elkaar gedag. Daarbij kwam ook nog eens dat mensen, als ze erachter kwamen dat ik als buitenlandse Frans sprak, gelijk helemaal vrolijk werden en me overlaadden met complimenten. Op een gegeven moment was het net alsof bijna iedereen in het dorp me kende en bij het cafeetje waar ik vaak een kopje koffie dronk hoefde ik mijn bestelling dan ook niet meer door te geven omdat deze al reeds bekend was. 

Van junior naar senior
Met alle nieuw indrukken, vele trainingen en verslonden boeken waren de eerste zes weken in Frankrijk om voordat ik het goed en wel doorhad. Het einde van deze weken betekende ook dat voor de junioren de vakantie was aangebroken en dat ze vier weken naar huis zouden gaan. Aangezien ik ‘maar’ acht weken zou blijven, zou ik ze niet meer terugzien. En hoewel ik ook echt goed contact had met de senioren, had ik me toch altijd het meeste op mijn gemak gevoeld bij de junioren en ik zou ze dan ook erg gaan missen. Het subtiel verbeteren van mijn Franse uitspraak en zinsopbouw, het onderling geinen op het ijs en in de kleedkamers en de onderlinge voetbalcompetities, ik keek er niet naar uit om dit de laatste vier weken daar te moeten missen. Om mijn dankbaarheid naar iedereen duidelijk kenbaar te maken, had ik mijn vader gevraagd een pakket op te sturen met daarin achttien pakken met stroopwafels zodat ik deze uit kon delen. Op die manier probeerde ik ze een klein beetje Nederland mee te geven. Gelukkig gingen we niet uit elkaar met slechts de uitwisseling van stroopwafels en een ‘salut’, maar organiseerde Akash een afscheidsfeestje. Ik ga er niet meer woorden aan vuil maken dan nodig, want ik denk dat iedereen zich voor kan stellen hoe een feestje met tien jongvolwassenen er aan toegaat… 

Samen met alle junioren

Nu de junioren weg waren trainde ik volledig met de senioren mee. En dat heb ik geweten ook, want na de eerste week het hele programma mee te hebben gedaan was ik volledig afgemat en kreeg ik met moeite mijn ene been voor de andere. Afgezien van het feit dat ik fysiek heel erg moe was, viel deze eerste week als Franse senior eigenlijk helemaal niet tegen. Als ik mijn angst voor het maken van fouten een beetje van me afzette kon ik prima meedoen in de gesprekken en ook hier werd ik echt in de groep betrokken. Natuurlijk was het anders omdat de jongste senior alsnog anderhalf jaar ouder was, maar ik heb me geen moment buitengesloten gevoeld. De enige momenten dat ik me wel een beetje afvroeg wat ik daar aan het doen was, was als we voor de training in de kleedkamer zaten en de meiden onderling in het frans begonnen te praten. Dat ging over het algemeen namelijk zó verschrikkelijk snel, dat ik zelfs na zes weken oefening niet meer dan een handjevol woorden oppikte. 

Leuk was ook dat er rond die tijd een jongen uit Zwitserland mee kwam trainen. Hoewel ik in het begin wel jaloers op hem was omdat hij moeiteloos frans sprak en dus makkelijker zijn plekje in de groep vond, was het ook erg leuk om met iemand te praten die net als ik uit een ander land kwam om in Frankrijk te trainen. Met deze Frans sprekende Zwitser was de groep onderhand ook aardig internationaal geworden. Naast het Franse team was het Tsjechische team namelijk ook op trainingsstage, trainden er twee mensen uit Oekraïne mee en had je natuurlijk mij en Akash (de Indiër nog). 

Retourtje Nederland
Ongeveer een week na het afscheid met de junioren stapte ik in het vliegtuig naar Nederland. Niet omdat ik naar huis wilde of het helemaal zat was, maar omdat ik mijn diploma op ging halen. De uitslag van mijn examens had ik namelijk in Frankrijk gekregen en aangezien je maar één keer in je leven je diploma van de middelbare school krijgt, wilde ik die ervaring zeker niet missen. Op vrijdag stond ik om half zeven bij de bushalte in Font-Romeu, om na een aantal perikelen omtrent het OV tien uur later op Schiphol aan te komen. Met mijn moeder heb ik toen snel even een hapje gegeten en daarna nam ik samen met de rest van de klas mijn diploma in ontvangst. Zaterdagochtend deed ik een sprongtraining mee met KTT Noordwest in Schoorl, in de avond ging ik feestelijk uit eten met mijn ouders en had ik een feestje met KTT Midden en zondag om twaalf uur stapte ik weer op het vliegtuig naar Frankrijk. Een erg druk en hectisch weekend en dus was ik maandagochtend zó uitgeteld dat ik besloot de eerste ijstraining over te slaan. Een goed plan, want die desbetreffende week sloot ik af met dertien trainingen op de teller, zelfs zonder die eerste meegerekend te hebben. 

Ondertekenen van mijn diploma

Laatste dagen
Hierna restte er nog slechts één week voordat mijn tijd in Frankrijk er alweer op zat. En zoals altijd met dit soort dingen, is de laatste week altijd het mooist. Ook voor mij gold dit, want ik voelde me opeens een stuk hechter met de groep, trok zonder er over na te denken mijn mond open in een gesprek en maakte zelfs hier en daar een Franse grap. Daarnaast probeerde ik ook nog zoveel mogelijk in me op te nemen: het uitzicht als ik in de ochtend wakker werd, de begroetingen van de mensen op straat, de weg op de fiets naar de ijsbaan, de wandelingen door het bos als ik besloot eens lopend te gaan en nog veel meer. De tijd was gewoonweg te snel gegaan en ik wilde nog lang niet naar huis. Hoewel, ‘thuis’ was op dat moment niet het goede woord: ik wilde niet terug naar Nederland, want op dat moment was Frankrijk mijn thuis. Toen mijn moeder op vrijdag met de auto aankwam, was ik dan ook niet bepaald gezellig. Natuurlijk was ik blij om haar te zien, maar ze betekende ook dat mijn afscheid opeens definitief werd en daar wilde ik niet aan denken. Die zaterdagochtend trok ik me dan ook bewust een beetje terug om zo veel mogelijk van mijn laatste uren daar te genieten, zelfs van de zware lactaattraining die de laatste van de vele Franse ijstrainingen zou zijn. Net als bij de junioren had ik voor iedereen een zak met stroopwafels meegenomen en bij sommige senioren er ook nog een kaartje bijgedaan en daar een persoonlijke boodschap op geschreven om ze nog wat extra te bedanken. Ik weet nog hoe raar het voelde om met al mijn spullen de hal van de ijsbaan uit te lopen, nadat ik daar zo lang een eigen plekje in de kleedkamer had gehad. Gek genoeg was het een opluchting toen we definitief wegreden. Ik denk dat dit kwam doordat ik me er daardoor bij neer kon leggen dat het nu echt voorbij was, terwijl de gedachte hieraan, terwijl ik er nog was, te veel pijn deed omdat alles nog zo tastbaar was. 

Merci
Zo schrijvend en terugkijkend op mijn weken in Font-Romeu moet ik nog steeds zo nu en dan even slikken. Deels omdat ik iedereen erg mis, maar ook omdat ik zo verschrikkelijk dankbaar ben voor de ervaring die ik daar heb opgedaan. Want naast het leren van het Frans heb ik ook geleerd mijn eigen boontjes te doppen, weet ik nu dat ik prima op mezelf kan (en wil) wonen en kan ik ook met zekerheid zeggen dat ik, naast het schaatsen, een andere liefde heb gevonden de Franse taal en literatuur. En dat geeft lucht, want het biedt me de zekerheid dat ik, mocht ik onverhoeds niet meer willen of kunnen schaatsen, ook iets anders heb waar ik plezier uithaal en waar ik mijn ziel en zaligheid in kan stoppen. Hiermee afsluitend denk ik dat het wel duidelijk is dat ik het naar mijn zin heb gehad. Zó erg, dat ik bijna met zekerheid durf te zeggen dat ik nog eens terugga. Of dit volgend jaar al is weet ik nog niet, maar dat er een tweede (en misschoen wel derde of vierde …) keer gaat komen staat vast. Merci pour tout, équipe française!

een reactie

  1. Hanneke Mennens's avatar
    Hanneke Mennens · · Beantwoorden

    Hi Yael! Fantastisch om je ervaringen in Frankrijk te lezen en hoe je alles hebt weten te verwoorden. Super dat je zo hebt genoten en ik begrijp het helemaal dat je nog een keertje terug wilt. Een ding is zeker deze ervaring pakt niemand je meer af! Ik wens je een mooi seizoen op het ijs en ik zal je vast en zeker wel een keertje voor mijn lens hebben 😉

    Like

Plaats een reactie