De eerste woorden van mijn eerste blog van het nieuwe jaar (en het nieuwe decennium) zijn een feit. En met volle overtuiging kan ik zeggen dat ik nog nooit zo blij ben om een jaar af te sluiten. Want, naast het feit dat afgelopen maanden natuurlijk wél positief waren, zijn de ervaringen van afgelopen zomer herinneringen die ik graag achterlaat. 2020 probeer ik dan ook te zien als een vel papier. Een onbeschreven blad en aan mij is het de taak om het in te kleuren op de manier die ik, en niemand anders ga bepalen.
Voordat ik begin aan een kleine samenvatting van de afgelopen maanden, wil ik graag nog even terugblikken op mijn vorige blog. Hierin vertelde ik over de zomermaanden en legde ik uit wat de reden van mijn afwezigheid geweest was. Een erg persoonlijke tekst, waar veel schrijfuren in zaten en toen ik het publiceerde was ik om eerlijk te zijn ook best wel nerveus voor de reacties. Maar als ik me ergens geen zorgen over had hoeven maken, was het dat wel. Want nog nooit heb ik zó veel lieve en positieve reacties gehad op een blog. Natuurlijk had ik ook nog nooit een vergelijkbare post geplaatst, maar dat neemt niet weg dat ik compleet overdonderd was door de vele lieve reacties die ik ontving en die me zeker ook veel gedaan hebben. Hiervoor wil ik iedereen dan ook heel erg bedanken, want mede dankzij deze reacties ben ik er weer 100% van overtuigd dat schaatsen datgene is wat ik het liefste doe, en dat ik dit door niemand (inclusief mezelf) ooit meer van me af laat pakken.
Dit was ook wat er door mijn hoofd schoot op het moment dat ik op oudejaarsavond de seconden aftelde en om klokslag 12 uur in mijn moeders armen viel: ik ga ervoor! Mijn goede voornemen voor het nieuwe jaar heb IK in ieder geval duidelijk.
Zoals ik al schreef in de eerste alinea van dit nieuwjaarsblog, waren de afgelopen maanden een vrij positieve afsluiting van een roerig jaar. Toen ik mijn laatste blog publiceerde, zat de kwalificatiewedstrijd voor het NK Allround er op en zat ik in de auto op weg naar Inzell voor een tiendaags trainingskamp met RTC Noordwest. In eerste instantie twijfelde ik of ik mee zou gaan, want in dezelfde periode was er namelijk ook een Starclass voor shorttrack. Het plan was er dan dus ook even om, tijdens het trainingskamp, op en neer te vliegen naar Bergamo om daar de Starclass te rijden, daarna het vliegtuig naar Inzell weer te pakken en de laatste dagen kamp mee te draaien. Maar na lang nadenken en veel discussies hebben we uiteindelijk toch besloten om dit niet te doen en een volledig kamp te draaien. Het op een neer vliegen zou namelijk hoogstwaarschijnlijk voor veel stress zorgen, met zware benen en een slechte wedstrijd als resultaat. Daarnaast zou ook de gehele kwaliteit van het trainingskamp achteruitgaan, en dus heb ik ervoor gekozen om alle tien dagen mee te gaan. Achteraf is dit zeker een beslissing waar ik heel erg blij mee ben, want doordat ik dus alle dagen aanwezig was heb ik zowel fysiek als technisch veel stappen kunnen zetten en ook hielp het heel erg dat ik meeging in de groepsdynamiek.
Voor mij werd het de derde keer dat ik op een trainingskamp zou gaan naar Inzell. Alle voorgaande jaren was dit een onvergetelijk ervaring, en ik had er dan ook heel veel zin in. De rust in het afgelegen Inzell en de mooie bergomgeving maken namelijk altijd dat ik even alle stress van thuis los kan laten en mijn batterij ook weer op kan laden. Wat misschien gek klinkt aangezien je naar Inzell gaat om te trainen, maar voor mij werkt de berglucht op de een of andere manier altijd als oppeppertje. Tijdens onze tien dagen in Inzell hebben we bijna elke dag op het ijs gestaan en in het weekend van 18-19 november reden we ook een wedstrijd. De meesten van het team reden hier een 500 meter en een 1000 meter, maar ik stond ingeschreven voor een 1500 meter, aangezien ik deze nog niet vaak gereden had en we op de Trials voor de Jeugd Olympische Spelen ook een 1500 meter zouden rijden. Voorafgaand aan de wedstrijd stonden we dus bijna elke dag op het ijs, en dit maakte dat ik technisch echt stappen heb kunnen zetten. Ik heb er dit seizoen namelijk erg veel moeite mee om goed boven mijn standbeen te komen met mijn heup, en doordat het ijs van Inzell zo goed glijdt en je dus vrij weinig hoeft te doen om snelheid te houden, kon ik dit erg goed oefenen. Elke dag ging het een stukje makkelijker en zelfs in mijn wedstrijd zag je het al een beetje terug. Qua explosiviteit was het nog steeds niet denderend, maar dit weerhield me er niet van om twee keer een beste seizoenstijd te rijden.

Naast al het schaatsen waren de dagen natuurlijk ook gevuld met andere trainingen. Zo hebben we de krachthal van de ijsbaan meerdere malen onveilig gemaakt en hebben we de Steußeralm beklommen met de mountainbike. Dit was echt een prachtige beklimming, met als beloning een prachtig uitzicht over de besneeuwde boomtopen die onder ons lagen.
Natuurlijk was er ook tijd voor ontspanning. Daar waar dit in Nederland vaak chillend op de bank gedaan wordt, deden we dit hier echter in één van de leuke cafeetjes in Inzell met een heerlijk stukje taart. Terugkijkend was het dus ook een heel erg geslaagd trainingskamp, waarin ik veel geleerd heb, zowel technisch, fysiek als sociaal. Kampen als deze kosten mij normaal gesproken altijd veel energie, omdat je de hele tijd met een groep bent. Deze keer wist ik echter een goede balans te vinden tussen rust en sociale activiteiten, met als resultaat dat ik alle tien dagen oprecht heb kunnen genieten. Bij thuiskomst was ik misschien wel erg moe, maar zeker niet zo gesloopt als voorgaande jaren en een voldaan gevoel overheerste.
Terug op het shorttrackijs
Tijdens het trainingskamp had ik me dus alleen maar op het langebanen gefocust en hierdoor zo’n twee weken niet op het shorttrackijs gestaan. Toen ik weer thuis was, was ik dan ook erg blij toen ik de shorttrackschaatsen weer onder kon binden. Tot dan toe had ik, door de overlappingen van het langebaan en het shorttrack, nog geen enkele shortrackwedstrijd kunnen rijden. Gelukkig stond er anderhalve week na thuiskomst een KNSB Cup shorttrack op de agenda waar ik wél aan mee kon doen. Mijn laatste shorttrackwedstrijd van afgelopen seizoen was het NK-shorttrack, wat in maart verreden was. Je kan je dus waarschijnlijk wel voorstellen hoe zenuwachtig ik was voor het feit dat ik na al deze tijd weer eens aan de start zou staan. Niet per sé zenuwachtig omdat ik wilde presteren, maar meer omdat ik gewoon totaal geen idee had van hoe ik ervoor stond ten opzichte van de rest van mijn leeftijdsgenootjes. Ook omdat ik heel benieuwd was hoe het zou zijn om weer echt te racen. We reden tijdens deze KNSB Cup een 1500 meter, iets waar ik er blij mee was aangezien ik een 500 meter op shorttrack vaak nogal lastig vind doordat je je topsnelheid moet halen en je bij een 1500 meter juist meer tijd hebt om te schaatsen.
De eerste rit was wel heel erg wennen. Het was zelfs zo erg, dat ik helemaal van mijn à propos was toen iemand me opeens inhaalde. Toen viel namelijk pas het kwartje over wat ik aan het doen was. Maar toen me dit eenmaal duidelijk was, ging er dan ook echt een knop om en begon ik zelf ook te racen en op mijn tegenstanders te rijden. Een held in het maken van inhaalacties zal ik nooit worden, maar toch heb ik tijdens deze rit echt een aantal acties gemaakt waar ik me niet voor hoef te schamen. Dit maakte dan ook dat ik als tweede over de finish kwam en zo in de bovenste helft terecht kwam. Dit gaf mijn zelfvertrouwen een boost en dit uitte zich ook in de manier waarop ik in de volgende rit mijn positie verdedigde en daarnaast wederom weer veel acties maakte. Uiteindelijk was het niet genoeg voor de A-finale, maar met het verloop van de rit zelf was ik heel erg blij en dus vond ik dit helemaal niet zo erg. Ik was namelijk zo aan het genieten van het racen an sich, dat het resultaat me vrij weinig uitmaakte. In de B-finale werd ik uiteindelijk derde, na een rit die vooral heel erg leuk was en waar ik veel leermomenten uit heb kunnen halen. Al met al was het dus zeker een geslaagde eerste shorttrackwedstrijd van dit seizoen, en een bevestiging van het feit dat ik weer op de goede weg terug ben.
Trials voor de YOG
Een week na de KNSB Cup reed ik de kwalificatie shorttrack voor de Jeugd Olympische Spelen. Deze wedstrijd was één van de dingen die me, toen ik afgelopen zomer in het ziekenhuis lag, veel motivatie gaf om te vechten. Want, hoewel de kans klein was dat ik me zou plaatsen, wilde ik in ieder geval een poging gedaan hebben. Het feit dat ik er nu dan ook echt stond, was dan ook wel een kleine mijlpaal. Van tevoren was het idee om te proberen om me op beide disciplines, zowel shorttrack als langebaan, te plaatsen. Uiteindelijk heb ik dit echter niet kunnen doen, omdat de plaatsingswedstrijden op dezelfde dag waren en het zou stom zijn om allebei te willen rijden. Daarbij kwam ook nog dat, daar waar in eerste instantie drie afgevaardigden via de langebaan gestuurd zouden worden, er nu nog maar twee plekken te vergeven waren en dat ik eigenlijk zeker wist dat ik hier geen kans op maakte. Daarom heb ik er uiteindelijk voor gekozen om alleen de kwalificatie voor shorttrack te rijden. Ook hier waren er twee plekken te vergeven. Dit hield in dat je, als je één van de afstanden won, je direct geplaatst zou zijn. Voor mij betekende dit dat ik eigenlijk al mijn pijlen op de 1000 meter richtte, want dat is de afstand waarop ik mijn beste resultaten behaald heb. Vol goede moed ging ik van start op de eerste rit, om hier in rondje nummer zes onderuit te gaan en een penalty te krijgen. Weg waren mijn kansen op een goede uitslag en dus op plaatsing voor het YOG. Verrassend genoeg maakte dit me eigenlijk niet eens zo heel veel uit. Natuurlijk baalde ik, maar ook kon ik de teleurstelling snel loslaten. Achteraf gezien denk ik dat dit komt door twee factoren. De eerste is dat de penalty die ik kreeg vrij discutabel was en dat ik mezelf dus eigenlijk niet veel kon verwijten en de tweede oorzaak is de weg naar de plaatsingswedstrijd toe. Want daar waar de rest van mijn tegenstanders de hele zomer getraind hebben voor dit ene moment, was ik eigenlijk nog maar een paar maanden echt in training en het feit dat ik er überhaupt al stond en goed mee kon doen gaf me al erg veel voldoening. Na de 1000 meters reden we ook nog twee 500 meters en deze gingen echt verrassend goed, en dat terwijl ik in de trainingen nog geen moment op topsnelheid gereden had. Hoewel ik me niet geplaatst had, overheerste toch een heel voldaan gevoel. En dit werd alleen maar versterkt door het gegeven dat de twee meiden die zich wél geplaatst hadden teamgenootjes waren.
NK nummer 1 van dit seizoen
Twee shorttrackgerichte weken waren er voorbij, wat betekende dat de langebaanbril maar weer eens opgezet moest worden. Het NK 3km en Sprint stond voor de deur en hier wilde ik natuurlijk presteren. Mijn naam zou echter geen Yael Prenger zijn als ik in december niet minstens één keer ziek zou worden en eigenlijk zou de score al helemaal geen 100% zijn als ik dit dan ook niet vlak voor een belangrijke wedstrijd zou doen. Zogezegd, zo gedaan en dus lag ik de week voor het NK drie dagen lang met griep op bed. Een verre van ideale voorbereiding en dit maakte dan ook dat ik mijn kansen op een goede klassering al zag vervliegen. Ook baalde ik omdat deze griep ook maakte dat ik, als ik überhaupt al zou kunnen starten, in ieder geval niet beide NK’s zou kunnen rijden. Dit was namelijk wat ik van tevoren wel in gedachten had; zowel het NK Sprint als het NK 3km rijden. Om eerlijk te zijn was ik er op de vrijdag voordat het zover was nog steeds niet uit wat ik wilde rijden en of ik überhaupt wilde kiezen. Deze keus werd eigenlijk al voor me gemaakt toen ik de vrijdag het ijs opstapte voor een korte wedstrijdvoorbereiding: alle opgebouwde explosiviteit die ik in de afgelopen weken had opgedaan was compleet verdwenen en een steigerung van 200 meter zorgde er al voor dat ik totaalverzuurde. Laat staan dat ik een goede 500 meter zou kunnen rijden. Nu ik deze keus gemaakt had, probeerde ik een aantal rondjes op het tempo van een 3 km. Deze gingen zo slecht nog niet en dus reed in de zaterdag erop met mijn moeder naar Alkmaar om daar rond half 8 ’s avonds aan de start te staan van het NK 3km. Net zoals het teveel gevraagd zou zijn dat ik fit zou blijven voor een belangrijke wedstrijd, gold dit ook voor de omstandigheden op De Meent, de ijsbaan in Alkmaar. In plaats van dat er een strakke ijsvloer lag, met weinig wind en overal goede omstandigheden lag er eerder een soort skipiste. De rukwinden die ervoor zorgden dat je elk rechte stuk wind tegen had, maakten het er ook niet beter op. Superjammer natuurlijk om in deze omstandigheden een NK te rijden, maar niemand die er iets aan kon doen en we moesten er allemaal mee dealen. Persoonlijk baalde ik vooral erg van de rukwinden, want slecht ijs ben ik wel gewend door de trainingen op Amsterdam. De rukwinden maakten echter dat ik mijn hele techniek aan moest passen en meer op ritme moest gaan rijden. Iets waar ik altijd veel moeite mee heb en al helemaal nadat ik er een week uit had gelegen. Dit zag je dan ook gelijk terug in mijn eerste rondje. Mijn hele gevoel voor rondetijden was weg en er stond opeens een rondje 33.4 op het bord. Met normale omstandigheden is dit al een veel te snel rondje om mee te beginnen, laat staan met de luchtcirculatie daar in Alkmaar. Natuurlijks schrok ik toen ik deze rondetijd zag, maar ook wist ik dat ik nu gewoon door moest rijden, want als ik het tempo nu zou laten vieren zou het al helemaal gedaan zijn. En dus reed ik zo goed en kwaad door, vechtend tegen de wind en proberend een lekkere slag te houden. Tot iets over de helft ging dit best wel goed, maar toen begon ik dan ook echt te merken dat ik ziek was geweest en kwamen de rondetijden steeds een beetje moeilijker. Daar waar ik de bochten tot toen aan toe nog goed door kon trappen, werden ook deze een lijdensweg, om van de rechte stukken maar niet te spreken. Mijn rondetijden liepen hierop ook razendsnel op en uiteindelijk finishte ik in een tijd van 4.48 wat met nog twee ritten te gaan de eerste tijd was. Tevreden over mijn rit was ik bij lange na niet; ik kon mezelf wel voor m’n kop slaan voor het feit dat ik zo snel begonnen was. Maar veranderen kon ik er niks meer aan en kijkend naar de laatste ritten zag ik nog twee mensen onder mijn tijd duiken wat mij op een derde plaats deed belanden. Geen slecht resultaat misschien, als je kijkt naar waar ik vandaan kom. Maar de manier waarop ik derde werd maakt gewoon dat ik er echt niet blij mee kon zijn omdat ik wist dat er zoveel meer in gezeten had.

Met een gelaten gevoel zat ik dan ook in de auto op weg naar huis. Blij met mijn podiumplaats, maar ook nog steeds teleurgesteld over mijn rit en natuurlijk over de afgelopen week waarin ik ziek geweest was, want anders was er waarschijnlijk meer mogelijk geweest. Op zondag moesten deze gedachten echter ruim baan maken voor focus. Het NK was namelijk nog niet voorbij; samen met mijn teamgenootjes Pien en Pien moest er nog een teamsprint verreden worden. Deze ging hartstikke goed waardoor we uiteindelijk op de hoogste trede van het podium plaats mochten nemen en het was daarnaast een hele leuke afsluiter van het weekend. Al met al kijk ik dan ook redelijk tevreden terug op dit eerste NK van het seizoen. Zeker nu het al wat langer geleden is kan ik steeds een beetje meer tevreden zijn met de prestaties die ik geleverd heb en ook zie ik nu hoeveel leerpunten dit weekend me gegeven heeft, welke ik mee kan nemen richting het NK Allround. Het enige wat ik nog steeds erg jammer vind is het feit dat ik me, door die derde plek, nét niet geplaats had voor de landenwedstrijd. Deze wedstrijd met rijders uit Nederland, Duitsland en Noorwegen, is een geweldige ervaring en dat deze dit jaar ook nog eens in Inzell verreden werd, maakte het nog een beetje zuurder.
Daartegenover stond dan weer wel dat ik hierdoor opeens een weekend vrij had en zomaar nog een KNSB Cup kon rijden. Zeker omdat het deze keer een 500 meter was en het shorttracken steeds beter gaat. Hiermee bedoel ik dat ik makkelijker hogere snelheden kan halen, het technisch allemaal wat makkelijker gaat en ik zelfs ook wat explosiviteit terug voel komen. De eerste twee aspecten uitten zich duidelijk zichtbaar tijdens de drie ritten die we reden. De explosiviteit bleef wel nog een beetje achter, maar op drie rondjes voor het einde kwam ik telkens heel erg op gang en hierdoor wist ik me te plaatsen voor de A-finale in mijn divisie. Ook in de A-finale ontbrak de power voor een goede start en zo kwam het dat ik als vierde de eerste bocht in ging. En daar waar ik afgelopen jaren op zulke momenten altijd begon te krabbelen in de haast er zo snel mogelijk weer bij te komen, kon ik nu mijn hoofd koel houden en mijn focus houden op het aansnijden van de bochten. Het tweede deel van de rit kwam ik dan ook echt op stoom en reed ik hard naar de rest van de groep toe. En daar bleef het niet bij, want in de laatste ronde wist ik zelfs nog twee inhaalacties te plaatsen en als tweede de streep te passeren. Het is grappig om te bedenken dat ik vroeger nooit in kon halen op een 500 meter en nu, nu ik een hele zomer niet op het ijs gestaan heb, opeens wel de been-oogcoördinatie gevonden heb. Natuurlijk kan het nog beter, zeker wat betreft mijn start en het eerste deel van de race, maar wederom was ik zeker niet ontevreden.

Op het moment dat de klok afgelopen jaarwisseling 12 uur sloeg, schoten al deze gevoelens in sneltreinvaart door mijn hoofd heen en maakten dat ik toch even moest slikken. Natuurlijk was dit op het moment van ziekenhuisontslag mijn doel en was ik ervan overtuigd dat ik al deze doelen ging behalen. Maar toch, nu het jaar dan echt voorbij is en ik ze daadwerkelijk behaald heb… In ieder geval zorgt het er voor dat ik met opgeheven hoofd 2020 in ga en uitkijk naar alles wat komen gaat. Zowel op school als met schaatsen en in de rest van mijn leven.
Hopelijk blijf ik de stijgende lijn van 2019 doorzetten in de eerste wedstrijden van 2020, met als eerste wedstrijd op de kalender mijn eerste Starclass van het schaatsseizoen in Épinal.
Foto’s gemaakt door:
Foto 1: Bowien van der Spek
Foto 2: Focusbyhanneke/Infocusphotography
Foto 3: Erwin van de Griek
Hoi Yeal
Deze lange mail lees ik op ons zonnig balkon in Inzell. Yeal goed bezig meid ik ben trots op jou. Hoe ging de eerste wedstrijd in Epinal? Geen sneeuw in Inzell gisteren gefietst prachtig en de ijsbaan is top. Lieve groet ook aan Robert Jan en Miranda
Harrie van Gennip Amsterdam 020 6793025 http://www.harrievangennip.nl
>
LikeLike
Wat schrijf je toch heerlijk. En: knap gedaan allemaal!
LikeLike