De dagen regen zich aan elkaar tot weken, en deze werden maanden. Het is namelijk alweer anderhalve maand geleden dat ik een nieuwe blog plaatste. En nu is het jaar alweer voorbij. Een hoop in te halen, dus!
Na de eerste oefenwedstrijden, waarover ik in mijn eerste blog van dit seizoen schreef, barstte de drukte pas echt los. Het startschot hiervan werd geven door de eerste Starclass wedstrijd van het seizoen 2018/2019. In eerste instantie zou deze in Davos gehouden worden, maar dit kon uiteindelijk niet doorgaan, en dus reisden we half november met het hele team af naar het in België gelegen Hasselt.
Afgelopen jaar was ik altijd de enige van mijn team geweest, dus zat ik vanzelfsprekend ook alleen met mijn ouders in een huisje of hotel. Dit jaar is dat echter helemaal anders. We zitten namelijk met het hele team in een hotel, waar we gezamenlijk ontbijten. Het groepsgevoel en de gezelligheid die dit met zich meebrengt zijn in mijn ogen erg fijn. Je krijgt echt het gevoel dat je met zijn allen eenzelfde doel hebt (wat uiteindelijk ook wel zo is, maar doordat we als groep samen zijn, wordt dit gevoel versterkt).
Op donderdagmiddag reden we met de auto naar Hasselt, waar we in de namiddag nog een gezamenlijke ijstraining hadden voordat de wedstrijden van start zouden gaan.
Het ijsstadion van Hasselt vond ik overigens erg mooi en fijn om in te rijden; de kleedkamer was ruim en dicht bij het ijs, en ook tijdens het schaatsen gaf het stadion je een ruimtelijk gevoel.
Na de training hebben we met z’n allen in een Italiaans restaurant gegeten, waarna we ons bed indoken om die ochtend erop met een snelle warming-up naast het hotel te beginnen. Het programma van die dag startte pas om 13:00, wat mij ook de mogelijkheid gaf om nog even een lekkere kop koffie te halen. Aangekomen op de ijsbaan begonnen we met de heats van de 1500 meter, waar ik goed doorheen kwam. Helaas viel in de halve finale voor mij het doek. Letterlijk en figuurlijk, aangezien ik hard in de boarding belandde, wat een plek in de B-finale betekende. Hierin kwam ik uiteindelijk als eerste over de finish, maar na een zogeheten ‘call’ van de jury, kreeg ik een penalty toegewezen en werd ik als laatste van de finale geklasseerd. Balen, maar geen ramp, aangezien er nog vele ritten te gaan waren. Op zaterdag moesten we een stuk eerder uit de veren. De heats van de 500 meter begonnen namelijk al om 9 uur in de ochtend. Tijdens deze rit kwam ik ongelukkigerwijs twee keer met een meisje in de knoop, wat me uiteindelijk twee penalty’s, en dus een gele kaart opleverde. Dit betekende ook dat ik niet meer mocht starten op de 500 meters erna. Hier was ik echt even helemaal kapot van. Zeker aangezien de penalties vrij onterecht waren, maar het is en blijft een jurysport, dus had ik er maar mee te dealen. Gelukkig mocht ik later in de dag wel starten op de heats van de 1000 meter. Deze kwam ik zonder kleerscheuren of penalties door.
Ook op zondag ging de wekker weer vroeg en rond half 10 stond ik aan de start van mijn halve finale 1000 m. Het was een erg zware rit en ik wist bij voorbaat al dat mijn kansen niet optimaal waren, maar toch slaagde ik erin om mijn voet als eerste over de streep heen te drukken en zo een plekje in mijn allereerste A-finale van dit jaar te bemachtigen. In de A-finale die hierop volgde, reed ik de rit van mijn leven en wist ik het op de een of andere manier voor elkaar te krijgen om een zilveren medaille te winnen. Dit was zo onwerkelijk en ik was er zo blij mee. Zeker na die gele kaart van de dag ervoor, maakte deze medaille het weekend weer een stukje beter.

Zo’n anderhalve week na deze voor-altijd-bijblijvende Starclass wedstrijd reed ik alweer een wedstrijd op Heerenveen. Deze keer had ik de langebaanschaatsen ondergebonden. Ik reed deze dag een 500 en een 1500 meter. Op de 500 meter evenaarde ik mijn beste seizoenstijd van dat moment en op de 1500 meter wist ik er zelfs een PR uit te persen: 2.04.56. Hier was ik erg blij mee, aangezien deze tijd van januari 2018 in Berlijn stond en ik dat weekend in topvorm verkeerde. Het feit dat ik deze tijd nu al verbroken had gaf mijn zelfvertrouwen een boost die ze wel kon gebruiken.
Na deze wedstrijd nam de drukte wat competities betreft gelukkig wat af en had ik twee ‘vrije’ weekenden voor de boeg. Maar deze weken waren alsnog druk gevuld, aangezien ik door schaatsteam Spindl was gevraagd om met hen mee te gaan op trainingskamp naar Inzell. Geen moeilijke beslissing, aangezien dit een kans was om mij op te trekken aan snellere rijders en zo hopelijk ook weer wat gevoel voor het langebaan schaatsen terug te vinden. Het was echt een geweldige week, die hierdoor ook weer zo voorbij was. We trainden bijna elke dag op het ijs en ook hebben we een fietsrit gemaakt terwijl er rondom ons overal sneeuw lag. Echt een indrukwekkende ervaring die ik zeker niet snel zal vergeten. Het schaatsen in Inzell ging over het algemeen ook erg lekker. Ik kon qua tempo redelijk goed mee, waardoor ik ook weer leerde schaatsen op hogere snelheden. Naast het sporten hebben we ook nog gezellig met z’n allen gezwommen en heb ik natuurlijk lekkere kopjes koffie gedronken en een echt Duits stuk taart gegeten. Nadat de week erop zat, vloog ik in mijn eentje terug naar Nederland. De rest van het team bleef nog een paar dagen, maar ik had dat eerste weekend van december de landelijke plaatsing voor het NK-Junioren sprint op het programma staan, waardoor blijven voor mij geen optie was.
Deze landelijke plaatsingswedstrijden waren overigens niet om over naar huis te schrijven. Het schaatsen ging voor geen meter en ook voelden mijn benen erg zwaar. Achteraf gezien ben ik waarschijnlijk ergens tijdens het trainingskamp net over het randje gegaan, wat mijn lichaam een optater verkocht heeft, en er dus voor zorgde dat ik heel erg vermoeid was. Gelukkig plaatste ik me op alle afstanden nog wel voor het NK.

Tijd om uit te rusten was er de week die volgde niet, want er kwam alweer een nieuwe Starclass wedstrijd aan, waar ik wederom graag goed wilde rijden. Wel heb ik alle trainingen op een zo laag mogelijke intensiteit gedaan.
Het goede rijden is in zekere zin wel gelukt, maar het was ook hier duidelijk dat mijn lichaam gewoon niet fit was, met als gevolg dat mijn conditie ook achteruit was gegaan. Op de 1500 meter haalde ik in eerste instantie de A-finale, maar door een advancement van iemand anders werd ik teruggezet (aangezien ik op tijd door was) naar de B-finale. Deze won ik, wat me nog wel één finalepuntje opleverde. De vijfhonderd meter, welke op zaterdag verreden werd, ging ook erg goed en ik bereikte zonder al te grote moeite de kwartfinales van de A-groep. Hierin was ik supergoed weg, alleen werd de rit na de eerste bocht afgefloten, aangezien er twee mensen onderuit gingen. Gelukkig wist ik ook bij de tweede start als eerste de bocht te bereiken, wat zeker nodig was aangezien mijn tegenstandsters erg sterk waren op deze afstand en ik dus zoveel mogelijk afstand moest nemen. Helaas hield het na de eerste bocht op voor mij. Ik werd van achteren aangetikt, wat me uit balans bracht en maakte dat ik in de kussens belandde. Helaas wilde de jury niks met deze actie doen, dus dat betekende jammer genoeg geen A- of B-finale. Gelukkig wist ik hierna nog wel twee goede ritten neer te zetten, wat als resultaat winst in de C-finale gaf. Ook had ik in de halve finale een heel dik PR gereden, dus kon ik niks anders dan tevreden zijn.
De op zondag verreden 1000 meters verliepen daarentegen helemaal niet goed. Na twee dagen racen was mijn lichaam gewoon op. Mijn benen verzuurden al na een paar rondjes en ook coördinatief gezien viel het hierdoor uit elkaar. Maar, aangezien ik een sport genaamd shorttrack beoefen, zei dit niks over het verloop van mijn ritten. Dat bleek al na de eerste race, waarbij de twee meiden die voor me reden onderuit gingen en ik hierdoor aan mocht treden in de A-finale. In deze rit ging ik hard van start, maar werd met nog vier ronden te gaan door drie meiden voorbij gestoken. Zij namen al snel afstand waardoor er voor mij in principe geen medaillekansen meer waren. Maar wederom bleek maar weer hoe raar het soms kan lopen, want net als in de halve finale gingen er twee in de laatste bocht onderuit, wat mij opeens een zilveren medaille opleverde. Ik was natuurlijk helemaal overdonderd en stond ook een beetje perplex. Zoiets had ik namelijk nog nooit meegemaakt. Uiteindelijk beschouwde ik het maar als een verjaardagscadeautje, want ik vierde deze zondag ook mijn zestiende verjaardag.

Na dit drukke weekend was de tank bij mij even helemaal leeg. Echter, het weekend dat volgde stond het NK Junioren op de planning en dus ging de focus op het langebanen.
De week ervoor had ik een afspraak gehad met een orthomanueel therapeut, omdat het coördinatief met het langebanen maar niet wilde lukken en ik ook nog last had van de klapper die ik had gemaakt in Hasselt tijdens de Starclass wedstrijd. Uit dit onderzoek bleek dat mijn lichaam schots en scheef stond; er stonden 6 ribben verkeerd en ook mijn heup en bekken stond scheef. Dit zorgde er tijdens het schaatsen voor dat ik mijn heupen niet goed mee kon nemen tijdens de afzet, wat als gevolg heeft dat je veel druk verliest.
Ik was natuurlijk heel erg opgelucht dat we dit nog voor het NK ontdekt hadden, maar het feit dat de therapeut alles weer recht gezet had, betekende nog niet dat het schaatsen opeens weer als vanouds ging. Ik merkte namelijk dat ik het ‘overgooien’ van m’n heupen een beetje verleerd was. Niet heel erg gek, maar hierdoor niet minder frustrerend. Wel ging het schaatsen naarmate de week vorderde steeds een stukje beter, maar ik was nog niet daar waar ik wilde zijn.
Op vrijdag reisde ik samen met mijn moeder alvast af naar Enschede. ’s Middags heb ik nog eventjes wat ijs gevoeld en in de avond zijn we met twee andere teamgenootjes gezellig bij de Griek wezen eten. Het programma op zaterdag zou pas om drie uur beginnen, wat mij de volgende ochtend genoeg tijd gaf om rustig op te starten. Ik zou deze dag drie afstanden rijden; de 500 meter, de 1000 meter en de 3 kilometer. De 500 meter stond als eerste op het programma. Hierop reed ik 41.69 wat de vierde tijd was, en dus vanzelfsprekend een vierde plaats in het tussenklassement betekende. Hier was ik tevreden mee, al had ik zeker nog punten die vatbaar waren voor verbetering. De 1000 meter verliep wat minder goed. De eerste ronde ging prima en ook op de opening liet ik niets liggen, maar de tweede ronde was er eentje teveel. Mijn lichaam was er klaarblijkelijk nog niet klaar voor en ik finishte uiteindelijk als vijfde in een tijd van 1.22.24.
Na deze eerste twee afstanden bezette ik de vierde plek in het klassement, maar wel was er al een groot gat ontstaan richting het podium. Na de 1000 meter ben ik gelijk de fiets op gesprongen om mijn benen los te fietsen voor de 3 kilometer die nog ging komen. Deze afstand werd los verreden van de andere afstanden, wat dus betekende dat als je hier een top 3 tijd noteerde, je gelijk het podium op mocht.
Laten we het erop houden dat het niet echt mijn weekend was: mijn eerste rondjes van de 7,5 die een 3 kilometer bevat gingen erg goed en ik had zelfs momenten waarop ik weer mijn oude vertrouwde gevoel wist te vinden. Maar met nog 3,5 rondje op het rondebord, haakte ik mezelf bij het uitkomen van de buitenbocht en was de rit voorbij. Hier baalde ik natuurlijk gigantisch van, zeker nadat ik zo lekker aan het rijden was en ik op het moment dat ik viel nog op medaillekoers zat. Maar wonder boven wonder was ik er niet zo kapot van als dat ik verwacht zou hebben. Ik keek namelijk vrijwel alleen maar positief terug op de 3 kilometer rit, want het feit dat ik weer even mijn oude gevoel te pakken had gehad, maakte voor mij een wereld van verschil. Achteraf denk ik dat het shorttracken mee heeft geholpen in dit verwerkingsproces. Je leert tijdens shorttrackwedstrijden namelijk zo goed incasseren, en dit neem je dan ook mee naar de langebaan.
Uiteraard had ik er de pest in, maar ook wist ik mijn focus al snel weer te verleggen, aangezien er op zondag nog drie keer gereden moest worden en ik stabiele races neer wilde zetten.
Bij aanvang van de 500 meter van zondag, was ik er echt op gebrand om nog een plekje te stijgen in het algemeen klassement. Mijn benen voelden tijdens het inrijden erg lekker, dus ik ging vrij rustig naar de start. De tijd die ik uiteindelijk noteerde viel daarentegen wel bar tegen; ik finishte in 42,09 wat de zesde tijd was. Daardoor zakte ik van de vierde naar de zesde plaats in het tussenklassement.
Ook de 1000 meter was teleurstellend; 1.23,07.
Dit betekende een vijfde plaats en een vijfde plaats in het eindklassement. Ik weet dat veel mensen ervoor zouden tekenen om vijfde te worden op een NK waaraan heel de top van Nederland meedoet. Ook ik zou dit hebben gedaan, mits ik ritten gereden had waar ik tevreden mee was. Nu dit niet het geval was, was ik dan ook zeker niet te spreken over de einduitslag.
Als afsluiter van het NK stond ik samen met mijn twee ploeggenootjes Merel en Ramona nog aan de start van het NK teamsprint. Met zijn drieën wisten we de eerste tijd te noteren en zo mochten we gezamenlijk het hoogste treetje van het podium beklimmen en werd het Wilhelmus gespeeld. Dat was toch wel echt een mooie afsluiter van een verder niet zo heel erg mooi NK.

Zoals ik al wel had verwacht, was ik helemaal kapot de dagen na dit druk gevulde weekend. Samen met mijn trainers van de baanselectie en het RTC shorttrack zijn we dan ook om de tafel gaan zitten om mijn programma voor de komende periode in elkaar te zetten. Het was wel duidelijk dat ik op dat moment geen zware trainingen aankon. Gelukkig was de Kerstvakantie al erg dichtbij, wat voor mij een periode van veel slapen betekende en mijn lichaam zo ook de kans had om zich weer te herpakken en uit te rusten.
De trainingen gingen tijdens de vakantie wel gewoon door, maar voor mij waren dit alleen maar technische trainingen, zonder al te veel inspanningen waarvan ik het zuur in zou duiken. Doordeweeks stond ik vooral op het shorttrackijs en in het weekend verruilde ik mijn shorttrackschaatsen weer even voor de klapschaats. Elke ochtend reed ik samen met een van mijn ouders naar Utrecht, waarna ik in de middag met de trein terugging naar Amsterdam om dan thuis nog een paar uurtjes te slapen, voordat ik ging hardlopen of wat huiswerk voor school deed.
Om deze routine een beetje te doorbreken, ben ik op tweede kerstdag samen met mijn club HCA afgereisd naar Heerenveen om deel te nemen aan het Kerstsprinttoernooi. Dit jaar werd het toernooi voor de 48e keer georganiseerd en voor mij was het de eerste keer dat ik eraan deelnam. Dit toernooi staat bij iedereen altijd bekend als één van de leukste wedstrijden van het jaar, dus mijn verwachtingen waren vanzelfsprekend erg hoog. Officieel gezien mocht je pas meedoen vanaf junior A, maar clubs kunnen bijna iedereen gewoon inschrijven, en dus reed ik in de categorie Neo-senioren mee. Op het programma van die avond stonden een 100-, een 300- en een 500 meter. Ik vond het echt heerlijk om weer eens een korte sprintafstand te rijden. Vooral omdat het geen ‘officiële’ afstanden zijn en er voor mijn gevoel dus veel minder druk op ligt. De ritten gingen boven verwachting goed en ook mijn lijf voelde alweer wat beter aan. Op de 100 meter noteerde ik 11.46 wat sneller was dan al mijn openingen op de 500 meter tot dan toe, en dus een goed gevoel gaf. Een uurtje later wist ik op de 300 meter zelfs een PR van 26.67 te rijden, dus stond ik vol goede moed aan de start van de 500 meter. Wederom wist ik er een opening van 11.4 uit te persen, en ook mijn laatste buitenbocht ging heel erg goed. Dit kon ik dan jammer genoeg net niet doortrekken op de laatste 100 meter, maar toch was ik dik tevreden met de rit en ook de tijd van 41.28 viel me niet tegen. Het was dan ook mijn beste seizoenstijd van het jaar.
Uiteindelijk had ik met deze tijden een tweede plek in het eindklassement veilig weten te stellen, wat natuurlijk hartstikke leuk was, aangezien ik meereed met de neo-senioren. Ook als team hadden we goede prestaties neergezet, want we mochten met zijn allen plaatsnemen op het tweede treetje van het podium.

Op dit moment zit ik in de laatste dagen van mijn kerstvakantie en bereid ik me voor op de plaatsingswedstrijd voor het EYOF (European Youth Olympic Festival) dat begin februari plaatsvindt. Tijdens de shorttracktrainingen zetten we met z’n allen de laatste puntjes op de i, voordat zondag het wedstrijdgeweld weer losbarst en we met 16 meiden gaan strijden om 2 plaatsen voor EYOF-deelname.
Foto’s gemaakt door: Martin de Jong en Roberto Sighel
Prachtig verhaal, Yael! We hebben enorme bewondering voor je inspanningen en je prestaties. Het is ongelofelijk wat je ervoor over moet hebben om op dit hoge niveau te kunnen presteren en te kunnen incasseren als het even minder gaat.
Zet hem op, hoop dat de kwalificatie voor EYOF lukt.
Peter en Marja
LikeLike